← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.8 Rolnummer: P.04.0767.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Handelsrecht Invoerdatum: 2005-02-28 Raadplegingen: 685 - laatst gezien 2026-07-04 22:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De artikelen 18, ,§ 1 en ,§ 2 en 26 van het K.B. van 15 maart 1968, houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, houden in dat eeneider die een voertuig gebruikt, zich ervan moet vergewissen dat het gewicht in beladen toestand ervan niet meer bedraagt dan het hoogst toegelaten gewicht, ook al heeft hij zelf het voertuig niet geladen; het verzuim daaraan te voldoen kan het opzet of de schuldige nalatigheid uitmaken vereist opdat het morele bestanddeel van het misdrijf zou bestaan. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Vrije woorden: WEGVERKEER - ALLERLEI Koninklijk Besluit Technisch reglement auto's Lading van voertuigen Overschrijding van het hoogst toegelaten gewicht Moreel bestanddeel Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Vrije woorden: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Wegvervoer Koninklijk Besluit Technisch reglement auto's Lading van voertuigen Overschrijding van het hoogst toegelaten gewicht Moreel bestanddeel Tekst van de beslissing Nr. P.04.0767.N FRANSEN LUC VERVOER GRONDWERK EN MACHINEVERHUUR bvba, met zetel te Brasschaat, Max Hermanlei 35, eiseres, beklaagde, met als raadsman Mr. Marc Michel, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 9 april 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende dat het middel, in zoverre het opkomt tegen het onaantastbare oordeel van het bestreden vonnis dat eiseres een economisch belang bij de overlading van het voertuig had, niet ontvankelijk is; Overwegende dat het middel voor het overige ervan uitgaat dat het morele element van de ten laste gelegde feiten niet bestaat daar de door eiseres gebruikte overgeladen vrachtwagen niet door haar maar door een hoofdaannemer werd geladen en het voor haar onmogelijk was de overlading vast te stellen; Overwegende dat eiseres onder meer wordt vervolgd wegens de misdrijven bedoeld in de artikelen 18, ,§ 1 en ,§ 2, en 26 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen; Overwegende dat krachtens artikel 18, ,§ 1, van dat koninklijk besluit, geen voertuig waarvan het gewicht in beladen toestand meer bedraagt dan het hoogste toegelaten gewicht, zich op de openbare weg mag begeven; dat artikel 18, ,§ 2, bepaalt dat geen voertuig zich op de openbare weg mag bevinden wanneer het gewicht op de grond onder elk van de assen of, eventueel, het maximumgewicht onder het steunpunt, het bij de goedkeuring vastgestelde maximum met meer dan 5% overschrijdt; dat artikel 26 van hetzelfde koninklijk besluit bepaalt dat geen voertuig op de openbare weg mag gebruikt worden indien het inzake onderhoud en werking in een staat verkeert waarbij de verkeersveiligheid in het gedrang komt of wanneer het niet voldoet aan de bepalingen van dat besluit; Overwegende dat die bepalingen inhouden dat eenieder die een voertuig gebruikt, zich ervan moet vergewissen dat het gewicht in beladen toestand ervan niet meer bedraagt dan het hoogst toegelaten gewicht, ook al heeft hij zelf het voertuig niet geladen; dat het verzuim daaraan te voldoen het opzet of de schuldige nalatigheid kan uitmaken vereist opdat het morele bestanddeel van het misdrijf zou bestaan; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiseres in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van drieënzestig euro negenendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van twee november tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.830 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.831 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.832 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.514 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.516 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.517 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.520 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.523 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.533 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.534 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.536 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.539 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.541 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.544 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.726 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.727 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.729 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.731 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.733 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.923 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.924 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.052 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.764 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.765 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.767 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.768 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.989 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.991 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.992 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.993 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.994 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.995 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.996 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.997 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.998 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.234.999 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.001 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.003 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.007 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.432 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.433 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.434 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.435 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.051 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.053 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.056 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.054 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.900 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.901 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.902 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.903 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.904 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.482 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.483 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.486 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.487 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.525 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.560 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.562 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.350 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.354 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.356 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.357 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.358 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.660 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.661 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.846 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.849 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.850 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.851 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.824 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.830 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.831 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.093 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.088 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.089 ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.085 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181121.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.