id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041022.22 Rolnummer: D.03.0021.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2004-12-23 Raadplegingen: 544 - laatst gezien 2026-07-05 00:20 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het cassatieberoep tegen de beslissing van een tuchtraad van beroep van de Orde van Advocaten die wegens meerdere telastleggingen samen een tuchtstraf heeft uitgesproken, is niet onontvankelijk indien het cassatiemiddel alleen betrekking heeft op de eerste telastlegging en het Hof oordeelt dat het niet vaststaat dat de door het middel niet bedoelde fouten de uitgesproken tuchtstraf tot gevolg zouden hebben gehad
(1)
(2).
(1)Zie Cass., 6 mei 2004, AR D.03.0014.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040506.9, nr ...
(2)Het O.M. was van mening dat het middel op een onvolledige lezing van de bestreden beslissing berustte. Reeds in de oproepingsbrief was afstand genomen van art. 8 van het Reglement van 8 maart 1990, en werd de gedraging waaromtrent eiser zich moest verantwoorden omschreven als de onderwerping aan een multidisciplinaire structuur die de onafhankelijkheid van de advocaat in het gedrang brengt; het is ook in die bewoordingen dat de tenlastelegging bewezen verklaard is. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - TUCHTZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - TUCHTZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep Veroordeling tot een tuchtstraf Verschillende telastleggingen Cassatiemiddel tegen een telastlegging Onzekerheid of voor de overige feiten dezelfde straf zou uitgesproken zijn Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: ADVOCAAT Tuchtzaak Verschillende telastleggingen Een enkele tuchtstraf Cassatieberoep Cassatiemiddel tegen een telastlegging Onzekerheid of voor de overige feiten dezelfde straf zou uitgesproken zijn Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Fiche 3 Er bestaat een algemeen rechtsbeginsel dat de toepassing van het mildere tuchtrecht oplegt
(1)
(2). (Impliciete oplossing).
(1)Zie Cass., 18 feb. 2002, AR S.01.0138.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020218.6, nr 115.
(2)Het O.M. was van mening dat het middel op een onvolledige lezing van de bestreden beslissing berustte. Reeds in de oproepingsbrief was afstand genomen van art. 8 van het Reglement van 8 maart 1990, en werd de gedraging waaromtrent eiser zich moest verantwoorden omschreven als de onderwerping aan een multidisciplinaire structuur die de onafhankelijkheid van de advocaat in het gedrang brengt; het is ook in die bewoordingen dat de tenlastelegging bewezen verklaard is. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Toepassing van het mildere tuchtrecht Fiche 4 Geen tuchtstraf kan worden uitgesproken op grond van een bepaling van een reglement van de Nationale Orde van advocaten die op het ogenblik van de uitspraak is opgeheven
(1).
(1)Het O.M. was van mening dat het middel op een onvolledige lezing van de bestreden beslissing berustte. Reeds in de oproepingsbrief was afstand genomen van art. 8 van het Reglement van 8 maart 1990, en werd de gedraging waaromtrent eiser zich moest verantwoorden omschreven als de onderwerping aan een multidisciplinaire structuur die de onafhankelijkheid van de advocaat in het gedrang brengt; het is ook in die bewoordingen dat de tenlastelegging bewezen verklaard is. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: ADVOCAAT Tuchtzaak Tuchtrechtelijke tekortkoming Reglement van de Nationale Orde Werking in de tijd Tekst van de beslissing Nr. D.03.0021.N V.M.M eiser, vertegenwoordigd door Mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen PROCUREUR GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, zijnde voor hem op zijn parket-generaal, gevestigd te 1000 Brussel, Gerechtshof, Poelaertplein, verweerder. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing van de tuchtraad van beroep van de balies in het gerechtsgebied van het Hof van Beroep te Brussel op 29 september 2003 gewezen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen artikel 15.1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, opgemaakt te New York op 19 december 1966, goedgekeurd bij wet van 15 mei 1981 (B.S., 6 juli 1983) (I.V.B.P.R.) ; artikel 2, tweede lid, van het Strafwetboek ; het algemeen rechtsbeginsel van de terugwerkende kracht van de mildere strafwet, zoals bevestigd in artikel 15.1 van het I.V.B.P.R. en in artikel 2, tweede lid, van het Strafwetboek ; artikel 6 van het reglement inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten aangenomen door de Orde van Vlaamse Balies op 22 januari
- Aangevochten beslissingen De bestreden beslissing berispt eiser wegens onder meer de eerste tenlastelegging, omschreven als "Inbreuk op artikel 8 van het Reglement van de Nationale Orde van Advocaten van 8 maart 1990 dat bepaalt : Alleen de Algemene Raad van de Nationale Orde kan de andere vrije beroepen aanduiden waarmee de advocaten zich in België kunnen associëren of groeperen. Zelfs indien moet worden aangenomen dat de advocaten zich op grond van het Europees recht dat voorrang heeft op de voormelde bepaling mogen organiseren via een geïntegreerde kostendelende samenwerkingsstructuur, dan nog moet vastgesteld worden dat U ter zake veel verder gaat door U te onderwerpen aan een multidisciplinaire structuur die de onafhankelijkheid van de advocaat in het gedrang brengt". Grieven De bestreden beslissing spreekt een enkele tuchtstraf uit wegens verschillende tenlasteleggingen en laat in het onzekere of volgens de raad van beroep, de uitgesproken straf voldoende was verantwoord door de tenlasteleggingen waarop het onderstaande middel geen betrekking heeft. Het middel, dat alleen betrekking heeft op de eerste tenlastelegging, is derhalve ontvankelijk. De bestreden beslissing berispt eiser o.m. wegens de eerste tenlastelegging, namelijk een inbreuk op artikel 8 van het Reglement van de Nationale Orde van Advocaten van 8 maart
