id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041004.5 Rolnummer: S.04.0007.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2004-12-23 Raadplegingen: 456 - laatst gezien 2026-07-04 23:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De arbeidsgerechten oordelen onaantastbaar in feite op grond van de hen voorgelegde feitelijke gegevens of thuiswerkers arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - ALGEMEEN Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID - ALGEMEEN Toepassingsgebied Uitbreiding van wet Thuisarbeiders Verrichten van arbeidsprestaties Gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst Arbeidsgerechten Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - Art.2,§1,1° Fiche 2 De arbeidsgerechten mogen bij hun oordeel of de voorgelegde feitelijke gegevens in hun geheel en in hun onderling verband genomen bewijzen dat de thuiswerkers arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst, geen rekening houden met gegevens die vreemd zijn aan de voorwaarden en omstandigheden waarin de arbeid wordt verricht; zij mogen daarbij evenmin gegevens die niet vreemd zijn aan die voorwaarden en omstandigheden, buiten beschouwing laten
(1).
(1)Cass., 8 maart 2004, AR S.02.0116.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040308.5, nr ... Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - ALGEMEEN Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID - ALGEMEEN Toepassingsgebied Uitbreiding van wet Thuisarbeiders Verrichten van arbeidsprestaties Gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst Beoordeling Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 28-11-1969 - Art.3,4° Tekst van de beslissing Nr. S.04.0007.N.- KEMEL, naamloze vennootschap, met zetel gevestigd te 2640 Mortsel, Vredebaan 54, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer 272.036, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel gevestigd te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 27 juni 2003 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1, 2, ,§ 1, enig lid, 1°, en 14, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschap-pelijke zekerheid der arbeiders ; - de artikelen 1, 2, 3, enig lid, 4°, dit laatste artikel zoals vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juni 1970, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ; - artikel 915 van het Gerechtelijk wetboek. Aangevochten beslissing De vierde kamer van het Arbeidshof te Antwerpen verklaart in het bestreden arrest van 27 juni 2003 eiseres' hoofdberoep ongegrond, bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis, veroordeelt aldus eiseres tot betaling van 140.395,53 euro als achterstallige bijdragen met aankleven voor sociale zekerheid voor de periode van het derde en vierde kwartaal 1993, voor de jaren 1994, 1995 en 1996, voor het eerste en tweede kwartaal 1997 en voor het eerste kwartaal 1998 en verwijst eiseres, mede door bevestiging van de beslissing van de eerste rechter, in alle kosten van het geding. Het arbeidshof grondt deze beslissing op de volgende motieven : "4.2.
- Het toepassingsgebied van de R.S.Z.-wet : De sociale zekerheidswetgeving van 27 juni 1969 is van toepassing op de werkgevers en werknemers die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden ; voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is vereist dat een verbintenis tot het verrichten van bepaalde arbeid tegen loon en in ondergeschiktheid is aangegaan. Het toepassingsgebied van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders werd uitgebreid tot een aantal personen die, zonder door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden, arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst. De bedoeling was de socialezekerheidsregeling voor werknemers uit te breiden tot personen die sociaal-economisch beschouwd in een gelijkaardige toestand verkeren als werknemers, doch van wie het ondergeschikt verband juridisch niet altijd kan worden bewezen omwille van de aard van de door hen gesloten overeenkomst (...). Artikel 3, 4°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969, voorziet dat de toepassing van de R.S.Z.-wet verruimd wordt tot : 'de personen die, op een door hen gekozen plaats in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst grondstoffen of gedeeltelijk afgewerkte producten bewerken die één of verschillende handelaars hun hebben toevertrouwd en die alleen werken of gewoonlijk ten hoogste vier helpers tewerkstellen, alsmede tot die handelaars'. Voor deze uitbreiding is een gezagsverhouding, noodzakelijk voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst, niet vereist (...). Wel is vereist dat de huisarbeiders arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst, d.w.z. dat zij praktisch onder dezelfde voorwaarden als werknemers moeten werken (...). Onder de term 'in gelijkaardige voorwaarden' dient verstaan te worden de concrete 'arbeidsomstandigheden en voorwaarden', waarin gewerkt wordt, dus los van de vormelijke gegevens zoals inschrijving in het handelsregister, aanvraag van een B.T.W.-nummer, aflevering van een factuur voor het geleverde werk, een aansluiting bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen, de aangifte van de inkomsten als zelfstandige (...). In huidig geschil betwisten partijen niet dat de 'medewerkers' arbeidden op 'een door hen gekozen plaats', noch dat hun arbeid erin bestond 'grondstoffen of gedeeltelijk afgewerkte producten te bewerken die een of verschillende handelaars hun hebben toevertrouwd', noch dat zij 'alleen werken of gewoonlijk ten hoogste vier helpers tewerkstellen', zoals omschreven in voormeld artikel 3, 4°, van het R.S.Z.-besluit. Enkel dient derhalve nog nagegaan te worden of zij zulks deden 'In gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst' : 4.2.
