← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041207.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041207.8 Rolnummer: P.04.1006.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2005-05-03 Raadplegingen: 656 - laatst gezien 2026-07-05 00:15 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een drukpersmisdrijf is het misdrijf gepleegd door misbruik van een meningsuiting door middel van gedrukte en ruchtbaar gemaakte geschriften; de beoordeling van dergelijk misdrijf vereist derhalve de beoordeling van de geuite mening

(1).
(1)Cass., 11 dec. 1979, A.C., 1979-1980, 452; 21 okt. 1981, AR 1902, A.C., 1981-1982, 271; 9 okt. 1985, AR 4319, nr 77; 17 jan. 1990, AR 7768, nr 306; DUPONT, L. en VERSTRAETEN, R., Handboek Belgisch Strafrecht, 1990, p. 177 e.v., nr 277-287; HANOTIAU, M., "Le délit de presse: insolite, arbitraire et fragile", Journ. procès, 1990, nr 169; p. 35-38; LEMMENS, K., La presse et la protection juridique de l'individu. Attention aux chiens de garde, Bruxelles, Larcier, 2004, p. 349, nr
  1. Thesaurus CAS: DRUKPERS (POLITIE OVER DE) Vrije woorden: DRUKPERS (POLITIE OVER DE) Begrip Wettelijke bepalingen: Wet - 17-02-1994 - Art.150 Fiches 2 - 3 Misbruik van door inzage in het strafdossier verkregen inlichtingen, zelfs door middel van gedrukte en ruchtbaar gemaakte geschriften, vereist geen beoordeling van een mening en is derhalve geen drukpersmisdrijf, zodat de beoordeling van dat wanbedrijf toekomt aan de correctionele rechtbank. Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Allerlei Vrije woorden: MISDRIJF - SOORTEN - Allerlei Misbruik van door inzage in het strafdossier verkregen inlichtingen Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.460ter Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Vrije woorden: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Materiële bevoegdheid Misbruik van door inzage in het strafdossier verkregen inlichtingen Aard van het misdrijf Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.460ter Fiche 4 Het verbod dat artikel 460ter Strafwetboek aan de inverdenkinggestelde of deburgerlijke partij oplegt om misbruik te maken van door inzage van het strafdossier verkregen inlichtingen met het oog op de bescherming van het gerechtelijk onderzoek, het privé-leven of de morele integriteit van de in het strafdossier genoemde persoon, beantwoordt aan de door artikel 10.2 E.V.R.M. gestelde vereisten en doeleinden; de veroordeling wegens inbreuk op artikel 460ter Strafwetboek levert derhalve geen miskenning op van de waarborg van de vrijheden van meningsuiting, nieuwsgaring en informatieverstrekking van artikel 10.1 E.V.R.M. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrijheid van meningsuiting Artikel 460ter Sw. Verbod om misbruik te maken van door inzage van het strafdossier verkregen inlichtingen Verenigbaarheid Fiches 5 - 6 De rechter moet niet alleen oordelen of een door de wet gestelde beperking aan de in artikel 10.1 E.V.R.M. bedoelde vrijheden in concreto beantwoordt aan de vereisten en doeleinden van artikel 10.2 E.V.R.M., hij moet tevens in concreto nagaan of de door hem op te leggen sanctie evenredig is met de vermelde doeleinden. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrijheid van meningsuiting Bij wet voorziene beperking Beoordeling door de rechter Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Verdrag Rechten van de Mens Artikel 10 Vrijheid van meningsuiting Bij wet voorziene beperking Beoordeling door de rechter Fiche 7 De omstandigheid dat artikel 10.1 E.V.R.M. ook de nieuwsgaring en het bronnengeheim van de journalist waarborgt, belet niet dat de wettelijke beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting, die beantwoorden aan de vereisten en doeleinden van artikel 10.2 E.V.R.M., ook voor hem gelden; de veroordeling wegens inbreuk op artikel 460ter Strafwetboek levert derhalve geen miskenning op van de uit artikel 10.1 E.V.R.M. afgeleide persvrijheid. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Artikel 10.1 Vrijheid van meningsuiting Journalist Recht op nieuwsgaring en bronnengeheim Wettelijke beperkingen Artikel 460ter Sw. Verbod om misbruik te maken van door inzage van het strafdossier verkregen inlichtingen Verenigbaarheid Fiche 8 Om reden dat de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting plichten en verantwoordelijkheden meebrengt, laat artikel 10.2 E.V.R.M. aan deze vrijheid wettelijke beperkingen toe, die tot gevolg hebben dat bepaalde inlichtingen of denkbeelden niet kunnen worden ontvangen of verstrekt; deze wettelijke beperkingen vereisen niet dat, onder meer, de inlichtingen onwettig zijn verkregen, onjuist zijn of geen zaak van openbaar belang betreffen. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Artikel 10.1 Vrijheid van meningsuiting Artikel 10.2 Wettelijke beperkingen Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.04.1006.N M. J. A. G., eiser, beklaagde, met als raadslieden Mr. Hein Diependaele en Mr. Bruno De Gryse, advocaten bij de balie te Brussel, tegen S. J., verweerder, burgerlijke partij. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 25 mei 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  2. Eerste middel 1.
