id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.38 Rolnummer: P.04.1329.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2004-12-17 Raadplegingen: 456 - laatst gezien 2026-07-05 02:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche De verzoeker tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere wiens verzoek kennelijk onontvankelijk is verklaard door het Hof wordt veroordeeld tot een geldboete om reden dat zijn lichtzinnig beroep op voornoemde rechtspleging rechtsmisbruik oplevert dat de normale werking van het gerecht ernstig heeft verstoord
(1).
(1)Cass., 6 feb. 2002, AR P.02.0091.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020206.6, nr 90. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Kennelijk niet-ontvankelijk verzoek Geldboete Tekst van de beslissing Nr. P.04.1329.N V. D. M., verzoeker tot verwijzing van een zaak van het ene hof van beroep naar het andere wegens gewettigde verdenking. I. Voorafgaande rechtspleging V. D. M. heeft het Hof verzocht de bij het Hof van Beroep te Gent tegen hem hangende strafzaak naar een ander hof van beroep te verwijzen wegens gewettigde verdenking. Het Hof heeft dit verzoek bij arrest van 19 oktober 2004 kennelijk niet ontvankelijk verklaard en tevens gezegd dat een geldboete wegens kennelijk onontvankelijk verzoek zoals bepaald in artikel 545, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering verantwoord kan zijn. De griffier bij het Hof heeft bij gerechtsbrief van 19 oktober 2004 V. D. M. opgeroepen om tegen de zitting van 26 oktober 2004 schriftelijk zijn opmerkingen mede te delen. II. Huidige rechtspleging Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. V. D. M. heeft schriftelijke opmerkingen medegedeeld. III. Beslissing van het Hof Overwegende dat de schriftelijke opmerkingen van V. D. M., voor zover die begrijpelijk zijn, enkel betrekking hebben op het arrest van het Hof van 19 oktober 2004 en niet op de eventuele geldboete die wegens het kennelijk onontvankelijk verzoek, zoals bepaald in artikel 545, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering, verantwoord kan zijn; Overwegende dat V. D. M. geen redelijke verantwoording geeft voor zijn handeling; dat zijn lichtzinnig beroep op de rechtspleging van de artikelen 542 en 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering rechtsmisbruik oplevert dat de normale werking van het gerecht ernstig heeft verstoord; Overwegende dat het opleggen van een zware geldboete dan ook verantwoord is om V. D. M. aan te sporen zich in de toekomst te onthouden van lichtzinnige verzoeken tot verwijzing; OM DIE REDENEN, HET HOF, Veroordeelt V. D. M. tot een burgerrechtelijke geldboete zoals bedoeld, in artikel 545, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering, van 1500 euro; Verstaat dat de administratie der registratie der domeinen zal innen met aanwending van alle middelen van recht; Veroordeel V. D. M. in de kosten. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.38 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020206.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div