id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041022.17 Rolnummer: D.04.0011.N Kamer: AGV - Assemblée gén./Alg.Vergadering Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2004-12-17 Raadplegingen: 435 - laatst gezien 2026-07-04 22:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche De plaatsvervangende rechter in het vredegerecht die bij een in kracht van gewijsde getreden arrest is veroordeeld wegens misbruik van vertrouwen, heeft afbreuk gedaan aan de waardigheid van zijn ambt en is niet meer waardig deel te nemen aan de uitoefening van de rechterlijke macht
(1).
(1)Zie Cass., 6 mei 2004, AR D.04.0004.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040506.10, nr ...; 12 juni 2003, AR D.03.0010.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030612.10, nr ...; 15 nov. 2002, AR D.02.0020.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021115.8, nr
- Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT Vrije woorden: RECHTERLIJKE TUCHT Plaatsvervangende rechter in het vredegerecht Strafrechtelijke veroordeling Waardigheid van het ambt Ontzetting Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.404,405e Tekst van de beslissing Nr. D.04.0011.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE, verzoeker tot ontzetting van X, hierna geïdentificeerd, uit zijn ambt van plaatsvervangend vrederechter in het Derde Kanton te Y, tegen X., bij koninklijk besluit van (...) tot plaatsvervangend vrederechter in het Derde Kanton te Y. benoemd. I. Rechtspleging voor het Hof Het Hof is overeenkomstig artikel 426 van het Gerechtelijk Wetboek in algemene vergadering bijeengekomen. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft de ontzetting van X. uit zijn ambt van plaatsvervangend vrederechter in het Vredegerecht van het Derde Kanton te Y. gevorderd. X. werd overeenkomstig artikel 423 van het Gerechtelijk Wetboek bij gerechtsbrief opgeroepen om in persoon te verschijnen op de terechtzitting van 22 oktober 2004 om 14.30 uur. Hij is verschenen, bijgestaan door Mr. Jean Heyvaert, advocaat bij de balie te Dendermonde. De Heer X. heeft verzocht de zaak met gesloten deuren te behandelen. II. Voorwerp van de vordering De schriftelijke vordering van 28 juni 2004 van de Procureur-generaal luidt als volgt : "Aan het Hof van Cassatie, De procureur-generaal bij dit Hof betoogt het volgende. X., advocaat, is bij koninklijk besluit van (...) benoemd tot plaatsvervangend rechter in het Vredegerecht van het Derde Kanton Y. Op (...) heeft hij op de openbare terechtzitting van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Y. de bij artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 voorgeschreven eed afgelegd. Een in kracht van gewijsde gegaan arrest van (...) van de eerste kamer van het Hof van Beroep te Y. heeft bewezen verklaard dat X. gelden die hem overhandigd zijn onder verplichting om ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden, bedrieglijk verduisterd of verspild heeft, namelijk in de periode van 13 oktober 2000 tot 21 februari 2001, een bedrag van 867.220 oude frank, en begin 1998, een bedrag van 1.075.782 oude frank. Het hof van beroep veroordeelde hem tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden, met uitstel gedurende drie jaar, en tot een geldboete van 1.487,36 euro of een vervangende gevangenisstraf van twee maanden. Uit het arrest en uit het strafonderzoek blijkt dat de veroordeelde de feiten der tenlasteleggingen niet betwist, dat vaststaat dat hij zich de vermelde bedragen die hij als advocaat had ontvangen om ze over te maken aan de personen voor wie ze bestemd waren, wederrechtelijk heeft toegeëigend en voor private doeleinden heeft aangewend, en dat de feiten uiting zijn van eenzelfde voortgezet delictueel opzet. Het hof van beroep oordeelde niet te kunnen ingaan op de vraag om de uitspraak van de veroordeling op te schorten gelet op de zwaarwichtigheid van de feiten, de aanzienlijke bedragen die werden verduisterd en het misbruik dat de veroordeelde gemaakt heeft van zijn functie als advocaat. Bij de straftoemeting heeft het hof van beroep deze omstandigheden in aanmerking genomen, en ook het feit dat de veroordeelde de benadeelden gedurende lange tijd allerlei uitvluchten heeft voorgehouden om in het bezit van de verduisterde gelden te kunnen blijven ; in het voordeel van de veroordeelde werd rekening gehouden met zijn blanco strafrechtelijk verleden en met de omstandigheid dat hij inmiddels, na de verkoop van zijn woning, de benadeelden schadeloos heeft gesteld. Uit de aard van de bewezen verklaarde feiten van misbruik van vertrouwen en uit de beslissing die de opschorting van de uitspraak van de veroordeling afwijst, blijkt dat X. afbreuk heeft gedaan aan de waardigheid van zijn ambt en het vertrouwen van de burgers in de rechterlijke macht heeft geschokt ; hij is niet meer waardig deel te nemen aan de uitoefening van de rechterlijke macht. Gelet op de artikelen 152, tweede lid, van de Grondwet, 404, 405, 409, 417 tot en met 420 en 422 tot en met 426 van het Gerechtelijk Wetboek, en 6.1 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, vordert de procureur-generaal dat het Hof, in algemene vergadering, na onderzoek uitspraak doende in openbare terechtzitting, X. uit zijn ambt van plaatsvervangend rechter in het Vredegerecht van het Derde Kanton Y. ontzet en hem in de kosten veroordeelt. Brussel, 28 juni
- Voor de procureur-generaal, de advocaat-generaal, get. G. BRESSELEERS" III. Beslissing van het Hof Overwegende dat X. bij koninklijk besluit van (...) is benoemd tot plaatsvervangend vrederechter in het Vredegerecht van het derde Kanton te Y. en dat hij op (...) de eed, voorgeschreven bij artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831, heeft afgelegd op de openbare terechtzitting van de eerste kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Y. ; Overwegende dat de in de vordering van de Procureur-generaal aangehaalde feiten door het arrest van het Hof van Beroep te Y. van (...) dat in kracht van gewijsde is getreden, bewezen zijn ; Overwegende dat X. bij voormeld arrest, werd veroordeeld op grond dat hij hem overhandigde bedragen onder verplichting om ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden, bedrieglijk verduisterd of verspild heeft ; Overwegende dat het gedrag van de magistraat die anderen moet berechten, boven elke verdenking verheven moet zijn ; Overwegende dat uit de bewezen feiten blijkt dat X. door zijn gedrag het vertrouwen van de rechtszoekende in de rechtsbedeling heeft aangetast ; Dat hij hierdoor afbreuk heeft gedaan aan de waardigheid van zijn ambt van plaatsvervangend rechter en niet meer waardig is deel te nemen aan de uitoefening van de rechterlijke macht ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, in openbare terechtzitting ; Gelet op de artikelen 6.1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, 152, tweede lid, van de Grondwet, en 404, 405, 409, 417 tot 420, 422 tot 424 en 426 van het Gerechtelijk Wetboek ; Ontzet X. uit zijn ambt van plaatsvervangend vrederechter in het Derde Kanton te Y. ; Veroordeelt hem in de kosten, tot heden begroot op nul euro. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, in algemene vergadering te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de afdelingsvoorzitter Edward Forrier, de raadsheren Greta Suetens-Bourgeois, Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Philippe Echement, Jean de Codt, Frédéric Close, Ghislain Londers en Paul Mathieu, en uitgesproken in openbare terechtzitting van tweeëntwintig oktober tweeduizend en vier door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guido Bresseleers, met bijstand van hoofdgriffier Sluys. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041022.17 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021115.8 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030612.10 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040506.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div