← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041206.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041206.5 Rolnummer: S.04.0106.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2005-01-24 Raadplegingen: 425 - laatst gezien 2026-07-03 16:32 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het begrip "overgang van onderneming" dat niet nader is omschreven in artikel 21, ,§ 10 van de wet van 20 september 1948 stemt overeen met het begrip overgang van onderneming in de CAO nr 32bis N.A.R. 7 juni 1985; voor een overgang of een gedeelte van een overgang van onderneming is vereist dat de overgang plaats vindt tussen de natuurlijke of de rechtspersoon die de vroegere werkgever was en de natuurlijke of rechtspersoon die ingevolge de overdracht de nieuwe werkgever is van de betrokken werknemers. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - VERKIEZINGEN Vrije woorden: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - VERKIEZINGEN Oprichting Ondernemingsraad Comité voor Preventie en Bescherming Tewerkgestelde werknemers Berekeningsmethode Overgang van onderneming Wettelijke bepalingen: Collectieve arbeidsovereenkomst - 07-06-1985 - Artt.1,2en6 Tekst van de beslissing Nr. S.04.0106.N.-

  1. ROUTA, naamloze vennootschap, met vennootschapszetel gevestigd te 2040 Antwerpen (Berendrecht), Antwerpsebaan 20 (Haven 712),
  2. TRANSPORT VAN LAER, naamloze vennootschap, met vennootschaps-zetel gevestigd te 2547 Lint, Duffelsesteenweg 25, eiseressen, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND, (A.B.V.V.), syndicale organisatie, met hoofdzetel gevestigd te 1000 Brussel, Hoogstraat 42, verweerder en ten aanzien van
  3. HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND, (A.C.V.), met hoofdzetel gevestigd te 1030 Schaarbeek, Haachtsesteenweg 579,
  4. DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE, (A.C.L.V.B.), met hoofdzetel gevestigd te 9000 Gent, Koning Albertlaan 95,
  5. DE NATIONALE CONFEDERATIE VAN HET KADERPERSO-NEEL, (N.C.K.), met zetel gevestigd te 1090 Jette, Carton de Wiartlaan 148, partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 12 februari 2004 in laatste aanleg gewezen door de Arbeidsrechtbank te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiseressen voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 14, ,§ 6, en 21, ,§ 10, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven ; - de artikelen 1, 6 en 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement of gerechtelijk akkoord door boedelafstand, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 juli 1985 (B.S., 9 augustus 1985, hierna afgekort : "CAO nr. 32bis"), - de artikelen 3, ,§ 1, en 4, ,§ 3, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk, (B.S., 4 juni 2003, hierna afgekort : "het K.B. Sociale Verkiezingen"). Aangevochten beslissing Het vonnis oordeelt dat de gemiddelde tewerkstelling voor beide eiseressen samen 102,3261 bedraagt, namelijk 41,2795 voor eerste eiseres en 61,0466 voor tweede eiseres. De berekening van de gemiddelde tewerkstelling voor eerste eiseres stoelt op de volgende overwegingen: "(Vooreerst dient opgemerkt dat uit het rapport Graydon blijkt dat (eerste eiseres) de NV Van Laer et Fils heeft opgeslorpt in oktober
  6. Zulks wordt overigens door (eerste) en ook door (tweede eiseres) bevestigd.) Het staat eveneens vast dat (eerste eiseres) drie werknemers van de NV Transport Van Laer et fils in dienst heeft genomen met behoud van alle rechten op 1 november
  7. Het betreft hier dus een overgang van onderneming waardoor er voor deze drie werknemers een andere berekeningswijze moet toegepast worden. (De referentieperiode die bij een overgang van onderneming moet gehanteerd worden is immers niet het ganse jaar maar slechts het deel van de referentieperiode na de overgang (...)). Het standpunt van (eiseressen) dat de fusie gebeurde door (tweede eiseres) terwijl de werknemers in dienst kwamen van (eerste eiseres) zodat op deze werknemers de gewone berekeningswijze dient te worden toegepast (dus : 61 : 365, zoals gedaan in de berekening) kan de rechtbank niet bijtreden. De verschillende berekeningswijze in de berekening van de gemiddelde tewerkstelling bij (eerste eiseres) vindt immers niet haar oorsprong in de fusie op zich doch wel in de toepasselijkheid van de CAO 32 bis. Uit de voorliggende arbeidsovereenkomsten blijkt duidelijk dat de betrokken werknemers werden overgenomen, zoals bedoeld. Dat terzake kan verwezen worden naar volgende vermelding in de arbeidsovereenkomsten : 'Met behoud van alle rechten, anciënniteit e.d. zoals voorheen bij Transports Van Laer & Fils S.A.'". Het aantal tewerkgestelde dagen van de drie werknemers (3 x 61) dient dus uit het totaal van de berekening gehaald te worden en hierop dient een andere berekening te worden toegepast, namelijk 61 tewerkgestelde dagen : 61 = 1 (de referentieperiode loopt maar vanaf de indiensttreding) ; Aangezien het om 3 werknemers gaat dient er dus rekening gehouden te worden met 3 eenheden. Het in de berekening weerhouden totaal van 13.420 dient eerst verminderd te worden met 183 (3 x 61, nl. de weerhouden tewerkstelling van de overgenomen werknemers dient niet gedeeld door 365 maar door 61) wat een totaal geeft van 13.
