id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041012.6 Rolnummer: P.04.0476.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-17 Raadplegingen: 672 - laatst gezien 2026-07-05 02:28 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het Hof is bevoegd om na te gaan of de feitenrechter bij de uitlegging van de wettelijke bepalingen de Grondwet heeft geschonden
(1).
(1)Cass., 20 nov. 1975, A.C., 1976, 359; 16 nov. 1983, AR 3116, A.C., 1983-84, nr 147: het betreft hier uiteraard niet de grondwettigheidstoets van de wet, waartoe het Hof niet bevoegd is aangezien het de handelingen van de wetgever niet heeft te beoordelen, maar wel het onderzoek naar de door de feitenrechter gegeven uitlegging van de wet. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Vrije woorden: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Uitlegging van de wet door de feitenrechter Conformiteit met de Grondwet Fiche 2 Krachtens artikel 159 van de Grondwet behoort het tot de bevoegdheid van de rechter om de vordering, bedoeld in artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999 op haar externe en interne wettigheid te toetsen en te onderzoeken of ze strookt met de wet dan wel of ze op machtsoverschrijding of machtsafwending berust; de rechter moet meer bepaald nagaan of de beslissing van het bevoegde bestuur om een bepaalde herstelmaatregel te vorderen, uitsluitend met het oog op de goede ruimtelijke ordening is genomen en hij moet deze vordering zonder gevolg laten wanneer mocht blijken dat deze vordering steunt op motieven die vreemd zijn aan de ruimtelijke ordening of op een opvatting van de ruimtelijke ordening die kennelijk onredelijk is, doch het behoort hem niet de opportuniteit van de gevorderde maatregel te beoordelen
(1).
(1)Cass., 15 juni 2004, AR P.04.0237.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040615.14, nr ... met concl. van advocaat-generaal DE SWAEF. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Herstelvordering Bevoegdheid van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.04.0476.N GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen, eiser, eisende partij, hebbende als raadsman Mr. Veerle De Tollenaere, advocaat bij de balie te Gent, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Bart Van Bavegem, advocaat bij de balie te Gent, voor Mr. Veerle De Tollenaere, tegen
- C. P.,
- C. S., verweerders, beklaagden. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 13 februari 2004 ge-wezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel
- Eerste onderdeel Overwegende dat het Hof bevoegd is om na te gaan of de feitenrechter bij de uitlegging van de wettelijke bepalingen de Grondwet heeft geschonden; Overwegende dat artikel 149, ,§ 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, zoals gewijzigd, bepaalt: "Naast de straf kan de rechtbank bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken, en/of bouw- of aanpassingswerken uit te voeren en/of een geldsom te betalen gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen (...)"; Overwegende dat deze bepaling moet worden gelezen in de context van artikel 159 Grondwet, krachtens hetwelk de hoven en rechtbanken geen gevolg geven aan de bestuurshandelingen die niet met de wetten overeenstemmen; dat krachtens die laatste bepaling, het tot de bevoegdheid van de rechter behoort om de vordering bedoeld in artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999 op haar externe en interne wettigheid te toetsen en te onderzoeken of ze strookt met de wet dan wel of ze op machtsoverschrijding of machtsafwending berust; dat meer bepaald de rechter moet nagaan of de beslissing van het bevoegde bestuur om een bepaalde herstelmaatregel te vorderen, uitsluitend met het oog op de goede ruimtelijke ordening is genomen; dat mocht blijken dat de vordering van de overheid steunt op motieven die vreemd zijn aan de ruimtelijke ordening of op een opvatting van de goede ruimtelijke ordening die kennelijk onredelijk is, de rechter deze vordering zonder gevolg moet laten; dat het hem evenwel niet behoort de opportuniteit van de gevorderde maatregel te beoordelen; Overwegende dat het Hof alleen nagaat of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord; Overwegende dat de appèlrechters de weerslag van de wederrechtelijk uitgevoerde werken op de goede ruimtelijke ordening onderzoeken en dienaangaande overwegen: "Samen beschouwd brengen deze gegevens mee dat de herstelvordering, omdat en in de mate dat zij meer betreft dan het aanpassen van de door het misdrijf tot stand gebrachte constructie tot het geheel overeenstemmend met wat door de uitvoering van de bouwplannen van architect Luc Deryckere van 3 november 1995 zonder de carport en de overdekte doorgang tussen de carport en de garage zou zijn tot stand gebracht, als onredelijk dient te worden bestempeld. Deze gegevens brengen immers mee dat het voordeel voor de goede ruimtelijke ordening door het herstel geenszins opweegt tegen de last die daaruit voor de beide beklaagden voortvloeit"; Overwegende dat de appèlrechters aldus niet de opportuniteit van de herstelvordering beoordelen maar die vordering op haar wettigheid toetsen waarbij zij vaststellen dat de gevorderde maatregel van herstel in de vorige staat in geen geval is te verantwoorden door de vereisten van een goede ruimtelijke ordening; Dat zij uit hun vaststellingen geen gevolgen afleiden die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord; Overwegende dat het onderdeel, dat voor het overige geheel ervan uitgaat dat de appèlrechters uitsluitend de opportuniteit van de herstelvordering beoordelen, geen verder antwoord behoeft; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;
- Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel het Hof verzoekt, mocht het oordelen dat het bedoelde artikel 149, ,§ 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, de feitenrechter zou toelaten ook de opportuniteit van herstelvordering te beoordelen, twee prejudiciële vragen te stellen aan het Arbitragehof; Dat zoals blijkt uit het antwoord op het eerste onderdeel, het Hof deze uitlegging van het decreet niet bijtreedt, zodat de vragen niet moeten worden gesteld; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van driehonderd en acht euro zesenzeventig cent, waarvan tweeënveertig euro drieënnegentig cent verschuldigd en tweehonderd vijfenzestig euro drieëntachtig cent door eiser betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van twaalf oktober tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041012.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111004.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040615.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.16 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.17 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050125.4 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050125.6 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050426.2 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050603.30 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080318.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090210.14 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090210.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div