← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041216.17

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041216.17 Rolnummer: C.03.0579.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2005-11-08 Raadplegingen: 678 - laatst gezien 2026-07-05 00:01 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing van de gemeenteraad houdende de bekrachtiging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen om cassatieberoep in te stellen kan worden overgelegd tot aan de sluiting van het debat

(1).
(1)Zie Cass., 28 nov. 1996, AR S.96.0036.F ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961128.8, nr 463, 4 mei 2001, AR C.98.0199.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010504.6, nr 255, met concl. O.M. en 5 sept. 2003, AR C.02.0539.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030905.3, nr Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Conclusie - Termijnen Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Stukken Gemeente College van burgemeester en schepenen Beslissing Gemeenteraad Bekrachtiging Overlegging Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1100 Thesaurus CAS: GEMEENTE Vrije woorden: GEMEENTE Cassatieberoep College van burgemeester en schepenen Beslissing Gemeenteraad Bekrachtiging Overlegging Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1100 Fiche 3 De bepaling van een gemeentelijk belasting- en retributiereglement waarbij een directe gemeentebelasting gevestigd wordt "op de open of gesloten tanks, vergaarbakken en -bekkens voor vloeibare en/of vaste stoffen die voor commerciële of industriële doeleinden worden aangewend, op basis van de totale maximumcapaciteit per exploitatie" beoogt niet het accessoir opslaan van vloeibare of vaste stoffen als onderdeel van de behandeling ervan aan de gemeentebelasting te onderwerpen. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Belasting- en retributiereglement Tanks Oogmerk Annotaties Publicaties: R.W. - X; Noot - 2007-2008, 403 Tekst van de beslissing Nr. C.03.0579.N GEMEENTE ZWIJNDRECHT, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, gevestigd te 2070 Zwijndrecht, Binnenplein 1, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS, naamloze vennootschap, (afgekort NV DEC), met maatschappelijke zetel te 2070 Zwijndrecht, Scheldedijk 30, Haven 1025, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 24 juni 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middel Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet ; de artikelen 1, 2 en 4 van het belastingreglement op de tanks, vergaarbakken en -bekkens geëxploiteerd met commerciële of industriële doeleinden, genomen door de gemeenteraad van de gemeente Zwijndrecht op zijn zitting van 5 november
  1. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest verklaart, na verweersters hoger beroep ontvankelijk en gegrond te hebben verklaard en derhalve het bestreden vonnis te hebben hervormd, verweersters vordering gegrond en verklaart de bezwaren van verweerster tegen de aanslag in de belasting op de tanks, vergaarbakken en -bekkens geëxploiteerd met commerciële of industriële doeleinden, dienstjaar 2000, onder kohierartikel 404000002274, voor een bedrag van 4.248.500 BEF, gegrond, doet de betwiste aanslag teniet en veroordeelt eiseres tot terugbetaling aan verweerster van de betaalde sommen, meer de moratoriumintresten op de belastingen, en dit op volgende gronden : "Toepassing van het belastingreglement op de laguneringsvelden : (...) dat het belastingreglement van toepassing is op tanks, vergaarbakken of vergaarbekkens ; Dat de belasting dus gevestigd wordt op een loutere opslag van vaste en/of vloeibare stoffen ; Dat een laguneringsveld een veld is waarin het laguneringsproces plaats heeft ofwel het slibontwateringsproces ; (...) dat uit de voorliggende stukken en gegevens blijkt dat de laguneringsvelden die (verweerster) exploiteert geen tanks of bekkens zijn waarin het slib louter wordt opgeslagen, doch dat deze velden behandelingsinstallaties zijn voor slibverwerking ; Dat de laguneringsvelden slibverwerkingsinstallaties zijn of installaties die afvalstoffen verwerken ; Dat het niet gaat om een eenvoudige opslag, doch om een verwerking/behandeling van bepaalde stoffen, met name van baggerspecie ; Dat een laguneringsveld een productievloer is waar een bepaalde behandeling wordt gegeven aan slib ; dat het slib