  8. Het totaal van 13.972 dient vervolgens gedeeld door 365 = 38, 2795 en tenslotte vermeerderd te worden met 3 (nl. 3 x (61:61)) wat een gemiddelde tewerkstelling oplevert van 41, 2795". Grief Aangezien de wettelijke bepalingen met betrekking tot de sociale verkiezingen en de oprichting van een ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming de openbare orde aanbelangen, zal de rechter, in geval van betwisting, moeten nagaan of aan de wettelijke voorwaarden dienaangaande is voldaan. Ondernemingsraden worden ingericht in al de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 100 werknemers tewerkstellen (artikel 3, ,§ 1, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk, hierna ook afgekort het K.B. Sociale Verkiezingen). Krachtens artikel 14, ,§ 6, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, wordt de berekening van het gemiddeld aantal gewoonlijk tewerkgestelde werknemers uitgevoerd op basis van een door de Koning vastgestelde referentieperiode; in geval van overgang van onderneming krachtens overeenkomst in de zin van artikel 21, ,§ 10, van diezelfde wet, tijdens deze referentieperiode, wordt er enkel rekening gehouden met het deel van de referentieperiode na de overgang krachtens overeenkomst. In uitvoering van deze wetsbepaling bepaalt artikel 4, ,§ 1, van het K.B. Sociale Verkiezingen, op welke manier het gemiddelde van de in de onderneming tewerkgestelde werknemers wordt berekend, nl. door het totaal aantal kalenderdagen van tewerkstelling van iedere werknemer gedurende de referteperiode, met name de periode van vier trimesters voorafgaand aan het trimester waarin de aanplakking geschiedt van het bericht dat de datum aankondigt van de volgende verkiezingen, te delen door driehonderdvijfenzestig. In geval van overgang van een onderneming krachtens overeenkomst in de zin van artikel 21, ,§ 10, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, wordt de berekening uitgevoerd op basis van het gedeelte van de in (artikel 4,) ,§ 1, vastgestelde periode van de vier trimesters dat gesitueerd is na de overgang en door het totaal der in (artikel 4,) ,§ 1, bedoelde kalenderdagen die gesitueerd zijn tijdens hetzelfde gedeelte, te delen door het aantal kalenderdagen die gesitueerd zijn tijdens hetzelfde gedeelte (artikel 4, ,§ 3, K.B. Sociale Verkiezingen). Bij artikel 21, ,§ 10, van voornoemde wet van 20 september 1948, wordt o.m. bepaald wat er dient te gebeuren met de ondernemingsraden bij overgang krachtens overeenkomst van een of meer ondernemingen (artikel 21, ,§ 10, 1°), of van een gedeelte van een onderneming naar een onderneming die elk over een ondernemingsraad beschikken (artikel 21, ,§ 10, 2°). De term "overgang van onderneming krachtens overeenkomst" wordt in het Belgisch arbeidsrecht gedefinieerd in het kader van de CAO nr. 32bis betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 7 juni 1985 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 juli
  9. De CAO nr. 32bis strekt ertoe, in alle gevallen van wijziging van werkgever ingevolge de overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst, het behoud van de rechten der werknemers te waarborgen (artikel 1 van de CAO nr. 32bis). Krachtens artikel 7 van de CAO nr. 32bis gaan de rechten en verplichtingen welke voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overgang in de zin van artikel 1, 1°, (van de CAO nr. 32bis) bestaande arbeidsovereenkomsten, door deze overgang op de verkrijger over. Overeenkomstig artikel 6 van de CAO nr. 32bis is deze regeling van toepassing bij iedere wijziging van werkgever die het gevolg is van om het even welke overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst. Van een "overgang van onderneming" is slechts sprake indien de identiteit van het bedrijf bewaard blijft, met andere woorden, indien zij betrekking heeft op een duurzaam georganiseerde economische eenheid. Daarnaast vereist artikel 6 van de CAO nr. 32bis dat de overgang van een onderneming of een gedeelte daarvan geschiedt "krachtens overeenkomst'. Een overgang van onderneming valt bijgevolg slechts in de toepassingssfeer van de CAO nr. 32bis voorzover de overeenkomst die eraan ten grondslag ligt werd gesloten tussen de vorige en de nieuwe werkgever. In casu blijkt uit de vaststellingen