id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050104.17 Rolnummer: P.04.1368.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-04-28 Raadplegingen: 178 - laatst gezien 2026-07-03 13:56 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een arrest van het hof van beroep dat beslist over een verzoek strekkende tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen, uitgaande van een beklaagde die hoger beroep heeft ingesteld tegen een veroordelend vonnis van de correctionele rechtbank, is een voorbereidend arrest dat enkel beslist bij toepassing van artikel 61quater van het Wetboek van Strafvordering en waartegen krachtens artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering slechts na het eindarrest of het eindvonnis cassatieberoep openstaat
(1).
(1)Eiser in cassatie had in deze afstand zonder berusting gedaan van zijn cassatieberoep in de mate dat het Hof van oordeel zou zijn dat het bestreden arrest een arrest is waartegen overeenkomstig artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering pas beroep in cassatie openstaat na het eindarrest. Nu het Hof oordeelde dat zulks het geval was, werd aan eiser akte van afstand zonder berusting verleend. De onderliggende problematiek is echter niet zonder belang. De artikelen 28sexies en 61quater van het Wetboek van Strafvordering regelen het zogenaamde 'strafrechtelijk kortgeding' waardoor eenieder die tijdens het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek geschaad wordt door een opsporingshandeling respectievelijk een onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen, al naar gelang het geval, aan de procureur des Konings dan wel aan de onderzoeksrechter de opheffing daarvan kan vragen. De wet voorziet echter niet in een rechtspleging wanneer de zaak aanhangig werd gemaakt voor het vonnisgerecht. In casu was eiser in cassatie reeds door de correctionele rechtbank veroordeeld en was in gevolge zijn hoger beroep de zaak hangende voor het hof van beroep. Dit hof verklaarde het door eiser overeenkomstig artikel 61quater neergelegde verzoekschrift ontvankelijk naar 'vorm en termijn', maar wees het als ongegrond af, zonder eerst te hebben onderzocht of het hoger beroep van eiser tegen het veroordelend vonnis wel ontvankelijk was en of het hof dus wel enige rechtsmacht ter zake had. Het voorliggend arrest van het Hof van cassatie oordeelt dat het arrest van het hof van beroep te Antwerpen een arrest is dat enkel beslist over een verzoekschrift met toepassing van artikel 61quater van het Wetboek van Strafvordering en zodoende een voorbereidend arrest is dat krachtens artikel 416 van hetzelfde wetboek niet voor onmiddellijk cassatieberoep vatbaar is. Aldus blijkt het Hof impliciet te oordelen dat een dergelijke procedure voor het vonnisgerecht, op basis van een artikel dat expliciet enkel een situatie in het gerechtelijk onderzoek regelt, kan gevoerd worden. Deze zienswijze ligt in de lijn van een zekere rechtsleer (R. VERSTRAETEN, Beslag in strafzaken, Commentaar Strafrecht & Strafvordering, nr. 47bis; H. D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, 2° éd., p. 379, die gewagen van een juridisch vacuüm) en beantwoordt bevestigend de vraag of het ter zake strafrecht en strafvordering wel aangeraden is om, wanneer de wet geen procedure voorziet, een bestaande procedure die in se niet van toepassing is, naar analogie toepasselijk te maken. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vonnis van de correctionele rechtbank Hoger beroep Verzoekschrift tot opheffing van een onderzoekshandeling mbt goederen gericht aan het vonnisgerecht in hoger beroep Aard van het arrest Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vonnis van de correctionele rechtbank Hoger beroep Verzoekschrift tot opheffing van een onderzoekshandeling mbt goederen gericht aan het vonnisgerecht in hoger beroep Aard van het arrest Tekst van de beslissing Nr. P.04.1368.N L. G. M. L. , eiser, verzoeker tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen, met als raadsman Mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 30 september 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt geen middel voor. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat eiser afstand zonder berusting doet van zijn cassatieberoep in de mate het Hof van oordeel zou zijn dat het bestreden arrest een arrest is waartegen overeenkomstig artikel 416 Wetboek van Strafvordering pas beroep in cassatie openstaat na het eindarrest; Overwegende dat eiser op de griffie van het Hof van Beroep te Antwerpen een verzoekschrift heeft neergelegd strekkende tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen; dat hij daarin uiteenzet dat hij hoger beroep heeft ingesteld tegen het veroordelend vonnis van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen van 11 maart 2004 en vraagt het beslag op overtuigingstukken, dit zijn dossiers betreffende zijn ambtsuitoefening, op te heffen, eventueel onder de voorwaarden die hij voorstelt; dat hij zijn verzoek grondt op zijn recht op tegenspraak en zijn recht van verdediging; dat het bestreden arrest eisers verzoek ontvankelijk maar ongegrond verklaart; Overwegende dat een arrest dat enkel beslist over een verzoekschrift met toepassing van artikel 61quater Wetboek van Strafvordering, een voorbereidend arrest is; dat krachtens artikel 416 Wetboek van Strafvordering tegen dergelijk arrest eerst na het eindarrest of het eindvonnis cassatieberoep openstaat; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verleent eiser akte van zijn afstand zonder berusting; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zevenenvijftig euro twaalf cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vier januari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050104.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div