← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050207.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050207.3 Rolnummer: S.04.0144.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2005-12-01 Raadplegingen: 165 - laatst gezien 2026-07-04 12:56 Versie(s): Vertaling FR Fiche De samenwonende werknemer die een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 percent heeft, kan slechts dan aanspraak blijven maken op het basisbedrag vastgesteld op een percentage van het gemiddeld dagloon, als zijn graad van arbeidsongeschiktheid reeds bestond vóór het einde van de eerste vijftien maanden van werkloosheid eventueel verlengd met drie maanden per jaar beroepsverleden als loontrekkende. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - BEDRAG Vrije woorden: WERKLOOSHEID - BEDRAG Vergoedingsperioden Basisbedrag Forfaitair bedrag Samenwonende werknemer Afwijking Blijvende graad van arbeidsongeschiktheid Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - Art.114,§§1e Tekst van de beslissing Nr. S.04.0144.N.- RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, eiser, vertegenwoordigd door Mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen V. A., verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 18 mei 2004 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof

  1. Middel Overwegende dat krachtens artikel 114, ,§1, van het Werkloosheids-besluit 1991, het basisbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt vastgesteld op een percentage van het gemiddeld dagloon ; Dat, krachtens paragraaf 4, eerste lid, van ditzelfde artikel, in afwijking van paragraaf 1, het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de samenwonende werknemer na de eerste vijftien maanden van werkloosheid, eventueel verlengd met drie maanden per jaar beroepsverleden als loontrekkende, wordt bepaald op een forfaitair bedrag ; Dat, krachtens paragraaf 4, tweede lid, 2°, van dit artikel, de afwijking waarvan sprake in het eerste lid niet van toepassing is op de werknemer die op het einde van de in het eerste lid bedoelde periode een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 pct. heeft ; Overwegende dat uit deze bepalingen volgt dat de samenwonende werknemer die een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 pct. heeft, slechts dan aanspraak kan blijven maken op de werkloosheidsuitkering bepaald in artikel 114, ,§1, van het Werkloosheids-besluit, als die graad van arbeidsongeschiktheid bestond op het einde van de periode bedoeld in artikel 114, ,§4, eerste lid, van dit besluit ; Dat een samenwonende werkloze die op grond van artikel 114, ,§4, eerste lid, van het Werkloosheidsbesluit, is teruggevallen op een forfaitaire uitkering, geen aanspraak meer kan maken op de uitkering bedoeld in artikel 114, ,§1, van het Werkloosheidsbesluit, als de arbeidsongeschiktheid van tenminste 33 pct. slechts ingaat tijdens de periode waarin hij een forfaitaire uitkering geniet ; Overwegende dat het arrest vaststelt dat verweerster vanaf 25 juli 1999 slechts recht had op een forfaitaire uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid op dat ogenblik nog geen 33 pct. bereikte, maar niettemin oordeelt dat zij vanaf 1 januari 2002 recht heeft op de uitkering bedoeld in artikel 114, ,§1, van het Werkloosheidsbesluit, omdat vanaf deze datum haar graad van arbeidsongeschiktheid ten minste 33 pct. bedraagt ; Dat het arrest aldus de in het middel aangewezen wettelijke bepaling schendt ; Dat het middel gegrond is ;
  2. Kosten Overwegende dat eiser, gelet op artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in de kosten dient te worden veroordeeld ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit voor recht zegt dat verweerster vanaf 1 januari 2002 voldeed aan de voorwaarden van artikel 114, ,§4, van het Werkloosheidsbesluit van 25 november 1991 en recht heeft op een afwijking van de overgang naar de forfaitaire uitkering omwille van een van dan af toegekende blijvende arbeidsongeschiktheid van 33 pct. ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ; Veroordeelt eiser in de kosten ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Brussel. De kosten begroot op de som van honderd negenentwintig euro eenendertig cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van zeven februari tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050207.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.