niet wordt opgeslagen doch via bepaalde technieken behandeld wordt ; Dat het slib tijdens het drogingsproces ook verschillende keren gedraaid wordt door middel van aangepast en gespecialiseerd materieel ; Dat er derhalve sprake is van een productieproces ; (...) dat het belastingreglement van toepassing is op tanks, vergaarbakken en vergaarbekkens, waarin vaste en/of vloeibare stoffen worden opgeslagen ; Dat effectieve activiteiten of handelingen niet onder de toepassing van het belastingreglement vallen ; (...) dat uit het voorgaande blijkt dat de laguneringsvelden van (verweerster) niet onder het toepassingsgebied van het belastingreglement vallen" (arrest pp. 6-7). Grieven Artikel 1 van het te dezen toepasselijke belastingreglement op de tanks, vergaarbakken en -bekkens geëxploiteerd met commerciële of industriële doeleinden, genomen door de gemeenteraad van de gemeente Zwijndrecht, eiseres, op zijn zitting van 5 november 1998, bepaalt dat "er voor de dienstjaren 1999, 2000 en 2001 een directe gemeentebelasting (wordt) gevestigd op de open of gesloten tanks, vergaarbakken en -bekkens voor vloeibare en/of vaste stoffen die voor commerciële of industriële doeleinden worden aangewend, op basis van de totale maximumcapaciteit per exploitatie". Luidens artikel 2 van voornoemd belastingreglement is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de exploitant en de eigenaar op 1 januari van het belastingjaar. Ze wordt op 50 BEF per m3 vastgesteld door artikel 4 van het voornoemd belastingreglement. Uit deze bepalingen volgt dat "de aanwending" van "open of gesloten tanks, vergaarbakken en -bekkens voor vloeibare en/of vaste stoffen" voor "commerciële of industriële doeleinden", aan de gemeentelijke belasting onderworpen is. Wanneer een term niet is gedefinieerd door de wetgever of de verordenende overheid, dient men hieraan de gebruikelijke betekenis te geven, behoudens wanneer blijkt dat de wetgever of de verordenende overheid van deze gebruikelijke betekenis heeft willen afwijken. Zoals ook door eiseres in haar beroepsbesluiten voor de appèlrechters benadrukt, zijn "tanks", "vergaarbakken" en "vergaarbekkens", volgens de gebruikelijke betekenis die aan deze begrippen kan gehecht worden, respectievelijk een reservoir, een bak voor opvang of verzameling van vaste of vloeibare stoffen, en een grote vaste of door de bodem gevormde vergaarbak (beroepsbesluiten eiseres p. 11, vijfde alinea e.v.). Eiseres achtte verweerster onderworpen aan de litigieuze gemeentebelasting omdat de door verweerster geëxploiteerde "laguneringsvelden" in se bezinkingsbekkens zijn, bestaande uit kunstmatig aangelegde bassins waaronder een volledig impermeabel systeem, en waarin het te verwerken slip wordt verzameld (beroepsbesluiten eiseres p. 11). De omstandigheid dat de laguneringsvelden "installaties zijn die afvalstoffen verwerken" en aldus ook volumes zijn "waarin bepaalde procédés worden gestuurd", doet volgens eiseres geen afbreuk aan de toepassing van het litigieuze belastingreglement (ibid. p. 10, laatste alinea, en p. 12, derde alinea). Artikel 1 van het genoemd gemeentelijk belastingreglement bevat inderdaad geenszins de beperking dat alleen "de aanwending" van tanks, vergaarbakken en -bekkens, voor loutere opslag van vloeibare en/of vaste stoffen, aan de belasting zou onderworpen zijn. De gebruikelijke betekenis van de in artikel 1 van het belastingreglement gebruikte termen, sluit dan ook niet uit dat "de aanwending" van de tanks, vergaarbakken en -bekkens voor commerciële of industriële doeleinden die het belastbaar stelt, de verwerking of behandeling zou zijn van de in de tanks, vergaarbakken en/of vergaarbekkens opgevangen vloeibare of vaste stoffen. Uit niets blijkt dat de gemeentelijke overheid van de gebruikelijke betekenis van de termen "aanwending", "tanks", "vergaarbakken" en "vergaarbekkens" heeft willen afwijken. Het bestreden arrest oordeelt evenwel in rechte dat de litigieuze belasting alleen gevestigd wordt "op een loutere opslag van vaste en/of vloeibare stoffen" en "dat effectieve activiteiten of handelingen niet onder de toepassing van het belastingreglement vallen", en onderzoekt vervolgens in feite of de laguneringsvelden die verweerster exploiteert, tanks of bekkens zijn waarin het slib "louter wordt opgeslagen". Na in feite te hebben vastgesteld dat in de laguneringsvelden van verweerster