id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050111.12 Rolnummer: P.04.1087.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2005-05-03 Raadplegingen: 811 - laatst gezien 2026-07-04 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De verbeurdverklaring uitgesproken met toepassing van artikel 505, derde lid, Strafwetboek heeft onder meer een zakelijk karakter zodat het in dat opzicht irrelevant is voor een burgerlijke partij ten laste van welke beklaagde die verbeurdverklaring wordt uitgesproken. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN Vrije woorden: STRAF - ANDERE STRAFFEN Bijzondere verbeurdverklaring Verbeurdverklaring uitgesproken bij toepassing van artikel 505, derde lid, Strafwetboek Aard Burgerlijke partij Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.42,3°en Fiche 2 Wanneer een arrest, op vordering van de burgerlijke partij, de verbeurdverklaring beveelt van voorwerpen bij toepassing van artikel 505, derde lid, Strafwetboek, heeft die burgerlijke partij er geen belang bij dat die verbeurdverklaring ook met toepassing van artikel 43bis Strafwetboek zou bevolen worden. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN Vrije woorden: STRAF - ANDERE STRAFFEN Bijzondere verbeurdverklaring Verbeurdverklaring uitgesproken bij toepassing van artikel 505, derde lid, Strafwetboek Burgerlijke partij Verbeurdverklaring bij toepassing van artikel 43bis Strafwetboek Belang Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.42,3°,43 Fiches 3 - 4 Er bestaat geen grond voor het Hof van cassatie om een prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitragehof wanneer het cassatiemiddel dat die vraag opwerpt niet ontvankelijk is om redenen die vreemd zijn aan de wetsbepaling die het voorwerp uitmaakt van de prejudiciële vraag
(1).
(1)Cass., 24 sept. 1993, A.C. 1993, nr
- Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: ARBITRAGEHOF Cassatiemiddel Prejudiciële vraag Niet ontvankelijk middel Redenen van niet ontvankelijkheid vreemd aan de wetsbepaling die het voorwerp van de prejudiciële vraag uitmaakt Verplichting van het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art.26 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: PREJUDICIEEL GESCHIL Arbitragehof Cassatiemiddel Prejudiciële vraag Niet ontvankelijk middel Redenen van niet ontvankelijkheid vreemd aan de wetsbepaling die het voorwerp van de prejudiciële vraag uitmaakt Verplichting van het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art.26 Fiche 5 Uit de onderlinge samenhang tussen het bepaalde in de artikelen 505 derde lid, 505 eerste lid, 2°, 42, 1° en 3° en 43bis derde en vierde lid, Strafwetboek volgt dat ook wanneer zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek krachtens artikel 505, derde lid, Strafwetboek verbeurd worden verklaard, die zaken, in geval zij aan de burgerlijke partij toebehoren of goederen of waarden vertegenwoordigen die in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of het equivalent zijn van zulke zaken, haar naar gelang het geval zullen worden teruggegeven of toegewezen op voorwaarde dat daardoor de rechten van derden niet worden geschaad. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vermogensvoordelen gehaald uit het misdrijf Heling van vermogensvoordelen Bijzondere verbeurdverklaring Burgerlijke partij Teruggave of toewijzing Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.505,eerst Tekst van de beslissing Nr. P.04.1087.N INAPA NV, voorheen BUROPAPIER NV, met zetel te Huizingen, A. Vaucampslaan 32, eiseres, burgerlijke partij, met als raadslieden Mr. Raf Verstraeten en Mr. Caroline De Baets, advocaten bij de balie te Brussel, tegen
- V D E M,
- C P J L, verweerders, beklaagden. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 23 juni 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie vier middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof
- Eerste middel Overwegende dat het arrest de goederen, voorwerp van de telastlegging F (heling), die volgens het middel tevens de vermogensvoordelen zijn die de eerste verweerder uit de door hem gepleegde misdrijven loondiefstal en oplichting heeft verworven, ten laste van hem verbeurdverklaart; dat de aangevoerde tegenstrijdigheid die erin bestaat dat het arrest die verbeurdverklaring uitspreekt alhoewel het oordeelt dat zij, bij afwezigheid van vordering van het openbaar ministerie, niet kan worden uitgesproken, eiseres niet kan grieven; Overwegende dat de verbeurdverklaring uitgesproken met toepassing van artikel 505, derde lid, Strafwetboek onder meer een zakelijk karakter heeft; dat het feit dat die verbeurdverklaring wordt uitgesproken ten laste van een bepaalde beklaagde dan wel van een andere beklaagde eiseres als burgerlijke partij evenmin kan grieven; dat het feit dat eiseres vorderde dat de verbeurdverklaarde zaken haar zouden worden toegewezen daaraan niet afdoet; Dat het middel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is;
- Tweede middel Overwegende dat eiseres in de voor het hof van beroep genomen conclusie de verbeurdverklaring met toepassing van artikel 505, derde lid, Strafwetboek vorderde van de voorwerpen die bij tweede verweerster werden gevonden en in beslag genomen, zijnde deze die het voorwerp uitmaken van de telastlegging F; dat het arrest de verbeurdverklaring van deze voorwerpen beveelt; dat eiseres er geen belang bij heeft dat die verbeurdverklaring ook met toepassing van artikel 43bis Strafwetboek zou bevolen worden; Dat het middel niet ontvankelijk is; Overwegende dat eiseres vordert dat aan het Arbitragehof de volgende prejudiciële vraag wordt gesteld: "Schendt artikel 43bis Strafwetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het alleen het openbaar ministerie de bevoegdheid verleent tot het vorderen van de verbeurdverklaring en niet aan de burgerlijke partij, terwijl dit artikel 43bis in zijn derde lid voorziet in een verbeurdverklaring met toewijzing aan de burgerlijke partij en derhalve niet alleen een strafrechtelijk doch ook een vergoedend karakter heeft"; Overwegende dat het middel niet ontvankelijk is om redenen die vreemd zijn aan de wetsbepaling die het voorwerp uitmaakt van de prejudiciële vraag; Dat er derhalve geen grond bestaat om de prejudiciële vraag te stellen;
- Derde middel 3.
