← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050111.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050111.10 Rolnummer: P.03.1120.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-05-03 Raadplegingen: 597 - laatst gezien 2026-07-04 11:00 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De artikelen 159, 191 en 212 van het Wetboek van Strafvordering schenden niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat zij de kamer van inbeschuldigingstelling de bevoegdheid verlenen om kennis te nemen van de vordering van de buiten vervolging gestelde verdachte tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep van de burgerlijke partij tegen de beschikking tot buitenvervolgingstelling van de raadkamer

(1)
(2).
(1)Arbitragehof, 15 sept. 2004, nr 152/2004, B.S., 19 okt. 2004 (eerste uitgave), 72666.
(2)Cass., 7 sept. 2004, AR P.02.1685.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040907.6, nr ... Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Kamer van inbeschuldigingstelling Burgerlijke partij Tergend en roekeloos hoger beroep tegen buitenvervolgingstelling Vordering tot schadevergoeding vanwege de buitenvervolginggestelde verdachte Grondwettigheid GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Burgerlijke partij Tergend en roekeloos hoger beroep tegen buitenvervolgingstelling Vordering tot schadevergoeding vanwege de buitenvervolginggestelde verdachte Bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling Grondwettigheid GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Burgerlijke partij Tergend en roekeloos hoger beroep tegen buitenvervolgingstelling Vordering tot schadevergoeding vanwege de buitenvervolginggestelde verdachte Bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling Grondwettigheid Tekst van de beslissing Nr. P.03.1120.N V V G, eiser, burgerlijke partij, met als raadsman Mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Jan Kerkhofs, advocaat bij de balie te Gent, voor Mr. Hans Rieder, tegen
  1. S W,
  2. M J, verweerders, inverdenkinggestelden. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 19 juni 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Voorafgaande rechtspleging Bij arrest van 2 december 2003 heeft het Hof aan het Arbitragehof navolgende prejudiciële vraag gesteld: Schenden de artikelen 159, 191 en 212 Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de mate dat uit deze artikelen volgt dat de in verdenkinggestelde die voor de kamer van inbeschuldigingstelling, welke uitspraak doet met toepassing van de artikelen 136, 136bis, 235 en 235bis Wetboek van Strafvordering, een vordering tot schadevergoeding tegen de burgerlijke partij kan instellen op grond dat de klacht van deze laatste niet ontvankelijk alsmede tergend en roekeloos is, terwijl de burgerlijke partij dergelijke vordering niet kan instellen wanneer de inverdenkinggestelde voor datzelfde gerecht een tergend en roekeloos middel of rechtsmiddel aanwendt; V. Beslissing van het Hof
  3. Tweede middel 1.
  4. Derde onderdeel Overwegende dat het Arbitragehof bij arrest nr. 152/2004 van 15 september 2004 heeft beslist: "De artikelen 159, 191 en 212 van het Wetboek van Strafvordering schenden niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat zij de kamer van inbeschuldigingstelling de bevoegdheid verlenen om kennis te nemen van de vordering van de buiten vervolging gestelde verdachte tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep van de burgerlijke partij tegen de beschikking tot buitenvervolgingstelling van de raadkamer"; Overwegende dat uit dit antwoord volgt dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;
  5. Overige grieven Overwegende dat de overige onderdelen reeds beantwoord werden in het arrest van het Hof van 2 december 2003; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van driehonderd en tien euro eenenveertig cent, waarvan vierenzestig euro achtentachtig cent verschuldigd en tweehonderd vijfenveertig euro drieënvijftig cent door eiser betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van elf januari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050111.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031202.7 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210908.2F.4 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221102.2F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040907.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171220.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.