← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050118.24

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050118.24 Rolnummer: P.05.0037.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2005-04-18 Raadplegingen: 639 - laatst gezien 2026-07-04 13:30 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De termijn waarbinnen de krachtens de artikelen 47septies, ,§ 2, vierde lid en 47novies, ,§ 2, vierde lid, Strafvordering opgestelde processen-verbaal en de in het derde lid van die artikelen bedoelde beslissing inzake observatie en infiltratie bij het strafdossier worden gevoegd is geen vervaltermijn die noodzakelijk moet leiden tot de nietigheid van de uitgevoerde observatie en infiltratie. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Bijzondere opsporingstechnieken Observatie Infiltratie Bij het strafdossier te voegen stukken Termijn Aard Fiches 2 - 3 Niet ontvankelijk is het cassatiemiddel dat het Hof in verband met de subsidiariteitsvoorwaarde bij observatie en infiltratie verplicht de feitelijke omstandigheden te onderzoeken. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Bijzondere opsporingstechnieken Observatie Infiltratie Subsidiariteitsvoorwaarde Cassatiemiddel Onderzoek van feitelijke omstandigheden Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei Vrije woorden: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei Onderzoek in strafzaken Bijzondere opsporingstechnieken Observatie Infiltratie Subsidiariteitsvoorwaarde Onderzoek van feitelijke omstandigheden Tekst van de beslissing Nr. P.05.0037.N K A, eiser, inverdenkinggestelde, aangehouden, met als raadsman Mr. Steve Geerdens, advocaat bij de balie te Hasselt. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 6 januari 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldiging-stelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie vijf middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen Overwegende dat artikel 149 Grondwet niet van toepassing is voor de onderzoeksgerechten die geen uitspraak doen over de gegrondheid van de strafvordering; Dat de middelen in zoverre falen naar recht;

  1. Eerste middel Overwegende dat een onjuiste motivering geen motiveringsgebrek oplevert; Overwegende dat, krachtens de te dezen toepasselijke artikelen 47septies, ,§ 2, vierde lid en 47novies, ,§ 2, vierde lid, Wetboek van Strafvordering opgestelde processen-verbaal en de in het derde lid van die artikelen bedoelde beslissing, bij het strafdossier worden gevoegd uiterlijk na het beëindigen van de observatie of infiltratie; Overwegende dat, anders dan waarvan het middel uitgaat, die termijn geen vervaltermijn is die noodzakelijk moet leiden tot de nietigheid van de uitgevoerde observatie of infiltratie; Dat het middel faalt naar recht;
  2. Tweede middel Overwegende dat, anders dan het middel aanvoert, het arrest met de erin vermelde redenen het bedoelde verweer verwerpt en beantwoordt; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat het middel, dat een onwettigheid aanvoert omdat de naam van eiser, minstens een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van hem in de machtiging tot observatie en infiltratie niet zijn vermeld, opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van de appèlrechters dat zijn persoon voldoende nauwkeurig werd beschreven; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is;
  3. Derde middel Overwegende dat, anders dan het middel aanvoert, het arrest met de redenen die het bevat het bedoelde verweer verwerpt en beantwoordt; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat het middel, anders dan het aanvoert, het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is; Dat het middel immers het Hof verplicht de aangevoerde feitelijke omstandigheden te onderzoeken, in het bijzonder of er tussen 17 november 2004 en 20 november 2004 al dan niet "klassieke opsporingsmethoden" zijn aangewend en of het "perfect mogelijk geweest (was) om aan de onderzoeksrechter een beschikking cfr. artikel 88bis Wetboek van Strafvordering of artikel 90ter Wetboek van Strafvordering of een bevel tot huiszoeking te vragen"; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is;
  4. Vierde middel Overwegende dat het arrest, dat eisers verweer verwerpt en beantwoordt, regelmatig met redenen is omkleed; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat het middel voor het overige opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van de appèlrechters dat eiser de heroïne spontaan heeft aangeboden of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is;
  5. Vijfde middel Overwegende dat het middel dat formeel een motiveringsgebrek en schending van artikel 47quater Wetboek van Strafvordering aanvoert, in werkelijkheid opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van de appèlrechters dat eiser de heroïne spontaan heeft aangeboden; Dat het middel niet ontvankelijk is; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorge-schreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zesenzestig euro drieënvijftig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van achttien januari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050118.24 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230822.VAK.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121023.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140520.5 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140617.6 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250312.2F.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.