- Tweede onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 505, derde lid, Strafwetboek, de zaken bedoeld in het 2° van het eerste lid van dat artikel, met name de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, van hetzelfde wetboek, welke gekocht, in ruil of om niet ontvangen werden of in bezit, bewaring of beheer genomen werden, ofschoon de oorsprong gekend was of moest gekend zijn, het voorwerp uitmaken van de misdrijven die gedekt worden door deze bepaling, in de zin van artikel 42, 1, en zij verbeurdverklaard worden, ook indien zij geen eigendom zijn van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring, schaadt; Overwegende dat artikel 43bis, derde lid, Strafwetboek, onder meer bepaalt, eensdeels, dat ingeval de verbeurdverklaarde zaken bedoeld in artikel 42, 3°, van hetzelfde wetboek aan de burgerlijke partij toebehoren, zij haar zullen worden teruggegeven, anderdeels, dat de verbeurdverklaarde zaken haar eveneens zullen worden toegewezen ingeval de rechter de verbeurdverklaring uitspreekt omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent zijn van zulke zaken; dat het vierde lid van dat artikel bepaalt dat iedere andere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, dit recht zal kunnen laten gelden binnen een termijn en volgens de modaliteiten bepaald door de Koning; Overwegende dat uit deze bepalingen in hun onderlinge samenhang volgt dat ook wanneer zaken bedoeld in artikel 42, 3° Strafwetboek krachtens artikel 505, derde lid, Strafwetboek worden verbeurdverklaard, die zaken, ingeval zij aan de burgerlijke partij toebehoren of goederen of waarden vertegenwoordigen die in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of het equivalent zijn van zulke zaken, haar naar gelang van het geval zullen worden teruggegeven of toegewezen op voorwaarde dat daardoor de rechten van derden op die zaken niet worden geschaad; Overwegende dat het arrest de goederen die het voorwerp uitmaken van de telastlegging F, zijnde heling van die goederen ten nadele van eiseres, verbeurdverklaart, zonder uitspraak te doen over de eventuele toewijzing van die goederen aan laatstgenoemde die dit had gevorderd; Dat het aldus de beslissing niet naar recht verantwoordt; Dat het onderdeel gegrond is; 3.
- Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel niet tot ruimere cassatie kan leiden, mitsdien geen antwoord behoeft;
- Vierde middel 4.
- Eerste onderdeel Overwegende dat het arrest door de in het onderdeel aangehaalde reden die betrekking heeft op de telastlegging C (bezit van verdovende middelen), geen uitlegging geeft van de aanvoering van eiseres in conclusie dat het door de tweede verweerster gepleegde misdrijf van heling samen met de door de eerste verweerder gepleegde misdrijven van loondiefstal en oplichting, de schade heeft veroorzaakt; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist; 4.
- Tweede onderdeel Overwegende dat het arrest oordeelt "dat de schade waarvoor (eiseres) vergoeding vordert, niet werd veroorzaakt door de heling waaraan (tweede verweerster) schuldig is, maar dat ze volledig werd veroorzaakt door en dat ze zich voordeed op het ogenblik van het plegen van de diefstallen en oplichting door eerste (verweerder)"; dat het aldus oordeelt dat de heling hier geen met de daaraan voorafgaande misdrijven van diefstal en oplichting samenlopende fout is die bijgedragen heeft tot het ontstaan en het voortduren van de schade en op die grond beslist dat de tweede verweerster niet gehouden is tot schadevergoeding aan eiseres; dat het aldus de beslissing naar recht verantwoordt; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het geen uitspraak doet over de vordering aan eiseres tot het haar toewijzen van de verbeurdverklaarde goederen; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; Verwerpt het cassatieberoep voor het overige; Veroordeelt eiseres in drie vierden van de kosten en de verweerders tot de overige kosten; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Gezegde kosten begroot op de som van honderd drieënzeventig euro vijfenzeventig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van elf januari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050111.12 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070509.7 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090402.14 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210915.2F.11 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250131.1N.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.2 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070904.2 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.7 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080508.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div