id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041214.7 Rolnummer: P.04.1616.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2005-04-13 Raadplegingen: 685 - laatst gezien 2026-07-04 16:26 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het bevel tot onmiddellijke aanhouding dat samengaat met een strafrechtelijke veroordeling is geen beslissing die losstaat van de veroordelende beslissing zelf, maar vormt daarmee een geheel; wanneer tegen het veroordelend vonnis door de beklaagde hoger beroep is ingesteld, is het cassatieberoep tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding niet ontvankelijk
(1).
(1)Het bevel tot onmiddellijke aanhouding dat samengaat met een strafrechtelijke veroordeling, is geen beslissing die losstaat van de veroordelende beslissing, maar vormt daarmee één geheel (Cass., 26 feb. 1997, P.97.0105.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970226.4, nr. 111; 25 april 2000, P.00.0608.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000425.8, nr 265). Luidens artikel 33, ,§ 2, Voorlopige Hechteniswet, zijn de beslissingen van de hoven en rechtbanken die de onmiddellijke aanhouding gelasten niet vatbaar voor hoger beroep of verzet vanwege de beklaagde. Ze zijn in beginsel wel vatbaar voor cassatieberoep (R. Van Camp en S. Vandromme, Onmiddellijke aanhouding, Comm. Strafr., Kluwer, (losbl.) nr 35). Dat cassatieberoep zal gegrond kunnen worden bevonden in de mate dat de beslissing die de onmiddellijke aanhouding gelast, zelf behept is met een onwettigheid (Cass., 10 nov. 1913, Pas., 1913, I, 460; Cass., 22 nov. 1937, Pas., 1937, I, 348; Cass., 1 maart 1994, P.94.0070.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940301.13, nr 105 en de noot
(2); R. Declercq, Voorlopige hechtenis en rechtsmiddelen, R.W., 1991-1992, 105, nrs 61 e.v.). Vanuit cassatietechnisch oogpunt kunnen de volgende gevallen van rechtsmiddelen tegen een bevel tot onmiddellijke aanhouding worden onderscheiden: a. veroordeling met onmiddellijke aanhouding in eerste aanleg en enkel cassatieberoep tegen de onmiddellijke aanhouding. Nu hoger beroep tegen een bevel tot onmiddellijke aanhouding is uitgesloten, heeft de beslissing van de politierechtbank of van de correctionele rechtbank (in eerste aanleg) over de onmiddellijke aanhouding het kenmerk van een beslissing in laatste aanleg en is ze dus in beginsel voor cassatie vatbaar (R. Declercq, l.c., nr 66). Maar wanneer de veroordelende beslissing bij afwezigheid van hiertegen aangewende rechtsmiddelen in kracht van gewijsde gaat en dus uitvoerbaar is, is het cassatieberoep tegen de onmiddellijke aanhouding meteen zonder bestaansreden geworden. b. Veroordeling met onmiddellijke aanhouding in eerste aanleg, gevolgd door hoger beroep tegen de veroordeling enerzijds en cassatieberoep tegen de onmiddellijke aanhouding anderzijds. Het Hof oordeelde dat, wanneer het veroordelend vonnis niet definitief is, het cassatieberoep tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding voorbarig, dus niet ontvankelijk is (Cass., 25 april 2000, P.00.0608.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000425.8, nr 265). Het geannoteerde arrest beslist dat, nu het bevel tot onmiddellijke aanhouding dat samengaat met een strafrechtelijke veroordeling geen beslissing is die losstaat van die veroordelende beslissing zelf maar daarmee een geheel vormt, het cassatieberoep tegen de enkele beslissing over de onmiddellijke aanhouding niet ontvankelijk is. Ten gevolge van het hoger beroep tegen de veroordelende beslissing zelf zal de appèlrechter zich immers ook moeten uitspreken over de aan de beslissing ten gronde gekoppelde onmiddellijke aanhouding voor zover die maatregel opnieuw door het openbaar ministerie zal worden gevorderd. Overigens kan, luidens artikel 27, ,§ 2, Voorlopige Hechteniswet, de voorlopige invrijheidstelling worden aangevraagd door degene die aangehouden is ingevolge een na veroordeling uitgesproken bevel tot onmiddellijke aanhouding, mits er tegen de veroordeling zelf hoger beroep, verzet of cassatieberoep is aangetekend. Maar niet ontvankelijk is het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling dat voor het hof van beroep is ingediend door een beklaagde die door de correctionele rechtbank bij verstek is veroordeeld met onmiddellijke aanhouding, wanneer het hoger beroep dat hij tegen het veroordelend vonnis heeft ingesteld, zelf kennelijk niet ontvankelijk is wegens laattijdigheid (Cass., 21 nov. 2001, P.01.1509.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011121.5, nr 635 met concl. van adv.-gen. Spreutels). c. Veroordeling met onmiddellijke aanhouding uitgesproken in hoger beroep en alleen cassatieberoep tegen de onmiddellijke aanhouding. Volgens een arrest van het Hof voorziet de wet niet in de mogelijkheid om cassatieberoep in te stellen tegen de onmiddellijke aanhouding, zonder dat cassatieberoep tegen de veroordeling waarop ze gegrond is wordt ingesteld (Cass., 12 dec. 2001, P.01.1653.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011212.9, nr 697). Alleszins gaat de veroordeling bij ontstentenis van een hiertegen gericht cassatieberoep in kracht van gewijsde als de voorzieningstermijn is verstreken, zodat het cassatieberoep tegen de bijbehorende onmiddellijke aanhouding niet ontvankelijk is aangezien de veroordeling uitvoerbaar is (R. Declercq, l.c., nr 63 (a)). d. Veroordeling met onmiddellijke aanhouding uitgesproken in hoger beroep waartegen algemeen cassatieberoep. Drie mogelijkheden kunnen zich voordoen:
- Wanneer het cassatieberoep tegen een veroordelende beslissing wordt verworpen, heeft het cassatieberoep tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding evenmin nog bestaansreden aangezien de bestreden veroordeling dan in kracht van gewijsde gaat (Cass., 5 mei 1999, P.99.0481.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990505.8, nr 263 en 9 januari 2002, P.01.1035.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020109.30, nr 17).
- De vernietiging van de beslissing waarbij de beklaagde wordt veroordeeld heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissing waarbij zijn onmiddellijke aanhouding wordt bevolen (Cass., 18 juni 1997, P.97.0659, nr 279; 2 mei 2000, P.00.0100.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000502.7, nr 267; 4 sept. 2001, P.01.0687, nr 443; 8 mei 2002, P.02.0021.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.22, nr 282).
- De enkele vernietiging van de beslissing van onmiddellijke aanhouding gebeurt zonder verwijzing en heeft invrijheidstelling tot gevolg (R. Declercq, l.c., nr 64 (b)). Het cassatieberoep tegen een beslissing van onmiddellijke aanhouding wordt beheerst door de gemeenrechtelijke procedurevoorschriften (A. Winants, De rechtsmiddelen, in De Voorlopige hechtenis, editors Benoit Dejemeppe en Dirk Merckx, Kluwer, nr 664). Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Veroordelend vonnis Bevel tot onmiddellijke aanhouding Hoger beroep tegen het veroordelend vonnis Cassatieberoep tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 20-07-1990 - Art.33,§2 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING Veroordelend vonnis Bevel tot onmiddellijke aanhouding Hoger beroep tegen het veroordelend vonnis Cassatieberoep tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 20-07-1990 - Art.33,§2 Tekst van de beslissing Nr. P.04.1616.N V. H. L. J. S., eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. George E. Van Mellaert, advocaat bij de balie te Brussel. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 19 november 2004 gewezen door de Correctionele Rechtbank te Mechelen, in zoverre de onmiddellijke aanhouding van eiser wordt bevolen; II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een verzoekschrift twee middelen voor. Dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat het vonnis, na eiser tot straf te hebben veroordeeld, diens onmiddellijke aanhouding beveelt; Overwegende dat eiser hoger beroep heeft ingesteld tegen het veroordelend vonnis en cassatieberoep tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding; Overwegende dat het bevel tot onmiddellijke aanhouding dat samengaat met een strafrechtelijke veroordeling, geen beslissing is die losstaat van de veroordelende beslissing zelf, maar daarmee één geheel vormt; dat tegen de enkele beslissing over de onmiddellijke aanhouding, geen cassatieberoep openstaat; Dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is; Overwegende dat de middelen, die niet de ontvankelijkheid van het cassatieberoep betreffen, geen antwoord behoeven; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van vierennegentig euro vierenzeventig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van veertien december tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230919.2N.19 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231115.2F.3 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241126.2N.34 precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940301.13 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970226.4 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970618.3 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990505.8 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000425.8 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000502.7 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010904.12 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011121.5 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011212.9 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020109.30 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div