- Beoordeling in concreto Uit een analyse van de concrete voorwaarden en omstandigheden waarin de prestaties door de thuiswerkers werden geleverd voor (eiseres) volgt dat eerstgenoemden wel degelijk moeten beschouwd worden als personen die, op een door hen gekozen plaats, in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst werkten. Het door de sociale inspectie uitgevoerde onderzoek - gebaseerd op de gelijkluidende verklaringen van de afgevaardigde bestuurder van (eiseres) en drie thuisarbeiders - toont immers aan: - dat (eiseres) mensen selecteert op basis van een sollicitatiegesprek om het werk (uitsluitend handenarbeid) - bestaande uit het manueel verwerken van allerlei reclamemonsters of campagnes (kleven van stalen in een folder, in omslag steken en verzendklaar maken van mailings) - bij hen thuis uit te voeren ; - dat (eiseres) alle benodigde materialen voor het uitvoeren van dit werk (lijm, omslagen, verpakkingsdozen) ter beschikking stelde ; - dat (eiseres) strikte richtlijnen en instructies gaf met betrekking tot de wijze waarop dat werk moest uitgevoerd worden ; daartoe werd een voorbeeld meegegeven aan de thuiswerkers en er was geen ruimte voor creativiteit ; - dat de thuiswerkers binnen een vooraf opgegeven termijn de afgewerkte materialen dienden binnen te leveren bij (eiseres) ; - dat (eiseres) niet alleen sporadisch toezicht uitoefende tijdens de werkzaamheden (...) maar ook controle uitvoerde op het uitgevoerde werk, bij wijze van steekproef werden enkele dozen op hun kwaliteit gecontroleerd ; op de afgewerkte dozen dienden de huisarbeiders hun initialen, nummer en inhoud te noteren zodat (eiseres) kon toezien wie het werk had uitgevoerd ; indien het werk niet behoorlijk was uitgevoerd werden de dozen teruggestuurd naar de betrokken huisarbeider met opdacht het werk opnieuw uit te voeren ; - dat (eiseres), zonder inspraak van de huisarbeiders, éénzijdig een stukprijs bepaalde ; - dat (eiseres) ten overstaan van de opdrachtgevers alle verantwoordelijkheid droeg ; - dat de uitbetaling van de huisarbeiders maandelijks gebeurde op basis van een door hen ingevulde prestatiefiche, en dit per overschrijving of per cheque. Uit voormelde feitelijke elementen blijkt duidelijk dat door de thuisarbeiders een verbintenis werd aangegaan tot het verrichten van bepaalde arbeid en tegen loon en dat gearbeid werd 'in gelijkaardige voorwaarden' als die van een arbeidsovereenkomst. Vermits een verhouding van ondergeschiktheid, die noodzakelijk is voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst, niet moet bestaan wanneer het gaat om arbeid verricht 'in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsover-eenkomst', is het facultatief karakter van het werk - afgeleid uit de vaststelling dat (eiseres) niet verplicht is werk te verschaffen en de thuisarbeiders de mogelijkheid hebben om het werk te weigeren - ten deze in rechte niet beslissend ter beoordeling van de gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst. De ingeroepen vrijheid om verlof te nemen zonder enig voorafgaandelijk overleg en de vrijheid om voor anderen te werken heeft eveneens betrekking op het al dan niet bestaan van een band van ondergeschiktheid en is evenmin relevant. Het in ondergeschikte orde geformuleerde getuigenbewijs dient derhalve, bij gebrek aan enige relevantie, te worden afgewezen. Rekening houdend met alle voormelde elementen bewijst (verweerder) op afdoende wijze dat de huisarbeiders van (eiseres) prestaties leverden binnen de omschrijving van artikel 3, 4°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969, zodat de eerste rechter terecht