← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.8 Rolnummer: C.03.0122.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2005-11-08 Raadplegingen: 200 - laatst gezien 2026-07-03 16:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche Vanaf het openvallen van de nalatenschap kunnen de erfgenamen te allen tijde, en ook in het kader van een gerechtelijke verdeling, overeenkomen omtrent de wijze waarop tot verdeling van de onverdeelde goederen wordt gekomen; zo kunnen zij overeenkomen dat de onverdeelde goederen in nature zullen worden verdeeld, openbaar geveild of onderhands verkocht

(1).
(1)W. Pintens, B. Van der Meersch en K. Vanwinckelen, Inleiding tot het familiaal vermogensrecht, Universitaire Pers, 2002, 848 nr 1888; M. Puelinckx-Coene, J. Verstraete en N. Geelhand, "Overzicht van rechtspraak Erfenissen 1988-1995", T.P.R. 1997,
(133)nr 204-
  1. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: ERFENISSEN Verdeling Wijze van verdeling Alle erfgenamen aanwezig en meerderjarig Onderlinge overeenstemming Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1205 Tekst van de beslissing Nr. C.03.0122.N
  2. D.M.0
  3. V.M.
  4. V.M. eisers, vertegenwoordigd door Mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  5. V.H.
  6. V.G. verweersters. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 3 juni 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft geconcludeerd. III. Middel De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen de artikelen 819 en 1134 van het Burgerlijk Wetboek ; artikel 1205 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest verwerpt de eis van de eisers om te zeggen voor recht dat de nalatenschap van wijlen V.H. dient vereffend en verdeeld te worden op de wijze zoals voorgesteld door notaris K.S. in zijn proces-verbaal van opening van werkzaamheden en moeilijkheden van 18 juli 1996, meer bepaald dat de onroerende goederen openbaar dienen verkocht te worden, zoals partijen overeengekomen zijn, op grond van de volgende motieven : "II. Openbare verkoping of verdeling in natura De verdeling in natura is de regel. Het is slechts indien de goederen niet gevoeglijk kunnen worden verdeeld dat ieder van de deelgenoten het recht heeft om de openbare verkoop ervan te vorderen (827, eerste lid, B.W.). Op het ogenblik dat de vereffening-verdeling wordt gevorderd kan de verkoop van de onroerende goederen nog niet worden geëist tenzij alle partijen het eens zijn. Immers dan kan in de regel nog niet worden uitgemaakt of gevoeglijke verdeling in natura mogelijk is. Om hierover een beeld te kunnen vormen moet vooraf eerst de te verdelen massa worden samengesteld. Er waren te dezen op het ogenblik van de vordering onvoldoende elementen aanwezig om veilig te kunnen concluderen dat verdeling in natura uitgesloten is. Het verslag van landmeter S. van 27 mei 1995 sluit de mogelijkheid van verdeling in natura niet uit. Gelet op de houding van (de verweersters) is er in hun hoofde thans geen akkoord om de onverdeelde goederen openbaar te laten verkopen. (De eisers) merken derhalve irrelevant op dat (de verweersters) destijds daartoe wel mondeling akkoord waren. De vereffeningsverrichtingen zullen moeten uitwijzen of de openbare verkoop zich opdringt". Grieven Artikel 819 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat wanneer alle erfgenamen aanwezig zijn en meerderjarig, er geen verzegeling van de goederen nodig is, en de verdeling kan geschieden in zodanige vorm en bij zodanige akte als de belanghebbende partijen dienstig oordelen. Artikel 1205 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat wanneer alle medeëigenaars meerderjarig, tegenwoordig of behoorlijk vertegenwoordigd zijn, zij te allen tijde de verdeling in onderlinge overeenstemming kunnen verrichten zoals zij beslissen. Uit deze bepalingen volgt dat de partijen kunnen overeenkomen dat de onroerende goederen van de nalatenschap openbaar verkocht zullen worden met het oog op de verdeling, ongeacht of een verdeling in natura al dan niet mogelijk is. De eisers voerden in hun appèlconclusie aan dat alle partijen in aanwezigheid van notaris S. hun akkoord hebben betuigd om de goederen openbaar te verkopen. Tot staving van hun stelling legden zij het proces-verbaal van 18 juli 1996 voor. De appèlrechters overwegen dat er thans geen akkoord is om de onverdeelde goederen openbaar te laten verkopen, zodat het irrelevant is dat verweerders destijds daartoe wel mondeling akkoord waren. Aldus schenden de appèlrechters artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek dat bepaalt dat alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degene die ze hebben aangegaan, tot wet strekken, alsook de artikelen 819 van het Burgerlijk Wetboek en 1205 van het Gerechtelijk Wetboek. Nu de partijen een overeenkomst konden sluiten omtrent de openbare verkoop van de goederen en een dergelijke overeenkomst de partijen tot wet strekt, dienden de appèlrechters te onderzoeken of er hieromtrent tussen partijen een overeenkomst werd gesloten, zoals de eisers aanvoerden. Hieruit volgt dat de appèlrechters, door te oordelen dat het irrelevant is dat partijen destijds akkoord waren om de goederen openbaar te laten verkopen, de in het middel genoemde bepalingen schenden. In de mate de appèlrechters oordelen dat partijen geen overeenkomst kunnen sluiten over de wijze van verdeling van de nalatenschap schenden zij nog de artikelen 819 van het Burgerlijk Wetboek en 1205 van het Gerechtelijk Wetboek. Overeenkomstig deze bepalingen kan de verdeling immers plaatsvinden in zodanige vorm als de belanghebbende partijen dienstig oordelen, wat impliceert dat partijen een overeenkomst kunnen sluiten over de wijze van verdeling. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat artikel 819 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat, wanneer alle erfgenamen aanwezig zijn en meerderjarig, de verdeling van de goederen van de nalatenschap kan geschieden in zodanige vorm en bij zodanige akte als de belanghebbende partijen dienstig oordelen ; Dat artikel 1205 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat wanneer alle mede-eigenaars meerderjarig, tegenwoordig of behoorlijk vertegenwoordigd zijn, zij te allen tijde de verdeling in onderlinge overeenstemming kunnen verrichten zoals zij beslissen ; Dat uit die bepalingen volgt dat :
  7. de erfgenamen vanaf het openvallen van de nalatenschap te allen tijde kunnen overeenkomen omtrent de wijze waarop tot verdeling van de onverdeelde goederen wordt gekomen en onder meer kunnen overeenkomen of de onverdeelde goederen in natura zullen worden verdeeld, of openbaar geveild of onderhands verkocht ;
  8. dergelijke overeenkomst ook toegelaten is in het kader van een gerechtelijke verdeling ; Overwegende dat artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degenen die ze hebben aangegaan tot wet strekken ; Dat daaruit volgt dat als de partijen tijdens de gerechtelijke verdeling zijn overeengekomen om tot een openbare veiling van de onverdeelde goederen over te gaan, de rechter, tegen de wil in van een of meerdere van de contracterende partijen, geen andere wijze van verdeling van de onverdeelde goederen kan bevelen ; Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat de eisers aanvoeren dat "er een uitdrukkelijk mondeling akkoord tussen partijen (was) bij de instrumenterende notaris dat alle goederen openbaar zouden worden verkocht" ; Dat zij oordelen dat er "thans geen akkoord (is) om de onverdeelde goederen openbaar te laten verkopen" en dat de eisers "irrelevant op(merken) dat (de verweersters) destijds daartoe wel mondeling akkoord waren" ; Dat zij door dit oordeel de aangewezen wetsbepalingen schenden ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de openbare veiling van de onverdeelde goederen weigert en beslist dat eerst de mogelijkheid van de verdeling in natura ervan moet worden onderzocht ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waûters, Greta Bourgeois en Ghislain Londers, en in openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guido Bresseleers, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060316.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.