← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041005.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041005.7 Rolnummer: P.04.1122.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-06-02 Raadplegingen: 518 - laatst gezien 2026-07-04 07:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Vermits het al dan niet opheffen van een beslag of van de ermee gelijkgestelde verzegeling kan beantwoorden aan andere noodwendigheden dan deze die het leggen ervan verantwoorden, zijn de artikelen 35 en 89 van het Wetboek van Strafvordering enkel toepasselijk op het leggen van een beslag en niet op de opheffing ervan, waarop enkel artikel 61quater van hetzelfde wetboek van toepassing is

(1).
(1)Zie artikel 28sexies, ,§ 3 wat het opsporingsonderzoek betreft. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Inbeslagname Verzegeling Voorwaarden Draagwijdte Verzoek tot opheffing Fiche 2 Vermits het al dan niet opheffen van een beslag of van de ermee gelijkgestelde verzegeling kan beantwoorden aan andere noodwendigheden dan deze die het leggen ervan verantwoorden, zijn de artikelen 35 en 89 van het Wetboek van Strafvordering enkel toepasselijk op het leggen van een beslag en niet op de opheffing ervan, waarop enkel artikel 61quater, van hetzelfde wetboek van toepassing is
(1).
(1)Zie artikel 28sexies, ,§ 3 wat het opsporingsonderzoek betreft. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Inbeslagname Verzegeling Voorwaarden Draagwijdte Verzoek tot opheffing Fiche 3 Opdat de onderzoeksrechter een verzoek tot opheffing van een beslag of van een verzegeling zou kunnen afwijzen is het noodzakelijk, maar voldoende, dat aan één van de voorwaarden bepaald in artikel 61quater, ,§ 3 van het Wetboek van Strafvordering is voldaan. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Inbeslagname Verzegeling Verzoek tot opheffing Artikel 61quater Sv. Noodzakelijke voorwaarden Fiches 4 - 6 Concl. adv.-gen. TIMPERMAN, Cass., 5 okt. 2004, AR P.04.1122.N, A.C., 2004, nr ... . Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Inbeslagname Verzegeling Voorwaarden Draagwijdte Verzoek tot opheffing Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Inbeslagname Verzegeling Voorwaarden Draagwijdte Verzoek tot opheffing Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Inbeslagname Verzegeling Verzoek tot opheffing Artikel 61quater Sv. Noodzakelijke voorwaarden Nota: P.04.1122.N Conclusie openbaar ministerie: 1. Aan de orde is de discussie omtrent de regelmatigheid van de afwijzing van een verzoek tot opheffing van een zegellegging. Voor zover dit dient beschouwd te worden als een aangelegenheid bedoelt in artikel 235bis ,§1 Sv. is het cassatieberoep ontvankelijk. Voor het overige is de voorziening niet ontvankelijk zodat alleszins al niet dient te worden geantwoord op het tweede middel dat niet opkomt tegen de regelmatigheid van de handhaving of verband houdt met de ontvankelijkheid van de voorziening. 2. De cruciale vraag die zich stelt in dit dossier is te weten of de voorwaarden die gelden voor het leggen van een beslag
(1), zoals bepaald in artikel 35 juncto 89 Sv., ook blijven gelden voor het handhaven van dat beslag in de zin van artikel 61 quater ,§3 Sv., namelijk bij het beoordelen van het verzoek van diegene die beweert geschaad te zijn door de onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen, zodat in voorkomend geval, om het beslag te kunnen handhaven, benevens aan één van de voorwaarden van artikel 61 quater ,§3 Sv. ook aan de voorwaarden van artikel 35 juncto 89 Sv. dient voldaan te zijn. 3. De appèlrechters oordeelden van niet; het eerste middel komt hier tegen op. Ofschoon een zekere rechtspraak van feitenrechters
(2), gesteund door een zekere rechtsleer
(3)oordeelden dat dit wél het geval is, denk ik dat het middel faalt naar recht. Waar de artikelen 35 en 89 van het Wetboek van Strafvordering betrekking hebben op het leggen van beslag op zaken in de zin van artikel 42 Sw. en op deze die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen, handelt artikel 61 quater ,§3 van hetzelfde Wetboek over de voorwaarden om een verzoek af te wijzen inzake een rechtshandeling met betrekking tot goederen. Uit de rechtspraak van de Kamer van Inbeschuldigingstelling te Gent
(4)en de voorbereidende werken
(5)blijkt dat voor de toepassing van artikel 61 quater ,§3 het noodzakelijk maar voldoende is dat aan één van die limitatief opgesomde voorwaarden is voldaan om een onderzoekshandeling, zoals in casu een verzegeling, te kunnen handhaven. De weigering tot opheffing kan gestoeld zijn op andere redenen dan deze welke golden om het beslag te leggen. Conclusie: verwerping. ___________________________
(1)Ter zake ging het om de verzegeling van de lokalen van een discotheek.