- Bedoeld artikel 8 van het Reglement van de Nationale Orde van Advocaten van 8 maart 1990 werd opgeheven door artikel 6 van het reglement inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten, aangenomen door de Orde van Vlaamse Balies op 22 januari 2003, dat bepaalt dat artikel 8 van het reglement "Uitoefening in samenwerking van het beroep van advocaat" van 8 maart 1990 van de algemene raad van de Nationale Orde van Advocaten wordt opgeheven voor alle advocaten van de balies die van de Orde van Vlaamse Balies deel uitmaken. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van de terugwerkende kracht van de mildere strafwet, dat is neergelegd is de artikelen 15.1 I.V.B.P.R. en 2, tweede zin, van het Strafwetboek dient, indien na het begaan van het strafbare feit, de wet mocht voorzien in de oplegging van een lichtere straf, de overtreder daarvan te profiteren. Dit beginsel van terugwerkende kracht geldt zowel voor de wet die een lichtere straf oplegt, als voor de wet die aan een als misdrijf omschreven gedraging het strafbaar karakter ontneemt of de omschrijving van het strafbaar feit inperkt. Meer algemeen geldt het beginsel volgens hetwelk de minst strenge strafwet terugwerkende kracht heeft, dat tevens van toepassing is in tuchtzaken, voor alles wat de toestand van de beklaagde verbetert. Artikel 6 van het reglement inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten, aangenomen door de Orde van Vlaamse Balies op 22 januari 2003 verbetert de toestand van eiser, die tuchtrechtelijk werd vervolgd wegens een inbreuk op artikel 8 van het Reglement van de Nationale Orde van Advocaten van 8 maart 1990, door laatstgenoemde artikel op te heffen. Derhalve komt aan artikel 6 van het reglement inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten terugwerkende kracht toe. De berisping die de bestreden beslissing uitspreekt wegens een inbreuk op artikel 8 van het Reglement van de Nationale Orde van Advocaten van 8 maart 1990 miskent derhalve het algemeen rechtsbeginsel van de terugwerkende kracht van de mildere strafwet, en de artikelen 15.1 van het I.V.B.P.R. en 2, tweede lid, van het Strafwetboek, waarin dit algemeen rechtsbeginsel is neergelegd. Door eiser te berispen wegens een inbreuk op artikel 8 van het Reglement van de Nationale Orde van Advocaten van 8 maart 1990 miskent de bestreden beslissing tevens artikel 6 van het reglement inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten, waarbij de eerstgenoemde bepaling was afgeschaft. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat de bestreden beslissing eiser berispt "in hoofde van de eerste, derde en vierde tenlastelegging welke bewezen worden verklaard" ; Overwegende dat het middel enkel opkomt tegen de eerste tenlastelegging, namelijk een inbreuk op artikel 8 van het reglement van de Nationale Orde van advocaten van 8 maart 1990 dat bepaalt : "Alleen de algemene raad van de Nationale Orde kan de andere vrije beroepen aanduiden waarmee de advocaten zich in België kunnen associëren of groeperen" ; Dat het middel aanvoert dat voormeld artikel 8 is opgeheven door artikel 6 van het reglement inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten van 23 januari 2003 en eiser op grond van de terugwerkende kracht van het mildere tuchtrecht daarvan moest genieten ; Overwegende dat de bestreden beslissing oordeelt dat "de Tuchtraad terecht van oordeel was dat er eenheid van opzet aanwezig is en dat de bewezen tenlasteleggingen in een zelfde kader thuishoren zodat slechts een straf dient te worden uitgesproken" ; Overwegende dat aldus niet vaststaat dat de door het middel niet bedoelde fouten de uitgesproken tuchtstraf tot gevolg zouden hebben gehad ; Overwegende dat de berisping uitgesproken is op grond van een bepaling van het reglement van de Nationale Orde van advocaten van 8 maart 1990 die op het ogenblik van de uitspraak reeds was opgeheven bij artikel 6 van het reglement van de Orde van Vlaamse balies van 22 januari 2003 ; Dat de tuchtrechtelijke overheid aan deze opheffing een terugwerkende kracht had moeten verlenen ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt de bestreden beslissing ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing ; Veroordeelt de Staat in de kosten ; Verwijst de zaak naar een anders samengestelde tuchtraad van beroep van de balies van het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Brussel. De kosten begroot op de som van vierhonderd vierenveertig euro dertien cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Eric Dirix, Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van tweeëntwintig oktober tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guido Bresseleers, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041022.22 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020218.6 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040506.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060113.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div