id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050204.26 Rolnummer: D.04.0013.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2005-06-02 Raadplegingen: 580 - laatst gezien 2026-07-04 19:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het behoort niet tot de exclusieve bevoegdheid van het Arbitragehof vast te stellen dat een wettelijke norm klaarblijkelijk niet in strijd is met de Grondwet en door de rechter moet worden toegepast; het rechtscollege waarvan de beslissing vatbaar is voor cassatieberoep en dat oordeelt dat de wet duidelijk grondwetconform is, verantwoordt naar recht zijn beslissing geen prejudiciële vraag aan het Arbitragehof te stellen
(1)Zie Cass., 17 nov. 2004, AR P.04.1096.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041117.4, nr ...; 25 feb. 2004, AR P.03.1430.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040225.12, nr ... Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: ARBITRAGEHOF Bevoegdheid Toetsing van de wet aan de grondwet Exclusieve bevoegdheid Beperking Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art.26,§2 Thesaurus CAS: GRONDWET - ALGEMEEN Vrije woorden: GRONDWET - ALGEMEEN Toetsing van de wet aan de grondwet Arbitragehof Exclusieve bevoegdheid Beperking Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art.26,§2 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: PREJUDICIEEL GESCHIL Arbitragehof Prejudiciële vraag Rechtbank Verplichting Tekst van de beslissing Nr. D.04.0013.N V.D. eiser, vertegenwoordigd door Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 523, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijke rechtspersoon, optredend door haar Nationale Raad, vertegenwoordigd door zijn voorzitter, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 6 juli 2004 gewezen door de raad van beroep van de Orde van architecten met het Nederlands als voertaal. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Eerste middel Overwegende dat de bestreden beslissing oordeelt dat door het overmaken van het dossier aan de raad van beroep blijkt dat de gewraakte rechter weigert zich te onthouden en dat eiser over de mogelijkheid beschikte van die verklaring kennis te nemen bij de behandeling van het tussengeschil voor deze raad ; Dat deze niet bekritiseerde redenen de beslissing, dat er geen reden tot schorsing is voor het behandelen van de zaak, dragen ; Dat het middel niet ontvankelijk is ;
- Tweede middel 2.
- Eerste onderdeel Overwegende dat, krachtens het te dezen toepasselijk artikel 26, ,§2, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, het rechtscollege waarvan de beslissing vatbaar is voor, al naar het geval, hoger beroep, verzet, voorziening in cassatie of beroep tot vernietiging bij de Raad van State niet gehouden is aan het Arbitragehof een prejudiciële vraag te stellen wanneer de wet, het decreet of de in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel een regel of een artikel van de Grondwet bedoeld in ,§1 klaarblijkelijk niet schendt of wanneer het rechtscollege meent dat het antwoord op de prejudiciële vraag niet onontbeerlijk is om uitspraak te doen ; Overwegende dat de bestreden beslissing oordeelt dat :
- de door eiser voorgestelde vraag aan het Arbitragehof geen onderscheid tussen personen of partijen betreft die zich in dezelfde rechtstoestand bevinden, maar wel tussen personen of partijen die zich in verschillende rechtstoestanden bevinden of in een verschillende situatie zodat de vraag niet onder toepassing van artikel 26 van de bijzondere wet op het Arbitragehof valt ;
- eiser niet kan tegenspreken dat elkeen die bij verstek werd veroordeeld en die verzet doet zich in een zelfde rechtstoestand bevindt ; personen of partijen tegen wie nog geen veroordeling werd uitgesproken verkeren in een daarvan verschillende situatie ; Dat de raad van beroep oordeelt dat de wet duidelijk grondwetconform is en mitsdien zijn beslissing geen prejudiciële vraag te stellen naar recht verantwoordt ; Overwegende voor het overige dat uit de voorgaande bepaling eveneens volgt dat het niet tot de exclusieve bevoegdheid van het Arbitragehof behoort vast te stellen dat een wettelijke norm klaarblijkelijk niet in strijd is met de Grondwet en door de rechter moet worden toegepast ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ; 2.
- Tweede onderdeel Overwegende dat de bestreden beslissing oordeelt dat de door eiser voorgestelde prejudiciële vraag niet onder de toepassing van artikel 26 van de bijzondere wet op het Arbitragehof valt ; Dat gelet op die beslissing, de raad van beroep van de Orde van architecten niet meer hoefde te antwoorden op het in het onderdeel bedoeld verweer, nu dit verweer wegens zijn beslissing doelloos was geworden ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van vijfhonderd zeventig euro drieëndertig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd en zeven euro achtentachtig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van vier februari tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guido Bresseleers, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050204.26 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2009:AVIS.20090630.10 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090402.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040225.12 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041117.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div