id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041210.4 Rolnummer: C.03.0155.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-23 Raadplegingen: 422 - laatst gezien 2026-07-04 13:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche Schade met betrekking tot ongeboren dieren is niet de rechtstreekse, materiële en zekere schade die, veroorzaakt door een natuurramp, aanleiding geeft tot een financiële tegemoetkoming van de Staat
(1).
(1)Zie Cass., 5 okt. 2000, AR C.98.0448.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001005.3, nr 521 en de conclusie van adv.-gen. Henkes; 7 juni 2002, AR C.00.0630.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020607.8, nr
- Thesaurus CAS: NATUURRAMP Vrije woorden: NATUURRAMP Rechtstreekse, materiële en zekere schade Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 12-07-1976 - Art.1,§1 Tekst van de beslissing Nr. C.03.0155.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Koningsstraat 60-62, eiser, vertegenwoordigd door Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- D.B.,
- O.R., verweerders. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 26 februari 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat artikel 1, ,§1, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, bepaalt dat de rechtstreekse, materiële en zekere schade aan private lichamelijke goederen, roerende en onroerende goederen, aanleiding geeft tot een financiële tegemoetkoming van de Staat ; Dat, krachtens artikel 3, a, 5°, van dezelfde wet, in geval van algemene ramp, alleen tot financiële tegemoetkoming aanleiding kan geven, de schade aan de andere lichamelijke, onroerende of roerende goederen, met uitsluiting van de fondsen en speciën, als deze goederen in België aangewend worden : - hetzij door de uitbating van een nijverheids-, ambachts-, handels-, land- of tuinbouwonderneming ; - hetzij door de uitoefening van elk ander beroep ; - hetzij voor de bedrijven van een openbare instelling, van een instelling van openbaar nut of van een vereniging zonder winstgevend doel ; Dat dit artikel voorts bepaalt dat de aldus bepaalde goederen de producten van de uitbating van het beroep of van de hierboven bedoelde bedrijvigheden omvatten ; Overwegende dat, blijkens de memorie van toelichting van de wet, de schade betrekking moet hebben op lichamelijke goederen die een materieel bestaan hebben en de schade bovendien rechtstreeks, materieel en zeker moet zijn ; Dat de schade met betrekking tot ongeboren dieren niet de rechtstreekse materiële en zekere schade uitmaakt bedoeld door de wetgever ; Overwegende dat het arrest oordeelt dat :
- ongeboren biggen lichamelijke goederen zijn die een materieel bestaan hebben en de schade wegens doodgeboorte een rechtstreekse materiële en zekere schade is in de zin van artikel 1 van de rampenschadewet ;
- bij de begroting van de schadepost 5, het kostenverlies dat wordt geleden opdat herlopen zeugen opnieuw drachtig worden van een vrucht voor evenveel dagen als de verlopen vrucht, rekening werd gehouden met het abortuspercentage van 2 procent ; Dat het zodoende zijn beslissing niet naar recht verantwoordt ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigd arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van tien december tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041210.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001005.3 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020607.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div