de initiële vordering van (verweerder) - tot betaling van de sociale zekerheidsbijdragen, bijdrageopslagen en intresten betreffende het derde kwartaal 1994 tot en met het tweede kwartaal 1997, alsmede de vakantiebijdragen voor de jaren 1993 tot en met 1997 gegrond verklaarde". Grieven Overeenkomstig artikel 1, ,§ 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders vindt deze wet toepassing op de werknemers en de werkgevers die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden. Luidens artikel 2, ,§ 1, enig lid, 1°, van dezelfde wet kan de Koning, bij in Ministerraad overlegd besluit, en na het advies van de Nationale Arbeidsraad te hebben ingewonnen, onder de voorwaarden die hij bepaalt, de toepassing van deze wet uitbreiden tot de personen die, zonder door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden, tegen loon arbeidsprestaties onder het gezag van een ander persoon verrichten of die een arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden, als die van een arbeidsovereenkomst. Overeenkomstig artikel 2 (behorend tot hoofdstuk 1) van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt de toepassing van voornoemde wet verruimd en beperkt overeenkomstig het bepaalde in de afdelingen 1, 2 en 2bis van dit hoofdstuk. Luidens artikel 3, enig lid, 4°, (behorend tot afdeling 1 van genoemd hoofdstuk I) van het voormelde koninklijk besluit van 28 november 1969 (zoals vervangen bij koninklijk besluit van 15 juni 1970) wordt de toepassing van de wet van 27 juni 1969 verruimd tot de personen die op een door hen gekozen plaats in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst grondstoffen of gedeeltelijk afgewerkte producten bewerken die één of verschillende handelaars hun hebben toevertrouwd en die alleen werken of gewoonlijk ten hoogste vier helpers tewerkstellen, alsmede tot die handelaars. De arbeidsgerechten beslissen op grond van de hen voorgelegde feitelijke gegevens of thuiswerkers arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst ; die beoordeling valt in beginsel buiten het toezicht van uw Hof ; de rechter mag evenwel geen rekening houden met gegevens die niets te maken hebben met de voorwaarden en omstandigheden waarin de arbeid wordt verricht ; evenmin mag de rechter bij zijn beoordeling van de gelijkaardigheid van de voorwaarden van de arbeidsprestaties met de voorwaarden van een arbeidsovereenkomst, door partijen regelmatig aangevoerde feitelijke elementen buiten beschouwing laten, wanneer deze relevant zijn voor de beoordeling van deze gelijkaardigheid van de arbeidsvoorwaarden. Na er te hebben op gewezen dat onder gelijkaardige voorwaarden als bedoeld in bovengenoemde wetsbepaling, moest worden verstaan gelijkaardige juridische voorwaarden, voerde eiseres aan dat in onderhavige zaak "diverse omstandigheden er precies op wijzen dat er in casu totaal geen gelijkaardige juridische voorwaarden zijn en integendeel alle feiten duidelijk het tegendeel aantonen." Eiseres wees er aldus op
(1)dat er een vrijheid voorhanden was om de aangeboden arbeidsprestaties al dan niet te leveren en preciseerde in dat verband : "De rechtspraak is van oordeel dat indien men de mogelijkheid heeft om de aangeboden arbeidsprestaties te weigeren, er geen sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst. Een arbeidsovereenkomst impliceert immers continue prestaties waarbij de werknemer er toe verplicht is op regelmatige wijze voor zijn werkgever te arbeiden en de werkgever evenzeer ertoe gehouden is de werknemer constant arbeid te verschaffen. (...) In casu hebben de betrokken personen allen de mogelijkheid om een aangeboden opdracht te weigeren. Tijdens het administratief onderzoek werden enkele verklaringen afgenomen van betrokken personen. Zij verklaren allen dat zij vrij waren het werk al dan niet te aanvaarden. (...) Ook uit de verklaringen die (eiseres) bijbrengt, blijkt overduidelijk dat de personen die werken voor (eiseres), vrij waren om werk al dan niet te nemen, o.a. (...). Ook de RSZ erkent dat de betrokken thuiswerkers het recht hebben om werk te weigeren (...)". Eiseres onderstreepte vervolgens