  3. Eerste onderdeel Overwegende dat artikel 150 Grondwet bepaalt dat de jury wordt ingesteld voor alle criminele zaken, alsmede voor politieke en drukpersmisdrijven, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn; dat een drukpersmisdrijf het misdrijf is gepleegd door misbruik van een meningsuiting door middel van gedrukte en ruchtbaar gemaakte geschriften; dat de beoordeling van dergelijk misdrijf de beoordeling van de geuite mening vereist; Overwegende dat het misbruik van door de inzage in het strafdossier verkregen inlichtingen, zelfs door middel van gedrukte en ruchtbaar gemaakte geschriften, evenwel geen beoordeling van een mening vereist en derhalve geen drukpersmisdrijf is; dat de beoordeling van dat wanbedrijf toekomt aan de correctionele rechtbank; Dat het onderdeel faalt naar recht; 1.
  4. Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel dat gericht is tegen een overtollige reden, niet ontvankelijk is;
  5. Tweede middel 2.
  6. Eerste onderdeel Overwegende dat om reden dat de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting plichten en verantwoordelijkheden meebrengt, artikel 10.2 EVRM beperkingen aan deze vrijheid toelaat; dat deze beperkingen tot gevolg kunnen hebben dat bepaalde inlichtingen of denkbeelden niet kunnen worden ontvangen of verstrekt; Overwegende dat het verbod dat artikel 460ter Strafwetboek aan de inverdenkinggestelde of de burgerlijke partij oplegt om misbruik te maken van door inzage van het dossier verkregen inlichtingen met het oog op de bescherming van het gerechtelijk onderzoek, het privé-leven of de morele integriteit van de in het dossier genoemde persoon, beantwoordt aan de door artikel 10.2 EVRM gestelde vereisten en doeleinden; Overwegende dat de appèlrechters door eiser te veroordelen wegens mededaderschap aan inbreuk op het artikel 460ter Strafwetboek de waarborg van de vrijheden van meningsuiting, nieuwsgaring en informatieverstrekking van artikel 10.1 EVRM niet miskennen; Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende, voor het overige, dat de appèlrechters eisers verweer beantwoorden; Dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist; 2.
  7. Tweede onderdeel Overwegende dat de rechter niet alleen moet oordelen of een door de wet gestelde beperking aan de in artikel 10.1 EVRM bedoelde vrijheden in concreto beantwoordt aan de vereisten en doeleinden van artikel 10.2 EVRM, maar tevens in concreto moet nagaan of de door hem op te leggen sanctie evenredig is met de vermelde doeleinden; Overwegende dat de appèlrechters vooreerst oordelen dat artikel 460ter Strafwetboek, waardoor het misbruik door de inverdenkinggestelde of de burgerlijke partij van door de inzage in het strafdossier verkregen inlichtingen strafbaar wordt gesteld, beantwoordt aan de door artikel 10.2 EVRM gestelde beperkingen; Dat zij oordelen dat een ander oordeel "het nefaste gevolg (zou) inhouden dat de journalistieke druk op inverdenkinggestelden en burgerlijke partijen tot het zo vlug mogelijk bekomen van een kopie van een strafdossier nog groter wordt, en dat uiteindelijk het geheim van het vooronderzoek, gekoppeld aan het vermoeden van onschuld van ieder die in verdenking wordt gesteld, volkomen ondermijnd wordt"; Dat zij zodoende nagaan of de schuldigverklaring in concreto noodzakelijk en in verhouding is met de door artikel 10 EVRM beschermde vrijheden en de daarop toegestane beperkingen en eisers verweer beantwoorden; Overwegende dat de appèlrechters vervolgens met de redenen die zij vermelden en die door het onderdeel niet worden bekritiseerd, in concreto de afweging van de op te leggen sanctie maken; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist; 2.
  8. Derde onderdeel Overwegende dat de omstandigheid dat artikel 10.1 EVRM ook de nieuwsgaring en het bronnengeheim van de journalist waarborgt, niet belet dat de wettelijke beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting die beantwoorden aan de vereisten en doeleinden van artikel 10.2 EVRM, ook voor hem gelden; Overwegende dat de bedoelde wettelijke beperkingen niet vereisen dat onder meer de inlichtingen onwettig verkregen zijn, onjuist zijn of geen zaak van openbaar belang betreffen; Overwegende dat de appèlrechters door eiser te veroordelen wegens mededaderschap aan inbreuk op het artikel 460ter Strafwetboek de uit artikel 10.1 EVRM afgeleide persvrijheid niet miskennen; Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende, voor het overige, dat het Hof ten volle de wettigheid van het bestreden arrest kan toetsen; Dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van vierennegentig euro vierenzeventig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zeven december tweeduizend en vier, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041207.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201007.2F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.