van het arrest dat tweede eiseres een onderneming (met name : de "SA Van Laer & fils") heeft opgeslorpt in oktober 2003 en dat drie werknemers van de "SA Van Laer et fils" op 1 november 2003 in dienst zijn getreden van een andere juridische entiteit, nl. eerste eiseres. Zoals eiseres in conclusie, neergelegd ter griffie op 11 februari 2004 (p. 1-2) liet gelden had niet zij, doch tweede eiseres de onderneming Van Laer et fils overgenomen door opslorping ("Dat immers (eerste eiseres) niet de NV Van Laer & Fils heeft overgenomen. Uit het rapport GRAYDON (.. .) blijkt dat de fusie door opslorping gebeurde door (tweede eiseres) en niet door (eerste eiseres) 1 ,§
  10. Ingeval van overgang van een onderneming krachtens overeenkomst in de zin van art. 21, ,§ 10, ... Dat dienvolgens deze werknemers bij (eerste eiseres) gerekend dienen te worden conform hun aantal tewerkgestelde dagen, driemaal 61 tewerkgestelde dagen"). Het bestreden vonnis dat oordeelt dat de betrokken werknemers werden overgenomen in de zin van de CAO nr. 32bis, gelet op de vermelding in hun arbeidsovereenkomsten met eerste eiseres nopens het behoud van alle rechten, anciënniteit e.d. zoals voorheen bij Transports Van Laer & Fils S.A., is bijgevolg niet naar recht verantwoord, in zoverre niet onderzocht werd of de feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerkten, beantwoordden aan het begrip "overgang van onderneming" in de zin van overgang van een duurzaam georganiseerde economische eenheid en evenmin vastgesteld werd dat aan die overgang een overeenkomst tussen eerste eiseres en de oorspronkelijke werkgever van de betrokken werknemers ten grondslag lag, daar waar eerste eiseres had aangevoerd dat een dergelijke overeenkomst (fusie door opslorping) enkel voorhanden was m.b.t. tweede eiseres (schending van de artikelen 1, 6 en 7 van de CAO nr. 32bis). Tevens, in zoverre het, louter op grond van een clausule van conventionele anciënniteit, zoals vervat in de arbeidsovereenkomsten die de drie betrokken werknemers sloten met eerste eiseres, en de vaststelling dat zich een fusie door opslorping had voorgedaan tussen de "NV Van Laer et Fils" en tweede eiseres, aanneemt dat zich een overgang van onderneming in de zin van de CAO nr. 32bis ten aanzien van eerste eiseres heeft voorgedaan, is het vonnis niet naar recht verantwoord (schending van de artikelen 1, 6 en 7 van de CAO nr. 32bis). In zoverre het vonnis vervolgens op de onwettige grondslag dat die drie werknemers ingevolge die CAO nr. 32bis waren overgenomen, beslist dat eiseres ten aanzien van die "overgenomen" werknemers de berekeningswijze van artikel 4, ,§ 3, van het KB Sociale Verkiezingen, moest toepassen, is het bijgevolg evenmin wettig verantwoord (schending van de artikelen 1, 6 en 7 van de CAO nr. 32bis, 4, ,§ 3, van het KB Sociale Verkiezingen, 14, ,§ 6, en 21, ,§ 10, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven). Aangezien de toepassing van de gewone berekeningsmethode (artikel 4, ,§ 1, van het K.B. Sociale Verkiezingen) ten aanzien van de betrokken werknemers tot het besluit leidt dat de gemiddelde gewoonlijke tewerkstelling minder dan 100 bedraagt, is het vonnis evenmin wettig verantwoord in zoverre het voor recht zegt dat de gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling meer dan 100 bedraagt en bijgevolg een ondernemingsraad dient te worden ingericht op het niveau van de technische bedrijfseenheid die eerste en tweede eiseres uitmaken (schending van artikel 3, ,§ 1, van het K.B. Sociale Verkiezingen). IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat, krachtens artikel 3, ,§ 1, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk, een ondernemingsraad moet worden opgericht in ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste honderd werknemers tewerkstellen ; Dat, krachtens artikel 14, ,§ 6, van de wet van 20 september 1948, houdende organisatie van het bedrijfsleven, de berekening van het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers wordt uitgevoerd op basis van een door de Koning vastgestelde referentieperiode en dat in geval van overgang van een onderneming tijdens die referentieperiode krachtens overeenkomst in de zin van artikel 21, ,§ 10, van die wet, er enkel rekening wordt gehouden