(2)KI Mons, 22 februari 2002, J.T., 306 met noot O. KLEES; KI Brussel, 19 april 1999, J.T., 1999, 578 met noot D. VANDERMEERSCH en O. KLEES; andere arresten in dezelfde zin weergegeven bij: H. VAN BAVEL, "Het strafrechtelijk kort geding: een jaar toepassing", P & B 2000,
(57)68-71; cfr. O. KLEES en D. VANDERMEERSCH, "Evolutions récentes de la jurisprudence en matière pénale. Le référé pénal", in Belgisch-Luxemburge Unie voor strafrecht (ed.), Perspectieven uit de recente rechtspraak in strafzaken, Gent, Mys & Breesch, 2000
(161)177.
(3)Impliciet: H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Brugge, Die Keure, 2003, 475.
(4)P. KENIS, "Een beknopt overzicht van de rechtspraak en enkele knelpunten in het ressort van het hof van beroep te Gent gedurende de eerste negen maanden na de inwerkingtreding van de Wet van 12 maart 1998 tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek", R.W. 1999-2000,
(657)658.
(5)Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 1996-97, nr. 857/1, p. 36; zie ook A. SADZOT, 'Les droits des citoyens, des victimes et des inculpés' in M. FRANCHIMONT, La loi du 12 mars 1998 réformant la procédure pénale, Liège, 1998,
  1. Tekst van de beslissing Nr. P.04.1122.N ILLUSION bvba, met zetel te Lier, Mechelsesteenweg 382, verzoekster tot het opheffen van een onderzoekshandeling, met als raadslieden Mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Brussel en Mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 28 juni 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. 2° kamer 05 oktober 2004 P.04.1122.N Advocaat-generaal Timperman heeft in substantie gezegd:
  2. Aan de orde is de discussie omtrent de regelmatigheid van de afwijzing van een verzoek tot opheffing van een zegellegging. Voor zover dit dient beschouwd te worden als een aangelegenheid bedoelt in artikel 235bis ,§1 W. Sv. is het cassatieberoep ontvankelijk. Voor het overige is de voorziening niet ontvankelijk zodat alleszins al niet dient te worden geantwoord op het tweede middel dat niet opkomt tegen de regelmatigheid van de handhaving of verband houdt met de ontvankelijkheid van de voorziening.
  3. De cruciale vraag die zich stelt in dit dossier is te weten of de voorwaarden die gelden voor het leggen van een beslag , zoals bepaald in artikel 35 juncto 89 W. Sv., ook blijven gelden voor het handhaven van dat beslag in de zin van artikel 61 quater ,§3 W. Sv., namelijk bij het beoordelen van het verzoek van diegene die beweert geschaad te zijn door de onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen, zodat in voorkomend geval, om het beslag te kunnen handhaven, benevens aan één van de voorwaarden van artikel 61 quater ,§3 W. Sv. ook aan de voorwaarden van artikel 35 juncto 89 W. Sv. dient voldaan te zijn.