(2)dat er geen verplichting bestond in hoofde van (eiseres) om werk te verschaffen. Eiseres preciseerde in dat verband : "(Eiseres) heeft geen verplichting om werk te verschaffen. Een arbeidsovereenkomst impliceert nochtans continue prestaties waarbij de werkgever ertoe gehouden is de werknemer constant arbeid te verschaffen. Indien er geen verplichting bestond om werk te verschaffen, kan er bezwaarlijk sprake zijn van gelijkaardige voorwaarden als een arbeidsovereenkomst. (...) Slechts als er werk was, contacteerde en contacteert (eiseres) de betrokken personen, maar zij heeft desaangaande geen enkele verplichting". Eiseres wees er eveneens op
(3), onder verwijzing naar verschillende verklaringen, dat de betrokken personen de vrijheid genoten verlof te nemen wanneer ze wilden en preciseerde in dat verband : "De betrokken personen konden en kunnen verlof nemen wanneer ze dat willen. Enig voorafgaandelijk overleg is hierover niet nodig, hetgeen wel het geval is bij een arbeidsovereenkomst". Eiseres benadrukte tenslotte
(4), onder verwijzing naar bepaalde verklaringen, dat de betrokkenen de vrijheid genoten om voor anderen te werken en preciseerde in dat verband : "In het algemeen beschouwen de rechtsleer en de rechtspraak dat de mogelijkheid om ook voor anderen te werken een belangrijke aanduiding is van gebrek aan ondergeschiktheid. (...) De betrokkenen hadden de mogelijkheid ook voor anderen te werken. Trouwens velen van hen deden dat. Verschillende onder hen hadden immers een full-time job en deden het werk bij (eiseres) als bijverdienste". Eiseres bood, bovendien in ondergeschikte orde in haar appelconclusie, in toepassing van artikel 915 van het Gerechtelijk wetboek, het bewijs aan van feiten die ertoe strekten te staven dat de betrokken personen niet onder gelijkaardige voorwaarden als een arbeidsovereenkomst hun prestaties leverden, en met name dat : "- de thuiswerkers de vrijheid hadden de aangeboden arbeidsprestaties al dan niet te doen ; - de afwezigheid van verplichting in hoofde van (eiseres) om werk te geven ; - de vrijheid van de thuiswerkers om verlof te nemen ; - de vrijheid van de thuiswerkers om voor anderen te werken ; - de mogelijkheid voor de thuiswerkers om zich te laten vervangen en/of tot aanwerving over te gaan van eigen personeel ; - volledige vrijheid in organisatie van het werk". De vier hierboven vermelde, door eiseres aangevoerde elementen, te weten
(1)de vrijheid om de aangeboden arbeidsprestaties al dan niet te leveren,
(2)de afwezigheid van verplichting in hoofde van de vennootschap om werk te leveren,
(3)de vrijheid in hoofde van de betrokkenen om verlof te nemen wanneer ze willen en
