← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041203.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041203.8 Rolnummer: F.02.0053.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-01-24 Raadplegingen: 604 - laatst gezien 2026-07-04 19:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche De miskenning van het vertrouwensbeginsel veronderstelt dat het vertrouwen van de burger ten overstaan van het overheidsoptreden rechtmatig is; dit is niet het geval bij de belastingplichtige van wie de taxatieambtenaar in het verleden het deel van zijn beroepsinkomsten behaald in het buitenland niet heeft opgespoord

(1).
(1)Zie Cass., 3 nov. 2000, AR F.98.0072.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001103.8, nr 596, met concl. O.M.; Cass., 6 nov. 2000, AR F.99.0108.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001106.6, nr 598, met concl. van eerste adv.-gen. J.F. LECLERCQ; Cass., 26 okt. 2001, AR F.00.0034.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011026.6, nr 577; Cass., 3 juni 2002, AR F.01.0044.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020603.7, nr 337; Cass., 14 juni 2002, AR F.00.0054.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020614.6, nr
  1. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Inkomstenbelastingen Vertrouwensbeginsel of rechtszekerheidsbeginsel Miskenning Voorwaarde Rechtmatig vertrouwen Tekst van de beslissing Nr. F.02.0053.N
  2. B.F., en zijn echtgenote,
  3. D.H., eisers, vertegenwoordigd door Mr. Paul Delafontaine, advocaat bij de balie te Kortrijk, kantoor houdende te 8200 Kortrijk, Sint Elooisdreef 22, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Brugge, wiens kantoor gevestigd is te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4, verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat
  4. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 30 april 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. III. Middelen De eisers voeren in hun verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Eerste middel Overwegende dat het middel volledig ervan uitgaat dat het bestreden arrest de in het middel aangevoerde wetsartikelen en het wettigheidsbeginsel schendt doordat het de onjuistheid van de boekhouding van eiser, die als Belgische geneesheer ook Franse patiënten verzorgt, afleidt uit de omstandigheid dat hieruit het verschil tussen Belgische en Franse patiënten en hun betalingen niet blijkt, terwijl de wet eiser niet oplegt in zijn boekhouding een onderscheid te maken tussen Belgische en Franse patiënten en hun betalingen ; Overwegende dat het bestreden arrest oordeelt dat :
  5. eiser niet betwist dat hij als arts prestaties heeft geleverd in Frankrijk ;
  6. hij evenmin de hoegrootheid en ontvangst ervan in vraag heeft gesteld ;
  7. derhalve dient aangenomen dat de gegevens afkomstig van de verzamelstaten van de "feuille de maladie" als juist en als bekend feit moeten worden aangemerkt ;
  8. de taxatieambtenaar oordeelde dat deze inkomsten geen deel uitmaken van de aangegeven inkomsten, zijnde het totaal bedrag van de op de duplicata van de fiscale boekjes in Belgische frank vermelde erelonen ;
  9. eiser steeds voorhield dat hij bij verzorging van een Franse patiënt een zogenaamde "feuille de maladie" afgaf waardoor deze bij zijn Frans ziekenfonds terugbetaling kon bekomen, terwijl hij tegelijkertijd om in orde te zijn met de Belgische wetgeving een Belgisch getuigschrift-ontvangstbewijs uitreikte, waarbij het ontvangen bedrag wordt ingevuld zodat ook deze inkomsten in de globale telling van deze boekjes begrepen zijn ; Overwegende dat het arrest verder oordeelt dat de administratie door vermoedens bewijst dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat eiser de inkomsten uit de verzorging van Franse patiënten heeft opgenomen in zijn boekhouding ; Dat de appèlrechters het bestaan van Franse inkomsten, waarvan het bestaan niet is betwist, als een bekend feit aannemen en dat zij het bewijs dat deze inkomsten niet in de boekhouding zijn opgenomen afleiden uit volgende feitelijke vermoedens :
  10. eiser moet toegeven dat het voor hem onmogelijk is uit te maken of de dubbels in zijn fiscaal boekje al dan niet ontvangsten uit Frankrijk betreffen ;
  11. de dubbels van de getuigschriften worden zonder vermelding van de identiteit van de genieter in het fiscaal boekje bewaard, zodat de prestaties voor Franse patiënten niet konden worden geïdentificeerd ;
  12. er is geen Frans zorgverstrekkingsnummer vermeld ;
  13. de codes voor de geleverde prestaties stemmen overeen met de Belgische nomenclatuur en niet met de codes op de verzamelstaten ;
  14. er werd geen uitsplitsing gemaakt tussen de eigenlijke lonen en de verplaatsingskosten, die blijkens de bekomen inlichtingen afzonderlijk werden aangerekend ; Overwegende dat de appèlrechters niet besluiten tot de onjuistheid van eisers boekhouding omdat hieruit niet het verschil blijkt tussen Belgische en Franse patiënten en hun betalingen, maar op grond van de door hen aangehaalde vermoedens aangeven waarom de administratie het bewijs levert dat de inkomsten uit de verzorging van Franse patiënten niet zijn opgenomen in deze boekhouding ; Dat het middel berust op een verkeerde lezing van het arrest, mitsdien feitelijke grondslag mist ; Tweede middel Overwegende dat de in het middel aangevoerde schending van het vertrouwensbeginsel, volledig is afgeleid uit de in het eerste middel vergeefs aangevoerde stelling dat eisers boekhouding onjuist is bevonden, omdat hieruit het verschil tussen Belgische en Franse patiënten en hun betalingen niet blijkt ; Dat het middel onontvankelijk is ; Overwegende dat de miskenning van het vertrouwensbeginsel veronderstelt dat het vertrouwen van de burger ten overstaan van het overheidsoptreden rechtmatig is ; Overwegende dat de administratie de verplichting heeft de aanslag te vestigen op alle inkomsten van de belastingplichtige, die volgens de wet belastbaar zijn ; Overwegende dat een belastingplichtige van wie de taxatieambtenaar in het verleden het deel van zijn beroepsinkomsten behaald in het buitenland, niet heeft opgespoord, niet het rechtmatig vertrouwen mocht koesteren dat deze inkomsten ook in de toekomst onbelast zouden blijven ; Dat het middel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten begroot op de som van honderd achttien euro veertien cent jegens de eisende partijen. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Eric Dirix, Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041203.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091210.2 ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110211.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001103.8 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001106.6 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011026.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020603.7 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020614.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.