  4. De appèlrechters oordeelden van niet; het eerste middel komt hier tegen op. Ofschoon een zekere rechtspraak van feitenrechters , gesteund door een zekere rechtsleer oordeelden dat dit wél het geval is, denk ik dat het middel faalt naar recht. Waar de artikelen 35 en 89 van het Wetboek van Strafvordering betrekking hebben op het leggen van beslag op zaken in de zin van artikel 42 SWB en op deze die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen, handelt artikel 61 quater ,§3 van hetzelfde Wetboek over de voorwaarden om een verzoek af te wijzen inzake een rechtshandeling met betrekking tot goederen. Uit de rechtspraak van de Kamer van Inbeschuldigingstelling te Gent en de voorbereidende werken blijkt dat voor de toepassing van artikel 61 quater ,§3 het noodzakelijk maar voldoende is dat aan één van die limitatief opgesomde voorwaarden is voldaan om een onderzoekshandeling, zoals in casu een verzegeling, te kunnen handhaven. De weigering tot opheffing kan gestoeld zijn op andere redenen dan deze welke golden om het beslag te leggen. Conclusie: verwerping. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat het arrest ten gronde oordeelt dat de afwijzing van het verzoek tot opheffing verantwoord is op grond dat de opheffing voor heel wat personen een gevaar oplevert; Dat het arrest aldus geen uitspraak doet met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, noch in een der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering; Dat het cassatieberoep in zoverre niet ontvankelijk is; B. Onderzoek van de middelen
  5. Eerste middel Overwegende dat het arrest niet zegt dat de in artikel 61quater, ,§ 3, Wetboek van Strafvordering bepaalde gevallen te beschouwen zijn als een bijkomende categorie van voorwaarden tot het leggen van beslag buiten de basisvoorwaarden opgelegd door de artikelen 35 en 89 van hetzelfde wetboek; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat artikel 35, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de procureur des Konings alles in beslag neemt waaraan de verzegeling gelijkstaat wat een van de in artikel 42 Strafwetboek bedoelde zaken schijnt uit te maken en alles wat dienen kan om de waarheid aan de dag te brengen; dat krachtens artikel 89 Wetboek van Strafvordering de bepaling van artikel 35 van hetzelfde wetboek ook voor de onderzoeksrechter geldt; Overwegende dat artikel 61quater, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat eenieder die geschaad is door een onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen, aan de onderzoeksrechter de opheffing ervan kan vragen; Overwegende dat krachtens artikel 61quater, ,§ 3, Wetboek van Strafvordering de onderzoeksrechter het verzoek kan afwijzen indien hij van oordeel is dat de noodwendigheden van het onderzoek het vereisen, indien door de opheffing van de handeling de rechten van partijen of van derden in het gedrang komen, indien de opheffing van de handeling een gevaar kan opleveren voor personen of goederen of wanneer de wet in de teruggave of de verbeurdverklaring van de betrokken goederen voorziet; Overwegende dat de artikelen 35 en 89 Wetboek van Strafvordering enkel betrekking hebben op het leggen van het beslag en niet op de opheffing ervan, waarop enkel artikel 61quater van hetzelfde wetboek van toepassing is; Dat het al dan niet opheffen van een beslag of de ermee gelijk te stellen verzegeling immers kan beantwoorden aan andere noodwendigheden dan deze die het leggen ervan verantwoorden; dat deze andere noodwendigheden kunnen zijn de vrijwaring van de rechten van derden op de in beslaggenomen of verzegelde goederen of de noodzaak dat deze goederen voor andere goederen of voor personen geen gevaar opleveren; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat een van de gevallen bepaald in artikel 61quater, ,§ 3, voornoemd - waarvan twee, zijnde de noodwendigheid van het onderzoek en de door de wet bepaalde mogelijkheid tot teruggave of verbeurdverklaring, gelijkstaan met de in artikel 35 Wetboek van Strafvordering bepaalde voorwaarden- noodzakelijk is maar volstaat opdat de onderzoeksrechter het verzoek tot opheffing van het beslag of van de verzegeling afwijst; dat het derhalve niet vereist is dat steeds aan één der voorwaarden van artikel 35 voornoemd is voldaan; Overwegende dat het enkele feit dat de onderzoeksrechter de opheffing van een beslag of een verzegeling weigert op grond van slechts één der gronden bepaald in artikel 61quater, ,§ 3, Wetboek van Strafvordering, geen miskenning van de evenredigheidsregel vervat in artikel 1 van het eerste protocol bij het EVRM oplevert; Dat het middel faalt naar recht;
  6. Tweede middel Overwegende dat het middel, dat geen verband houdt met de regelmatigheid van de handhaving van de verzegeling door de onderzoeksrechter noch betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, geen antwoord behoeft; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiseres in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zestig euro zesentwintig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijf oktober tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041005.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200512.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.