← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.37

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.37 Rolnummer: P.04.1129.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2004-12-17 Raadplegingen: 585 - laatst gezien 2026-07-05 00:09 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Zo het bevel tot huiszoeking de woning moet preciseren waar de huiszoeking moet worden uitgevoerd en dit normaal gebeurt door de vermelding van het adres en de naam van de bewoner, vereisen noch artikel 89bis Wetboek van Strafvordering, noch enige andere wetsbepaling dat het bevel tot huiszoeking de naam van de bewoner vermeldt

(1).
(1)Zie Cass., 18 nov. 1997, AR P.96.1364.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971118.3, nr 485 met concl. van adv.-gen. BRESSELEERS; 26 maart 2002, AR P.01.1642.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020326.23, nr 204. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Huiszoeking Bevel tot huiszoeking Vermeldingen Fiche 2 Nu de vermelding in het bevel tot huiszoeking van de bewoner van de woning slechts één van de mogelijke gegevens is die de officier van gerechtelijke politie die met de uitvoering van de huiszoeking is gelast, moeten toelaten te weten aangaande welk misdrijf de onderzoeksrechter zijn onderzoek voert en welke nuttige opsporingen en inbeslagnemingen hij zelf in verband daarmee kan verrichten zonder de perken van het gerechtelijk onderzoek en van zijn opdracht te buiten te gaan, houdt de loutere vermelding van de naam van de vermoede bewoner niet noodzakelijk een beperking in voor de huiszoeking in de vermelde woning
(1).
(1)Zie Cass., 18 nov. 1997, AR P.96.1364.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971118.3, nr 485 met concl. van adv.-gen. BRESSELEERS; 26 maart 2002, AR P.01.1642.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020326.23, nr 204. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Huiszoeking Bevel tot huiszoeking Vermelding van bewoner van woning Fiche 3 Onder het begrip woning in de zin van artikel 15 Grondwet moet worden verstaan de plaats die een persoon bewoont om er zijn verblijf of zijn werkelijke verblijfplaats te vestigen en waar hij uit dien hoofde recht heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, zijn rust en meer in het algemeen zijn privé-leven
(1).
(1)Cass., 20 dec. 2000, AR P.00.1384.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001220.11, nr
  1. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Huiszoeking Woning Tekst van de beslissing Nr. P.04.1129.N
  2. C. J. R., met als raadsman Mr. Bart Coopman, advocaat bij de balie te Brussel,
  3. D. R. D. M. H., met als raadslieden Mr. Luc Schuermans en Mr. Jan Surmont, advocaten bij de balie te Turnhout, eisers, inverdenkinggestelden, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Annelies Vandenberghe, advocaat bij de balie te Brussel, I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 28 juni 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eiser sub 1 stelt in een memorie een middel voor. De eiseres sub 2 stelt in een memorie een middel voor. Die memories zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel van de eiser sub 1
  4. Eerste onderdeel Overwegende dat het in het artikel 89bis Wetboek van Strafvordering vermelde bevel tot huiszoeking, als bedoeld in artikel 15 Grondwet, de woning moet preciseren waar deze moet worden uitgevoerd; dat, zo dit normaal gebeurt door de vermelding van het adres en de naam van de bewoner, evenwel artikel 89bis Wetboek van Strafvordering noch enige andere wetsbepaling vereisen dat het bevel tot huiszoeking de naam van de bewoner vermeldt; Overwegende dat, enerzijds, de vermelding van de bewoner slechts één van de mogelijke gegevens is die de officier van gerechtelijke politie die met de uitvoering van de huiszoeking is gelast, moeten toelaten te weten aangaande welk misdrijf de onderzoeksrechter zijn onderzoek voert en welke nuttige opsporingen en inbeslagnemingen hijzelf in verband daarmee kan verrichten zonder de perken van het gerechtelijk onderzoek en van zijn opdracht te buiten te gaan; Overwegende dat, anderzijds, de loutere vermelding van de naam van de vermoede bewoner niet noodzakelijk een beperking inhoudt voor de huiszoeking in de vermelde woning; Dat het onderdeel faalt naar recht;
  5. Tweede onderdeel Overwegende dat onder het begrip "woning" in de zin van de artikel 15 Grondwet moet worden verstaan de plaats die een persoon bewoont om er zijn verblijf of zijn werkelijke verblijfplaats te vestigen en waar hij uit dien hoofde recht heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, zijn rust en meer in het algemeen zijn privé-leven; Overwegende dat het arrest van het begrip "woning" geen onwettige uitlegging geeft, noch een uitlegging die onverzoenbaar is met de bewoordingen van het te dezen afgegeven bevel tot huiszoeking; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;
  6. Derde onderdeel Overwegende dat het arrest niet oordeelt dat een persoon die niet op een bepaald adres is ingeschreven, daar zijn woning niet kan hebben, maar enkel het feit dat de eisers niet ingeschreven waren op het adres van de woning als feitelijke beschouwing vermeldt; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  7. Vierde onderdeel Overwegende dat, van zodra de uitlegging die de rechter van een akte geeft, niet onverenigbaar is met de inhoud van die akte, er geen miskenning van bewijskracht is; Overwegende dat het onderdeel zelf aanvoert dat het huiszoekingsbevel op tweeërlei wijze kan worden uitgelegd, "maximaal" en "minimaal" en dat het arrest het huiszoekingsbevel "maximaal" uitlegt; Dat hieruit volgt dat het arrest dat het huiszoekingsbevel uitlegt op een wijze die volgens het onderdeel zelf mogelijk is, de bewijskracht van dit huiszoekingsbevel niet miskent; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  8. Vijfde onderdeel Overwegende dat, anders dan het onderdeel aanvoert, het arrest het verweer van de eisers beantwoordt; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  9. Zesde onderdeel Overwegende dat het onderdeel niet preciseert hoe en waardoor het arrest dubbelzinnig is; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is; B. Onderzoek van het middel van de eiseres sub 2
  10. Eerste onderdeel Overwegende dat het arrest met de overweging dat het bevel tot huiszoeking voor het pand op het bepaalde adres "als woning van (een met name aangeduide vennootschap)" betrekking had op het volledige pand op dit adres, van dit bevel een uitlegging geeft die met de bewoording ervan niet onverenigbaar is; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  11. Tweede, derde en vierde onderdeel Overwegende dat de onderdelen uitgaan van de onjuiste onderstelling dat het door de onderzoeksrechter aan de gedelegeerde officier van gerechtelijke politie gegeven bevel daartoe niet toeliet huiszoeking te verrichten in de gehele woning op het aangegeven adres; Dat de onderdelen niet kunnen worden aangenomen; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissingen overeenkomstig de wet zijn gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeëntachtig euro twintig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.37 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971118.3 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001220.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020326.23 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050315.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.