← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.15

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.15 Rolnummer: P.04.0917.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-06-07 Raadplegingen: 412 - laatst gezien 2026-07-04 05:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 16 Probatiewet houdt geen verband met het aanrekenen van een in een andere procedure reeds ondergane voorhechtenis op een door herroeping effectief geworden gevangenisstraf zodat de uitspraak van herroeping die reeds ondergane voorhechtenis niet moet vermelden. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALLERLEI Vrije woorden: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALLERLEI Herroeping Ondergane voorhechtenis in andere procedure Vermelding en aanrekening Fiche 2 Artikel 17 Probatiewet vereist niet dat in geval van dagvaarding strekkende tot herroeping, de rechter uitdrukkelijk vaststelt dat de processtukken betreffende de misdrijven die aanleiding hebben gegeven tot het probatieuitstel, ook daadwerkelijk bij het dossier zijn gevoegd

(1).
(1)Zie Cass., 25 juni 1980, A.C., 1979-1980, nr
  1. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Herroeping Voorgaande processtukken Voeging bij het dossier Vaststelling door de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.04.0917.N
  2. M. M. F.,
  3. L. J. L. M., eiseressen, met als raadslieden Mr. Bart Spriet en Mr. Brigitte Van Winsen, beiden advocaat bij de balie te Turnhout. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 4 mei 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eiseressen stellen in een verzoekschrift en in een memorie samen vijf middelen voor. Dit verzoekschrift en die memorie zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  4. Eerste middel Overwegende dat het middel, dat aanvoert dat de niet-naleving van de probatievoorwaarden enkel erin bestond nieuwe feiten te hebben gepleegd; Overwegende dat evenwel het arrest het herroepen van het probatie-uitstel niet laat steunen op nieuwe feiten maar op de niet-naleving van de probatievoorwaarden; Overwegende dat het middel geheel opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de rechter en het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is; Dat het middel niet ontvankelijk is;
  5. Tweede middel Overwegende dat een vraag aan het Hof zonder te preciseren hoe en waardoor de bestreden beslissing onwettig is, geen cassatiemiddel is;
  6. Derde middel Overwegende dat artikel 16 Probatiewet geen verband houdt met het aanrekenen van een in een andere procedure reeds ondergane voorhechtenis op een door herroeping effectief geworden gevangenisstraf maar alleen de onbeperkte samenvoeging toelaat van de ten gevolge van de herroeping uitgesproken of uitvoerbaar geworden straffen met deze die voor het nieuwe misdrijf werden uitgesproken; dat het middel, in zoverre het aanvoert dat krachtens artikel 16 Probatiewet, de uitspraak van herroeping de reeds ondergane voorhechtenis moet vermelden, faalt naar recht; Overwegende voor het overige, dat het middel in zoverre het de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing betreft, niet ontvankelijk is;
  7. Vierde middel Overwegende dat de appèlrechters benadrukken dat het probatie-uitstel niet herroepen wordt omwille van het plegen van nieuwe feiten, maar omwille van de niet-naleving van de voorwaarden; dat zij aldus op dit punt het beroepen vonnis niet bevestigen noch de aangevoerde onregelmatigheid overnemen; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
  8. Vijfde middel Overwegende dat artikel 17 Probatiewet niet vereist dat in geval van dagvaarding strekkende tot herroeping, de rechter uitdrukkelijk vaststelt dat de processtukken betreffende de misdrijven die aanleiding hebben gegeven tot het probatieuitstel, ook daadwerkelijk bij het dossier zijn gevoegd; Dat het middel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eiseressen in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van negenenzestig euro zesenzestig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zestien november tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180509.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.