een slibverwerkings en -ontwateringsproces plaats heeft, dat niet als "een eenvoudige opslag" van slib kan beschouwd worden nu het gaat om "een verwerking/behandeling van baggerspecie", en "dat het slib niet wordt opgeslagen doch via bepaalde technieken behandeld wordt", besluit het bestreden arrest dat er sprake is van "een productieproces", en dat de laguneringsvelden van verweerster niet onder toepassing van het belastingreglement vallen. Door enerzijds de draagwijdte van het door het genoemd belastingreglement voorziene belastbaar feit te beperken tot tanks, vergaarbakken of vergaarbekkens die "louter" of "eenvoudig" worden aangewend voor "de opslag" van vaste en/of vloeibare stoffen, en anderzijds tanks, vergaarbakken of vergaarbekkens waarin bepaalde stoffen niet "louter" en "eenvoudig" worden opgeslagen, maar wel worden "verwerkt/behandeld", van het toepassingsgebied uit te sluiten, voegt het bestreden arrest een voorwaarde toe aan het toepassingsgebied van het belastingreglement en schendt het derhalve artikel 1 van het belastingreglement op de tanks, vergaarbakken en -bekkens geëxploiteerd met commerciële of industriële doeleinden, genomen door de gemeenteraad van de gemeente Zwijndrecht, eiseres, op zijn zitting van 5 november 1998, en kon het dienvolgens niet wettig de lastens verweerster voor het dienstjaar 2000 gevestigde aanslag teniet doen (schending van de artikelen 1, 2 en 4 van het belastingreglement op de tanks, vergaarbakken en -bekkens geëxploiteerd met commerciële of industriële doeleinden, genomen door de gemeenteraad van de gemeente Zwijndrecht op zijn zitting van 5 november 1998). Uit de loutere vaststellingen dat een laguneringsveld een veld is waarin een slibontwateringsproces plaats heeft, dat de laguneringsvelden die verweerster exploiteert geen tanks of bekkens zijn waarin het slib louter wordt opgeslagen, dat deze velden behandelingsinstallaties zijn voor slibverwerking of installaties die afvalstoffen verwerken, dat het niet gaat om een eenvoudige opslag, doch om een verwerking/behandeling van bepaalde stoffen, met name van baggerspecie, dat een laguneringsveld een productievloer is waar een bepaalde behandeling wordt gegeven aan slib, dat het slib niet wordt opgeslagen doch via bepaalde technieken behandeld wordt, dat het slib tijdens het drogingsproces ook verschillende keren gedraaid wordt door middel van aangepast en gespecialiseerd materieel, en dat er sprake is van een productieproces, kon het bestreden arrest derhalve niet wettig afleiden dat de laguneringsvelden van verweerster niet onder toepassing vallen van het belastingreglement, nu hieruit niet blijkt dat deze laguneringsvelden ook ongeacht de aanwending ervan niet voor loutere opslag maar wel voor "effectieve activiteiten of handelingen" van verwerking en behandeling van stoffen, geen tanks, vergaarbakken of vergaarbekkens zouden zijn waarin het slib ook wordt opgevangen, in de zin van artikel 1 van het belastingreglement op de tanks, vergaarbakken en -bekkens geëxploiteerd met commerciële of industriële doeleinden, genomen door de gemeenteraad van de gemeente Zwijndrecht op zijn zitting van 5 november 1998, en schendt het derhalve voornoemd artikel 1 van het belastingreglement van 5 november
  2. Minstens berust het arrest op een dubbelzinnige redengeving voor zover het niet toelaat na te gaan of de rechters in feite van oordeel zijn dat ook ongeacht de omstandigheid dat in de laguneringsvelden een verwerking/behandeling van baggerspecie gebeurt en niet een loutere opslag, deze laguneringsvelden geen tanks, vergaarbakken of vergaarbekkens zijn waarin het slib wordt opgevangen, in welk geval de beslissing naar recht zou verantwoord zijn, dan wel deze laguneringsvelden zondermeer van de toepassing van het belastingreglement uitsluiten omdat in de laguneringsvelden een productieproces plaatsvindt van verwerking/behandeling van baggerspecie en geen loutere opslag van de baggerspecie, in welk geval het arrest, om de hiervoor toegelichte redenen, een voorwaarde toevoegt aan het belastbaar feit, omschreven in artikel 1 van het belastingreglement, en niet naar recht zou verantwoord zijn, en is het derhalve niet regelmatig gemotiveerd (schending van artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet). IV. Beslissing van het Hof Middelen van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1.
