id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041203.9 Rolnummer: F.03.0008.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2005-01-24 Raadplegingen: 189 - laatst gezien 2026-07-03 15:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche Stukken die de belastingplichtige voor het hof van beroep neerlegt tot staving van zijn verweer dat overmacht hem heeft belet zich tijdig in beroep te voorzien, kunnen niet worden aangezien als nieuwe stukken die overeenkomstig art. 381 W.I.B.
(1992)dienen neergelegd te worden binnen de termijn van 60 dagen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Allerlei Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Allerlei Voorziening voor het hof van beroep Nieuwe stukken Wettelijke bepalingen: Wet - 12-06-1992 - Art.381 Tekst van de beslissing Nr. F.03.0008.N V.K., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Francis Marck, advocaat bij de balie te Antwerpen, kantoor houdende te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 136, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, Administratie der Directe Belastingen, voor wie optreedt de Gewestelijke Directeur Antwerpen II, wiens kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Tabakvest 50, verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 12 november 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Eerste middel Overwegende dat artikel 381 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992), zoals te dezen van toepassing, bepaalt dat de eiser die gebruik wil maken van nieuwe stukken, gehouden is deze neer te leggen ter griffie van het hof van beroep, binnen zestig dagen na neerlegging door de directeur der belastingen van de uitgifte en van de stukken, bedoeld in artikel 380 ; Overwegende dat eiser tegen de exceptie van laattijdigheid van zijn voorziening bij het hof van beroep heeft aangevoerd dat hem van de beslissing van de gewestelijke directeur niet regelmatig kennis is gegeven en dat hij tot staving van zijn verweer een brief heeft neergelegd uitgaande van de Belgische ambassade te Dakar ; Dat de appèlrechters weigeren met voormelde brief rekening te houden omdat hij is neergelegd buiten de in artikel 381 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)bepaalde termijn ; Overwegende dat ingeval de belastingplichtige tot staving van zijn verweer dat overmacht hem heeft belet zich tijdig in beroep te voorzien stukken neerlegt, deze stukken niet kunnen worden aangezien als nieuwe stukken waarop de termijn van artikel 381 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)van toepassing is ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Eric Dirix, Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041203.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div