← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050121.29

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050121.29 Rolnummer: C.05.0014.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-04-28 Raadplegingen: 563 - laatst gezien 2026-07-04 10:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wie een rechter wil wraken, moet dit doen voor de aanvang van de pleidooien, tenzij de redenen van wraking later zijn ontstaan; het verzoekschrift tot wraking dat ter griffie van het hof van beroep wordt neergelegd en die regel niet naleeft, is niet ontvankelijk

(1).
(1)Zie Cass., 4 maart 1991, AR 7157, nr 352; Cass., 29 april 1991, AR 8957, nr 450; Cass., 18 nov. 1997, AR P.96.1364.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971118.3, nr 485, met concl. adv.-gen. BRESSELEERS; Cass., 10 mei 2000, AR P.00.0730.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000510.3, nr 284; Cass., 26 dec. 2001, AR P.01.1716.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011226.2, nr
  1. Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: WRAKING Burgerlijke zaken Verzoekschrift Neerlegging op de griffie Termijn Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.833 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0014.N N.E., verzoekster tot wraking, vertegenwoordigd door Mr. Kurt Creyf, advocaat bij de balie te Brugge, kantoor houdende te 8000 Brugge, Predikherenrei 11, in de zaak N.E., voornoemd, tegen H.D., vertegenwoordigd door Mr. Annelies Lambrecht loco Mr. Jan Verstraete, advocaat bij de balie te Antwerpen, kantoor houdende te 2000 Antwerpen, Schermersstraat
  2. I. Verzoek Verzoekster heeft op 10 januari 2005 voor het Hof van Beroep te Antwerpen een akte van wraking neergelegd tegen S.B., raadsheer die deel uitmaakt van dat hof van beroep. De gewraakte magistraat heeft op 11 januari 2005 verklaard zich niet te willen onthouden van de behandeling van de zaak. II. Rechtspleging voor het Hof De akte van wraking is op 12 januari 2005 medegedeeld aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie. Dezelfde dag is het dossier door de procureur-generaal aan de hoofdgriffier van het Hof medegedeeld. Op de openbare terechtzitting van 21 januari 2005 heeft voorzitter Ivan Verougstraete verslag uitgebracht, heeft advocaat-generaal Dirk Thijs geconcludeerd en hebben de partijen gepleit. III. Beslissing van het Hof Overwegende dat het verzoek gesteund is op de hoge graad van vijandschap die zou bestaan of bestaan hebben tussen de gewraakte magistraat en verzoekster ; Overwegende dat hij die een wraking wil voordragen dit moet doen voor de aanvang van de pleidooien tenzij de redenen van wraking later zijn ontstaan ; Overwegende dat uit het verzoekschrift zelf kan worden afgeleid dat op 17 februari 2004 werd medegedeeld aan verzoekster dat de zaak, waarin thans verzoekster een wraking voordraagt, zou gepleit worden op 9 november 2004 voor het hof te Antwerpen voor de zesde kamer waarvan raadsheer B. deel uitmaakt ; Dat de zaak gepleit werd op die dag zonder dat verzoekster enige grond van wraking opwierp ; Dat nadat verzoekster in het ongelijk werd gesteld bij een arrest van 7 december 2004 waarin het hof te Antwerpen ook ambtshalve de procedure van artikel 1072bis van het Gerechtelijk Wetboek opstartte, verzoekster de akte van wraking heeft neergelegd ; Overwegende dat de aangevoerde redenen van wraking zijn ontstaan voor de aanvang der pleidooien op de zitting van 9 november 2004 ; Dat niet ter zake doet dat de advocaat van verzoekster of zijn medewerker slechts uitzonderlijk in Antwerpen pleiten, dat verzoekster niet in persoon op de zitting van 9 november 2004 aanwezig was, en dat het arrest van 7 december 2004 alleen de eerste letter van de voornaam van raadsheer B. weergaf zodat de advocaat van verzoekster niet alle gegevens had over de identiteit van voornoemde magistraat ; Dat het verzoek te laat is ingesteld ; Dat het verzoek moet worden verworpen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het verzoek ; Stelt gerechtsdeurwaarder J.L., kantoor houdende te ... aan, om het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen te betekenen ; Veroordeelt verzoekster in de kosten. De kosten begroot op de som van nul euro jegens de verzoekende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van eenentwintig januari tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050121.29 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971118.3 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000510.3 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011226.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070301.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.