met het deel van de referentieperiode na de overgang krachtens overeenkomst ; Dat, in uitvoering van artikel 14, ,§ 6, van de wet van 20 september 1948, artikel 4, ,§ 3, van het voormelde koninklijk besluit in een bijzondere regel voorziet voor de berekening van het gemiddelde van de in de onderneming tewerkgestelde werknemers in geval van overgang van een onderneming krachtens overeenkomst in de zin van artikel 21, ,§ 10, van de wet van 20 september 1948 ; Dat die paragraaf 3, van artikel 4 van voormeld koninklijk besluit bepaalt dat in dat geval de berekening wordt uitgevoerd op basis van het gedeelte van de in paragraaf 1 van dit artikel vastgestelde periode van de vier trimesters dat gesitueerd is na de overgang en door het totaal van de in die paragraaf 1 bedoelde kalenderdagen die gesitueerd zijn tijdens hetzelfde gedeelte, te delen door het aantal kalenderdagen die gesitueerd zijn tijdens hetzelfde gedeelte ; Dat het begrip "overgang van onderneming" in artikel 21, ,§ 10, van de voormelde wet van 20 september 1948, niet nader is omschreven ; dat dit begrip overeenstemt met het begrip overgang van onderneming in de CAO nr. 32bis van de Nationale Arbeidsraad van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement, algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 juli 1985 ; Dat, krachtens de artikelen 1, 2 en 6 van die CAO, voor een overgang of een gedeelte van een overgang van een onderneming vereist is dat de overgang plaatsvindt tussen de natuurlijke of de rechtspersoon die de vroegere werkgever was, en de natuurlijke of rechtspersoon die, ingevolge de overdracht, de nieuwe werkgever is van de betrokken werknemers ; Overwegende dat het bestreden vonnis vaststelt dat de tweede eiseres de NV Transport Van Laer et Fils heeft opgeslorpt en dat de eerste eiseres drie werknemers van de NV Transport Van Laer et Fils in dienst heeft genomen met behoud van alle rechten ; Dat dit vonnis beslist dat, bij berekening van de gemiddelde tewerkstelling bij de eerste eiseres, ten aanzien van de drie overgenomen werknemers de bijzondere berekeningswijze van artikel 4, ,§ 3, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 dient te worden toegepast, op grond dat de verschillende berekeningswijze in de berekening van de gemiddelde tewerkstelling bij de eerste eiseres haar oorsprong niet vindt in de fusie op zich, maar wel in de toepasselijkheid van de CAO nr. 32bis, en dat uit de voorliggende arbeidsovereenkomsten, meer bepaald uit de vermelding "met behoud van alle rechten, anciënniteit e.d. zoals voorheen bij Transports Van Laer & Fils s.a.", duidelijk blijkt dat de betrokken werknemers werden overgenomen, zoals bedoeld ; Dat het bestreden vonnis, op grond van de enkele vaststelling dat de eerste eiseres drie werknemers in dienst heeft genomen van de SA Transports Van Laer et Fils en dat in de arbeidsovereenkomsten tussen de eerste eiseres en de drie betrokken werknemers het behoud van alle rechten is overeengekomen, niet naar recht beslist dat het een overgang van onderneming is in de zin van voormelde CAO nr. 32bis, en dienvolgens evenmin naar recht beslist dat ten aanzien van de drie betrokken werknemers de bijzondere berekeningwijze van artikel 4, ,§ 3, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003, dient te worden toegepast, met gevolg dat een ondernemingsraad dient te worden ingericht op het niveau van de technische bedrijfseenheid die de eerste en de tweede eiseres uitmaken ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het zegt voor recht dat voor de technische bedrijfseenheid die de eiseressen vormen, verkiezingen moeten georganiseerd worden voor de ondernemingsraad, de eiseressen beveelt schikkingen te treffen voor het organiseren van die sociale verkiezingen en uitspraak doet over de kosten ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partijen ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Arbeidsrechtbank te Mechelen. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waûters, Ghislain Dhaeyer, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van zes december tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041206.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230515.3F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.