← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.12 Rolnummer: P.04.1023.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-03-24 Raadplegingen: 427 - laatst gezien 2026-07-04 21:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het artikel 69bis Wegverkeerswet, ingevoegd bij wet van 7 feb. 2003 en in werking getreden op 1 maart 2004, bepaalt dat, voor de toepassing van deze wet en in afwijking van artikel 40 van het Strafwetboek, de geldboete, bij gebreke aan betaling binnen de door dat artikel bepaalde termijn, voor hen die wegens een wanbedrijf worden veroordeeld, kan vervangen worden door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig, waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis en dat niet langer dan een maand en niet korter dan acht dagen zal zijn; hieruit volgt dat de door de nieuwe wet bepaalde straffen lichter zijn dan deze die vóór de inwerkingtreding ervan toepasselijk waren

(1)
(2).
(1)Bij arrest AR P.04.1667.N van 11 januari 2005 werd in de tweede paragraaf van het antwoord op het eerste onderdeel de passus "thans in ,§ 2 de feiten van de telastlegging A strafbaar stelt met een geldboete van 10 euro tot 250 euro" verbeterd in "thans in ,§ 1, derde lid, de feiten van de telastlegging A strafbaar stelt met een geldboete van 50 euro tot 250 euro".
(2)Zie ook P.04.0857.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.11 en P.04.1027.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.9 van dezelfde datum. Thesaurus CAS: STRAF - ZWAARSTE STRAF Vrije woorden: STRAF - ZWAARSTE STRAF Wet 7 feb. 2003 Artikel 69bis Wegverkeerswet Vervangend verval van het recht tot sturen Vervangende gevangenisstraf Mildere straf Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 69 - Artikel 69bis Vrije woorden: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 69 - Artikel 69bis Vervangend verval van het recht tot sturen Vervangende gevangenisstraf Mildere straf Tekst van de beslissing Nr. P.04.1023.N V. L. G. R. M., eiser, beklaagde, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 28 mei 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Brugge. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel
  1. Eerste onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 29, tweede lid, Wegverkeerswet zoals het ten tijde van de bewezen verklaarde feiten van toepassing was, de telastlegging A, zijnde overtreding van artikel 10.1.3 Wegverkeersreglement, strafbaar is met een gevangenisstraf van een dag tot een maand en met een geldboete van 10 euro tot 500 euro of met een van die straffen alleen; Dat artikel 29 voormeld vervangen werd bij artikel 6 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligdheid, dat in werking getreden is op 1 maart 2004, en thans in ,§2 de feiten van de telastlegging A strafbaar stelt met een geldboete van 10 euro tot 250 euro; Overwegende dat artikel 33, ,§1, 1°, Wegverkeerswet, de telastlegging B, zijnde vluchtmisdrijf, strafbaar stelt met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met een geldboete van 200 tot 2000 euro of met een van die straffen alleen; dat krachtens artikel 38, ,§1, eerste lid, 1° van die wet, dat ingevolge artikel 19.3° van voornoemde wet van 7 februari 2003 artikel 38, ,§1, eerste lid, 5° geworden is, de rechter tevens het verval van het recht tot sturen van een motorvoertuig kan uitspreken gedurende minstens 8 dagen en ten hoogste vijf jaar; Overwegende dat, krachtens artikel 40 Strafwetboek, de geldboete, bij gebreke van betaling binnen de door dat artikel bepaalde termijn, voor hen die wegens een wanbedrijf worden veroordeeld, kan vervangen worden door gevangenisstraf, waarvan de duur bij het vonnis van veroordeling wordt bepaald en die drie maanden niet zal te boven gaan; Dat krachtens artikel 69bis Wegverkeerswet, ingevoegd bij voornoemde wet van 7 februari 2003 dat in werking getreden is op 1 maart 2004, voor de toepassing van deze wet en, in afwijking van artikel 40 van het Strafwetboek, de boete, bij gebreke van betaling binnen de door dat artikel bepaalde termijn, voor hen die wegens een wanbedrijf worden veroordeeld, kan vervangen worden door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis en dat niet langer dan een maand en niet korter dan acht dagen zal zijn; Overwegende dat hieruit volgt dat de door de nieuwe wet bepaalde straffen lichter zijn dan deze bepaald door de wet die ten tijde van het plegen der feiten van toepassing waren; Overwegende dat het bestreden vonnis eiser wegens de telastlegging A veroordeelt tot een geldboete van 26 euro, verhoogd met 40 opdeciemen, of een vervangende gevangenisstraf van acht dagen, met gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van die straf; dat het eiser wegens de telastlegging B tot een geldboete van 200 euro, verhoogd met 40 opdeciemen, of een vervangende gevangenisstraf van een maand, met gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van die straf, alsmede tot een rijverbod van een maand; Overwegende dat door voor de uitgesproken geldboetes een vervangende gevangenisstraf uit te spreken, het bestreden vonnis een zwaardere straf uitspreekt dan deze die krachtens de nieuwe wet van toepassing is, dewelke voor de geldboete enkel voorziet in een vervangend rijverbod; dat het aldus de artikelen 2 Strafwetboek en 69bis Wegverkeerswet schendt; Dat het onderdeel gegrond is;
  2. Overige onderdelen Overwegende dat de onderdelen niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de schuldig-verklaring en op de hoofdstraf Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorge-schreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het eiser tot een vervangende gevangenisstraf veroordeelt; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; Verwerpt het cassatieberoep voor het overige; Veroordeelt eiser in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat; Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Kortrijk, zitting houdend in hoger beroep; Gezegde kosten begroot op de som van honderd vijftien euro zevenenvijftig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van twee november tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.11 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050420.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.