  3. Over het eerste door verweerster opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep : de beslissing van de gemeenteraad houdende de bekrachtiging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen om cassatieberoep in te stellen, werd laattijdig neergelegd : Overwegende dat overeenkomstig artikel 1100 van het Gerechtelijk Wetboek, benevens de stukken die bij het dossier van de rechtspleging worden gevoegd, in het proces uitsluitend mogen aangewend worden, onder meer, de stukken die overgelegd zijn ten bewijze dat het cassatieberoep toegelaten is : Dat die stukken kunnen worden neergelegd tot aan de sluiting van het debat ; Overwegende dat eiseres op 19 december 2003 ter griffie van het Hof een eensluidend verklaard uittreksel uit de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van eiseres van 27 november 2003 heeft neergelegd, waaruit blijkt dat de gemeenteraad de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 18 november 2003 bekrachtigt waarbij Mr. Geinger wordt aangesteld voor het instellen van cassatieberoep tegen het arrest van 24 juni 2003 van het Hof van Beroep te Antwerpen ; Dat het eerste middel van niet-ontvankelijkheid niet kan worden aangenomen ; 1.
  4. Over het tweede door verweerster opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep : de bekrachtiging door de gemeenteraad van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen om cassatieberoep in te stellen kan niet gelijkgesteld worden met een machtiging : Overwegende dat, overeenkomstig artikel 270, eerste lid, van de Nieuwe Gemeentewet, het college van burgemeester en schepenen alle handelingen verricht tot bewaring van recht of tot stuiting van verjaring en van verval ; Dat, krachtens het tweede lid van voormelde wetsbepaling, alle andere rechtsvorderingen waarbij de gemeente als eiser optreedt, door het college van burgemeester en schepenen slechts mogen worden ingesteld na machtiging door de gemeenteraad ; Overwegende dat uit de door eiseres overgelegde stukken blijkt dat :
  5. het college van burgemeester en schepenen op 18 november 2003 besliste Mr. Geinger aan te duiden voor het instellen van het cassatieberoep tegen het arrest van 24 juni 2003 van het Hof van Beroep te Antwerpen ;
  6. de gemeenteraad op 27 november 2003 besliste het voormeld besluit van het college van burgemeester en schepenen te bekrachtigen ; Dat aldus het college van burgemeester en schepenen, gelet op het feit dat het bestreden arrest werd betekend op 21 augustus 2003 en de termijn om cassatieberoep in te stellen liep, krachtens artikel 270 van de Nieuwe Gemeentewet bevoegd was om cassatieberoep in te stellen en dat de gemeenteraad overeenkomstig de wet die beslissing van het college van burgemeester en schepenen heeft bevestigd ; Dat het tweede middel van niet-ontvankelijkheid niet kan worden aangenomen ; Het middel zelf Overwegende dat, krachtens artikel 1 van het belasting- en retributiereglement 1999-2001 goedgekeurd door de gemeenteraad van eiseres op 5 november 1998, voor de dienstjaren 1999, 2000 en 2001, een directe gemeentebelasting gevestigd wordt "op de open of gesloten tanks, vergaarbakken en bekkens voor vloeibare en/of vaste stoffen die voor commerciële of industriële doeleinden worden aangewend, op basis van de totale maximumcapaciteit per exploitatie" ; Dat die wettelijke bepaling niet beoogt het accessoir opslagen van vloeibare of vaste stoffen als onderdeel van de behandeling ervan, aan de gemeentebelasting te onderwerpen ; Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat :
  7. de laguneringsvelden die verweerster exploiteert slibverwerkingsinstallaties zijn of installaties die afvalstoffen verwerken ;
  8. dat het niet gaat om een eenvoudige opslag doch om een verwerking/behandeling van baggerspecie ;
  9. een laguneringsveld een productievloer is waar een bepaalde behandeling wordt gegeven aan slib dat niet wordt opgeslagen, doch via bepaalde technieken behandeld wordt ;
  10. het slib tijdens het drogingsproces verschillende keren gedraaid wordt door middel van aangepast en gespecialiseerd materieel ; Dat de appèlrechters op grond hiervan oordelen dat de laguneringsvelden van verweerster geen tanks of bekkens zijn waarin het slib louter wordt opgeslagen, maar een productieproces vormen ; Dat de appèlrechters aldus hun beslissing dat de laguneringsvelden van verweerster niet onder het toepassingsgebied van het belastingsreglement van eiseres vallen, zonder de in het middel aangevoerde dubbelzinnigheid, naar recht verantwoorden ; Dat het middel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van vierhonderd zesennegentig euro drieëndertig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd vierenzestig euro tweeëndertig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waüters, Ghislain Londers, Eric Dirix en Dirk Debruyne, en in openbare terechtzitting van zestien december tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041216.17 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130207.4 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961128.8 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010504.6 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030905.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081121.3 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100401.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.