id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041001.6 Rolnummer: F.03.0038.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2005-01-10 Raadplegingen: 578 - laatst gezien 2026-07-05 00:22 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Als de administratie een aanslag van ambtswege vestigt en daarbij de inkomsten raamt op grond van tekenen en indiciën, volstaat het voor de belastingplichtige niet het juiste bedrag van zijn inkomsten te bewijzen, maar moet hij tevens bewijzen dat de uitgaven aangehaald in de indiciaire afrekening niet zijn bekostigd met inkomsten belastbaar tijdens het in betwisting zijnde aanslagjaar
(1).
(1)Zie Cass., 2 jan. 1997, AR F.96.0074.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970102.6, A.C., 1997, nr 3; Cass., 16 feb. 2001, AR F.99.0065.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010216.11, A.C., 2001, nr 95; Cass., 11 feb. 2002, AR F.00.0016.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020211.6, www.cass.be. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag van ambtswege en forfaitaire aanslag Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag van ambtswege en forfaitaire aanslag Aanslag van ambtswege Bewijsvoering Tekenen of indiciën van gegoedheid Tegenbewijs Wettelijke bepalingen: Wet - 12-06-1992 - Artt.341en351 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Tekenen of indiciën van gegoedheid Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Tekenen of indiciën van gegoedheid Aanslag van ambtswege Tegenbewijs Wettelijke bepalingen: Wet - 12-06-1992 - Artt.341en351 Tekst van de beslissing Nr. F.03.0038.N BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Antwerpen I, wiens kantoor gevestigd is te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4/2, eiser, tegen S.S., verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 1 april 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Dirk Thijs heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat artikel 341 Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)bepaalt dat, behoudens tegenbewijs, de raming van de belastbare grondslag mag worden gedaan volgens tekenen en indiciën waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven inkomsten ; Dat deze tekenen en indiciën een vermoeden uitmaken dat door de belastingplichtige kan worden weerlegd door aan te tonen dat de aangehaalde uitgaven niet zijn bekostigd door middel van belastbare inkomsten ; Overwegende dat artikel 351 Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)aan de administratie de mogelijkheid verschaft de aanslag ambtshalve te vestigen op het bedrag van de belastbare inkomsten die zij kan vermoeden op grond van de gegevens waarover zij beschikt ; Dat als hij ambtshalve is aangeslagen, het aan de belastingplichtige behoort het bewijst te leveren van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten en van de andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens ; Overwegende dat zowel in geval van een aanslag van ambtswege als in geval van een aanslag gevestigd op grond van tekenen en indiciën de bewijslast bij de belastingplichtige ligt ; Dat in de beide hypothesen evenwel de inhoud van de bewijslast die op de belastingplichtige rust verschilt ; Dat bij een aanslag van ambtswege de belastingplichtige in de regel moet bewijzen wat het juiste bedrag van zijn inkomsten is, terwijl bij een aanslag op grond van tekenen en indiciën de belastingplichtige moet aantonen dat de uitgaven die als teken en indicie zijn aangehaald niet zijn bekostigd door belastbare inkomsten verworven tijdens het belastbaar tijdperk ; Overwegende dat als de administratie een aanslag van ambtshalve vestigt en daarbij de inkomsten raamt op grond van het vermoeden bedoeld in artikel 341, het voor de belastingplichtige niet volstaat het juiste bedrag van zijn inkomsten te bewijzen, maar dat hij tevens moet bewijzen dat de uitgaven aangehaald in de indiciaire afrekening niet zijn bekostigd met inkomsten belastbaar tijdens het in betwisting zijnde aanslagjaar ; Overwegende dat de appèlrechters die oordelen dat de belastingplichtige die van ambtswege is aangeslagen, aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan door het bewijs te leveren van het juiste bedrag van zijn inkomsten, zonder dat hij verplicht is het vooropgestelde indiciair tekort te verantwoorden, artikel 341 Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)schenden ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Luc Huybrechts, Ghislain Londers en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van een oktober tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041001.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091016.3 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20141121.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970102.6 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010216.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020211.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div