id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041004.7 Rolnummer: S.04.0099.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2004-12-23 Raadplegingen: 198 - laatst gezien 2026-07-03 14:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche De werkloze moet om uitkeringen te kunnen genieten, wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon zijn; de vereiste "zonder loon" is enkel gesteld in geval van een activiteit voor een derde, waarvoor de werknemer enig loon of materieel voordeel ontvangt dat tot zijn levensonderhoud of dat van zijn gezin kan bijdragen, maar is niet bedoeld voor de activiteit verricht voor zichzelf die ingeschakeld kan worden in het economisch ruilverkeer van goederen en diensten en die niet beperkt is tot het gewone beheer van het eigen bezit. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Vrije woorden: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Zonder arbeid Zonder loon Vereiste Arbeid voor zichzelf Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - Artt.44en45, Tekst van de beslissing Nr. S.04.0099.N.- B.G., eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 januari 2004 gewezen door het Arbeidshof te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Middel
- Eerste grief Overwegende dat, krachtens artikel 44 van het Werkloosheidsbesluit van 25 november 1991, de werkloze om uitkeringen te kunnen genieten, wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon moet zijn ; dat de artikelen 45 en 46 van dit besluit voormeld artikel 44 preciseren ; Dat de vereiste "zonder loon" enkel is gesteld voor het geval, bedoeld in artikel 45, 2°, van het Werkloosheidsbesluit, namelijk in geval van een activiteit voor een derde, waarvoor de werknemer enig loon of materieel voordeel ontvangt dat tot zijn levensonderhoud of dat van zijn gezin kan bijdragen, maar niet voor het geval bedoeld in artikel 45, eerste lid, 1°, namelijk voor de activiteit verricht voor zichzelf die ingeschakeld kan worden in het economisch ruilverkeer van goederen en diensten en die niet beperkt is tot het gewone beheer van het eigen bezit ; Dat de grief in zoverre faalt naar recht ; Overwegende verder dat de grief een miskenning van de motiveringsplicht aanvoert, zonder aan te wijzen welke wettelijke bepaling werd geschonden ; Dat de grief in zoverre niet ontvankelijk is ;
- Overige grieven Overwegende dat in de overige grieven niet is aangegeven hoe en waardoor de bovenaan het middel als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen, die zowel duiden op een motiverings-verplichting als op onwettigheden, of welke ervan, worden geschonden ; Dat de grieven in zoverre bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk zijn ;
- Kosten Overwegende dat, krachtens artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de kosten ten laste van verweerder moeten worden gelegd ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt verweerder in de kosten. De kosten begroot op de som van tweeënzeventig euro achtentachtig cent jegens de eisende partij en op de som van tweeënzeventig euro achtentachtig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waûters, Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041004.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div