id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050207.4 Rolnummer: S.04.0152.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2005-12-01 Raadplegingen: 183 - laatst gezien 2026-07-04 12:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het koninklijk besluit van 10 november 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, ter verduidelijking van de dagen arbeidsonderbreking ingevolge economische werkloosheid in het stelsel van de jaarlijkse vakantie van de arbeiders en leerling-arbeiders, interpreteert niet doch wijzigt de vroegere vakantiereglementering. Thesaurus CAS: JAARLIJKSE VAKANTIE Vrije woorden: JAARLIJKSE VAKANTIE Vakantiebesluit Gelijkgestelde dagen van economische werkloosheid Bijzondere vakantiefondsen Appreciatiebevoegdheid Wijzigende bepalingen K.B. 10 nov. 2004 Aard Tekst van de beslissing Nr. S.04.0152.N.- RIJKSVERLOFKAS VOOR DE DIAMANTNIJVERHEID, vereniging zonder winstoogmerk, met zetel gevestigd te 2018 Antwerpen, