← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041130.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art.113

,§§1e Fiche 2 Winkelruimtes tijdens de gewone openingsuren als bedoeld in artikel 113, ,§ 2, van de Wet van 14 juli 1991 zijn voor het publiek toegankelijke plaatsen in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet van 5 augustus 1992. Thesaurus CAS: POLITIE Vrije woorden: POLITIE Wet op het politieambt Opdrachten van gerechtelijke politie Handelspraktijken Verboden daden Opsporing en vaststelling Voor het publiek toegankelijke plaatsen Wettelijke bepalingen: Wet - 05-08-1992 - Art.26,eerste Fiche 3 Onder het publiek karakter, vereist voor de aankondigingen van verminderingen van de verkoopprijs aan de consument, moet worden verstaan de omstandigheid dat de verkoper zich richt tot hetzij de consumenten in het algemeen, hetzij zijn bestaande cliënteel of een categorie daarvan. Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Vrije woorden: HANDELSPRAKTIJKEN Handelspraktijkenwet 1991 Artikel 42 Aankondigingen van prijsverminderingen Vereiste Publiek karakter Wettelijke bepalingen:

Art.42

Fiche 4 Onder het publiek karakter, vereist voor een opruiming of solden, moet worden verstaan de omstandigheid dat de verkoper zich richt tot hetzij de consumenten in het algemeen, hetzij zijn bestaande cliënteel of een categorie daarvan. Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Vrije woorden: HANDELSPRAKTIJKEN Handelspraktijkenwet 1991 Artikel 49 Opruiming of solden Vereiste Publiek karakter Wettelijke bepalingen:

Art.49Tekst van de beslissing Nr.

P.04.0823.N K. E. J. C., eiser, beklaagde, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 20 april 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat het cassatieberoep in zoverre dat opkomt tegen eisers vrijspraak van de telastleggingen B.1, 2, 3 en 4, bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is; B. Onderzoek van de middelen

  1. Eerste middel 1.
  2. Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel eisers schuldigverklaring aan de feiten A.1 en 4, en C.1, betreft die door de door de minister van Economische zaken aangestelde ambtenaren werden vastgesteld; Overwegende dat krachtens artikel 113, ,§ 2, Wet Handelspraktijken de voornoemde ambtenaren tijdens de gewone openings- of werkuren in de werkplaatsen, gebouwen, belendende binnenplaatsen en besloten ruimten van de verkoper mogen binnentreden voor het vervullen van hun opdracht; Overwegende dat onder de gewone openingsuren moet worden verstaan de uren dat de verkoper in zijn winkelruimtes hetzij de consumenten die dat wensen, hetzij zijn bestaande cliënteel of een categorie daarvan toelaat; Overwegende dat de appèlrechters in feite oordelen dat het ter zake ging om "winkelruimtes in volle bedrijvigheid, met personeel, winkelend en kopend cliënteel" met dien verstande dat de "winkelruimtes gesloten werden voor de niet-uitgenodigde klanten"; Overwegende dat de appèlrechters op grond van deze vaststelling wettig oordelen dat de door de minister van Economische Zaken aangestelde ambtenaren de winkelruimtes van eiser hebben betreden tijdens de gewone openingsuren; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; 1.
  3. Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel eisers schuldigverklaring aan de feiten A.2 en 3, en C.2 en 3, betreft die door politieambtenaren werden vastgesteld; Overwegende dat artikel 26, eerste lid, Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt bepaalt dat de politieambtenaren steeds de voor het publiek toegankelijke plaatsen alsook de verlaten onroerende goederen kunnen betreden teneinde toe te zien op de handhaving van de openbare orde en de naleving van de politiewetten en verordeningen; Overwegende dat onder de voor het publiek toegankelijke plaatsen onder meer begrepen zijn de winkelruimtes tijdens de gewone openingsuren als bedoeld in artikel 113, ,§ 2, Wet Handelspraktijken; Overwegende dat de appèlrechters op grond van de in het antwoord op het eerste onderdeel van het middel vermelde feitelijke vaststelling wettig oordelen dat de politieambtenaren de winkelruimtes van eiser hebben betreden toen die publiek toegankelijk waren; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;
  4. Tweede middel 2.
  5. Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel eisers schuldigverklaring aan de telastleggingen D.1, 2 en 3 betreft; Overwegende dat de door artikel 42 Wet Handelspraktijken bedoelde aankondigingen van prijsverminderingen een publiek karakter vereisen; Overwegende dat onder publiek karakter moet worden verstaan de omstandigheid dat de verkoper zich richt tot hetzij de consumenten in het algemeen, hetzij zijn bestaande cliënteel of een categorie daarvan; Overwegende dat de appèlrechters oordelen: "Het ganse verkoopsysteem was, zoals de benaming het zelf aangaf, erop gericht de beste klanten de 'eerste kans' te geven om van de 'solden' gebruik te maken en dit reeds voordat de solden officieel begonnen. Dat de toegang tot de 'solden'-verkoop beperkt was tot die klanten die een gepersonaliseerde uitnodiging kregen doet niets ter zake nu het wettelijk verbod algemeen geldt en niet mag worden overtreden ook niet voor de 10 % cliënteel die de laatste twee jaren voordien het meest had gekocht in de bewuste winkels. Ten overvloede moet ook nog vastgesteld worden dat de uitnodiging niet enkel de aangeschreven persoon toeliet te kopen maar ook alle gezinsleden én ook 'één vriend of vriendin' "; Overwegende dat de appèlrechters met deze redengeving wettig oordelen dat eisers aankondigingen een publiek karakter hadden; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; 2.
  6. Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel eisers schuldigverklaring aan de feiten A.1 tot 4, en C.1 tot 3, betreft; Overwegende dat de in artikel 49 Wet Handelspraktijken vermelde opruiming of solden een tekoopaanbieding of verkoop aan consumenten een publiek karakter moet hebben; Overwegende dat onder publiek karakter moet worden verstaan de omstandigheid dat de verkoper zich richt tot hetzij de consumenten in het algemeen, hetzij zijn bestaande cliënteel of een categorie daarvan; Overwegende dat de appèlrechters met de in het antwoord op het eerste onderdeel van het middel aangehaalde redengeving wettig oordelen dat eisers tekoopaanbiedingen en verkopen een publiek karakter hadden; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van vijfentachtig euro vierendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van dertig november tweeduizend en vier, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041130.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251125.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.