id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040928.4 Rolnummer: P.04.0483.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-01-13 Raadplegingen: 176 - laatst gezien 2026-07-03 15:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche De gerechtskosten in strafzaken worden autonoom geregeld door de artikelen 50 Strafwetboek en 162, 194 en 365 Wetboek van strafvordering en bijzondere wetten; de bepalingen van het koninklijk besluit van 30 november 1970 tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek doen hieraan niet af
(1).
(1)Zie Cass., 29 nov. 1983, AR 8131, nr 172. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Gerechtskosten in strafzaken Regeling Toepasselijke wetsbepalingen Tekst van de beslissing Nr. P.04.0483.N U. R. R., eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Dirk Bosmans, advocaat bij de balie te Leuven. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 4 maart 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Leuven. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Jean du Jardin heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een verzoekschrift een middel voor. Dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat het vonnis dat de kosten ten laste van de Staat legt en zegt dat geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is, uitspraak doet over kosten; Dat het middel, in zoverre dat schending van artikel 1138, 3°, Gerechtelijk Wetboek aanvoert, feitelijke grondslag mist; Overwegende voor het overige dat krachtens artikel 2 Gerechtelijk Wetboek de in dat wetboek gestelde regels van toepassing zijn op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van dat wetboek; Overwegende dat de gerechtskosten in strafzaken autonoom worden geregeld door de artikelen 50 Strafwetboek en 162, 194 en 365 Wetboek van Strafvordering en bijzondere wetten; dat de bepalingen van het koninklijk besluit van 30 november 1970 tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, hieraan niet afdoen; Dat het middel, in zoverre het ervan uitgaat dat "het wetboek van strafvordering geen bepaling (bevat) die de toepassing van de artikelen 1017 tot en met 1022 Gerechtelijk Wetboek uitsluit", faalt naar recht; Overwegende aldus dat de appèlrechters het hierop gestoelde verweer van eiser niet dienden te beantwoorden; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd negenenvijftig euro elf cent, waarvan vijftig euro vijfentachtig cent verschuldigd en honderd en acht euro zesentwintig cent door eiser betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van achtentwintig september tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean du Jardin, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040928.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div