← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041108.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041108.8 Rolnummer: C.03.0531.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2004-12-27 Raadplegingen: 201 - laatst gezien 2026-07-03 16:23 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een dagvaarding houdende verzet tegen een dwangbevel inzake douane en accijnzen leidt een geding in waarbij de rechter de wettelijkheid van het dwangbevel nagaat en houdt geen verzet in tegen een verstekvonnis; uit het gebruik van de term "verzet" kan derhalve niet worden afgeleid dat deze bepaling verwijst naar het rechtsmiddel verzet zoals geregeld in de artikelen 1047 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: DOUANE EN ACCIJNZEN Dwangbevel Verzet Dagvaarding houdende verzet Aard van het middel Wettelijke bepalingen: Wet - 18-07-1977 - Art.314,§3 Fiche 2 De berusting in een beslissing is een handeling waarmee een procespartij afstand doet van het recht om rechtsmiddelen aan te wenden tegen een rechterlijke beslissing; een dwangbevel inzake douane en accijnzen maakt geen rechterlijke beslissing uit. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: DOUANE EN ACCIJNZEN Dwangbevel Aard Berusting in de beslissing Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1044,eerst Tekst van de beslissing Nr. C.03.0531.N.- PALOUME, naamloze vennootschap, met vennootschapszetel gevestigd te 2060 Antwerpen, Viaductdam 106, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer : 287.834, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 14, op benaarstiging van de gewestelijke directeur der douane en accijnzen te Antwerpen, voor wie optreedt de ontvanger van het ontvangkantoor der douane en accijnzen Antwerpen D.E., met burelen te 2000 Antwerpen, Kattendijk, Oostkaai 22, verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 25 februari 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Bij beschikking van de eerste voorzitter van 30 september 2004 werd deze zaak naar de derde kamer verwezen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiseres voert in haar verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof

  1. Eerste middel Overwegende dat, krachtens het te dezen toepasselijke artikel 314, ,§3, van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen, als van een dwangbevel eenmaal kennis is gegeven, de dadelijke uitwinning alleen kan worden opgeschort door verzet van de partij betekend aan de vervolgende ontvanger ; dat het verzet met redenen omkleed moet zijn en tevens voor de ontvanger dagvaarding moet bevatten om binnen tien dagen na het verzet voor de rechter te verschijnen, overeenkomstig de regels door het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven inzake bevoegdheid en rechtspleging ; Dat een dagvaarding houdende verzet tegen een dwangbevel inzake douane en accijnzen een geding inleidt waarbij de rechter de wettelijkheid van het dwangbevel nagaat ; dat een dergelijke dagvaarding geen verzet inhoudt tegen een verstekvonnis ; Dat uit het gebruik van de term "verzet" in artikel 314, ,§3, van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen derhalve niet kan worden afgeleid dat deze bepaling verwijst naar het rechtsmiddel verzet zoals geregeld in de artikelen 1047 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek ; Overwegende dat de appèlrechters oordelen "dat het kwestieuze verzet dient te worden aanzien als een rechtsmiddel van 'verzet' zoals omschreven in artikel 1047 van het Gerechtelijk Wetboek" en beslissen dat het dwangbevel wegens niet-naleving van de termijn om verzet aan te tekenen, die een maand bedraagt op grond van artikel 1048 van het Gerechtelijk Wetboek niet ontvankelijk is ; Dat zij aldus artikel 314, ,§3, van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen en de artikelen 1047 en 1048 van het Gerechtelijk Wetboek schenden ; Dat het middel gegrond is ;
  2. Tweede middel Eerste onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 1044, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, berusten in een beslissing, afstand doen is van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of sommige punten van die beslissing kan aanwenden of reeds heeft aangewend ; Dat berusting aldus een handeling is waarmee een procespartij afstand doet van het recht om rechtsmiddelen aan te wenden tegen een rechterlijke beslissing ; dat een dwangbevel inzake douane en accijnzen geen rechterlijke beslissing uitmaakt ; Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat eiseres ingevolge de onvoorwaardelijke betaling der gevorderde rechten duidelijk heeft berust in de vaststelling der verschuldigde bedragen en de omvang ervan ; dat zij "ingevolge berusting in de beslissing" beslissen dat het verzet niet ontvankelijk is ; Dat zij aldus artikel 1044 van het Gerechtelijk Wetboek schenden ; Dat het middel gegrond is ;
  3. Overige grieven Overwegende dat de overige grieven niet tot ruimere cassatie kunnen leiden ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart ; Beveelt dat van dit arrest melding zal gemaakt worden op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van acht november tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041108.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.