(4)de vrijheid om voor anderen te werken, houden niet louter verband met de mogelijke ondergeschiktheid waarin de prestaties moeten geleverd worden, doch hebben betrekking op de al dan niet gelijkaardigheid van de voorwaarden waarin de prestaties moeten geleverd worden met die van een arbeidsovereenkomst. Het arbeidshof kon dienvolgens niet wettig de betreffende omstandigheden als niet relevant weren bij zijn beoordeling en kon evenmin het in dat verband geformuleerde bewijsaanbod om dezelfde reden afwijzen. Het arbeidshof heeft bijgevolg ten onrechte een aantal gegevens bij zijn beoordeling geweerd en een aanbod van bewijs door getuigen in dat verband afgewezen door een motief dat onwettig is, nu de onder aanbod van bewijs geplaatste feiten wél te maken hebben met de voorwaarden en omstandigheden waarin de arbeid wordt verricht. Het arbeidshof schendt bijgevolg alle in de aanhef van het middel aangewezen wetsbepalingen. IV. Beslissing van het Hof : Overwegende dat, luidens artikel 3, 4°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de sociale zekerheid voor werknemers toepasselijk is op de personen die, op een door hen gekozen plaats, in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst, grondstoffen of gedeeltelijk afgewerkte producten bewerken die één of verschillende handelaars hun hebben toevertrouwd en die alleen werken of gewoonlijk ten hoogste vier helpers tewerkstellen, alsmede op die handelaars ; Overwegende dat de arbeidsgerechten, op grond van de hun voorgelegde feitelijke gegevens, oordelen of thuiswerkers arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst ; Dat zij daarbij onaantastbaar in feite oordelen ; Dat de arbeidsgerechten bij hun oordeel of de voorgelegde feitelijke gegevens in hun geheel en in hun onderling verband genomen bewijzen dat de thuiswerkers arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst, geen rekening mogen houden met gegevens die vreemd zijn aan de voorwaarden en omstandigheden waarin de arbeid wordt verricht ; Dat zij daarbij evenmin gegevens die niet vreemd zijn aan die voorwaarden en omstandigheden, buiten beschouwing mogen laten ; Dat de vrijheid van thuiswerkers om de hun aangeboden prestaties niet te leveren, de afwezigheid van een verplichting voor de werkgever om werk te geven en de vrijheid van de thuiswerkers om voor anderen te werken, niet vreemd zijn aan de voorwaarden en omstandigheden waarin arbeid wordt verricht ; Overwegende dat het arrest beslist dat de thuisarbeiders die voor eiseres werken, arbeiden in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst ; Dat zij die beslissing onder meer laten steunen op de overwegingen dat :
- een verhouding van ondergeschiktheid van de thuiswerkers niet vereist is ;
- daarom het facultatief karakter van het werk, afgeleid uit de vaststelling dat eiseres niet verplicht is werk te verschaffen en de thuisarbeiders de mogelijkheid hebben om het werk te weigeren, te dezen niet beslissend is ter beoordeling van de gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsover-eenkomst ;
- de ingeroepen vrijheid om verlof te nemen zonder enig voorafgaandelijk overleg en de vrijheid om voor anderen te werken eveneens betrekking heeft op het al dan niet bestaan van een band van ondergeschiktheid en evenmin relevant is ; Dat het arrest op grond daarvan eveneens beslist dat het door eiseres in ondergeschikte orde aangeboden getuigenbewijs bij gebreke van enige relevantie, moet worden afgewezen ; Dat het arrest aldus de artikelen 3, 4°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 en 915 van het Gerechtelijk Wetboek schendt ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF Vernietigt het bestreden arrest ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de zaak naar het Arbeidshof te Brussel. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waûters, Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041004.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040308.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060619.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div