← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041207.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041207.3 Rolnummer: P.04.0904.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-03 Raadplegingen: 463 - laatst gezien 2026-07-04 01:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite of een natuurlijk persoon of een rechtspersoon een inrichting exploiteert en, zodoende, exploitant is als bedoeld in het artikel 2, 2° en 3° van het Decreet van de Vlaamse Raad van 28 juni 1985; het Hof gaat enkel na of de rechter uit de door hem gedane vaststellingen geen gevolgen trekt die ermee onverenigbaar zijn of ermee geen verband houden

(1).
(1)Voor het toepassingsgebied van artikel 2, 2° en 3°, Decreet Vl. R. 28 juni 1985; Cass., 31 mei 2001, AR C.98.0198.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010531.11, nr
  1. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: MILIEURECHT Decreet van de Vlaamse Raad van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning Artikel 2, 2° en 3° Exploitant Beoordeling door de feitenrechter Toetsing door het Hof van cassatie Tekst van de beslissing Nr. P.04.0904.N I. B. D., eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Bart Bronders, advocaat bij de balie te Brugge, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Stijn Desomer, advocaat bij de balie te Brugge, voor Mr. Bart Bronders, II. DE KEGEL bvba, met zetel te Middelkerke, Biezenstraat 6, eiseres, beklaagde, met als raadsman Mr. Jan Opsommer, advocaat bij de balie te Oudenaarde. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 30 april 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De beide eisers stellen elk in een verzoekschrift een middel voor. Die verzoekschriften zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel van eiser sub I Overwegende dat het middel, dat miskenning van de bewijskracht van enkele stukken aanvoert, niet preciseert welke die stukken zijn; Dat het middel, in zoverre onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk is; Overwegende dat krachtens artikel 2, 2°, Milieuvergunningdecreet onder exploiteren wordt verstaan het in werking stellen of houden, gebruiken, installeren of in stand houden van een inrichting, daaronder begrepen het lozen van afvalwater; dat krachtens artikel 2, 3°, van hetzelfde decreet de exploitant elke natuurlijke of rechtspersoon is die een inrichting exploiteert of voor wiens rekening een inrichting wordt geëxploiteerd; Overwegende dat de rechter onaantastbaar in feite oordeelt of een natuurlijke persoon of een rechtspersoon een inrichting exploiteert en, zodoende, exploitant is, als bedoeld in de artikelen 2, 2° en 3°, Milieuvergunningdecreet; dat het Hof enkel nagaat of de rechter uit de door hem gedane vaststellingen geen gevolgen trekt die ermee onverenigbaar zijn of ermee geen verband hebben; Overwegende dat het middel, in zoverre het opkomt tegen dat oordeel, niet ontvankelijk is; Overwegende, voorts, dat het arrest uit de erin vermelde vaststellingen die het middel aanhaalt, wettig heeft kunnen afleiden dat eiseres sub II, waarvan eiser sub I zaakvoerder is, exploitant is van de bvba Romanov; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende, tenslotte, dat het arrest met de erin vermelde redenen sub 4.2 tot 4.3, welke in het middel aangehaald zijn, het verweer van de eiseres sub II dat zij niet als de verantwoordelijke exploitant kan worden beschouwd, verwerpt en beantwoordt; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; B. Onderzoek van het middel van eiseres sub II Overwegende dat het middel dat dezelfde draagwijdte heeft als het middel aangevoerd door eiser sub I, om de hierboven vermelde redenen dient te worden verworpen; C. Ambtshalve onderzoek Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van honderd en vijf euro tachtig cent, waarvan
  2. op het cassatieberoep van B. D.: tweeënvijftig euro negentig cent verschuldigd, en 2; op het cassatieberoep van bvba De Kegel: tweeënvijftig euro negentig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zeven december tweeduizend en vier, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041207.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010531.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.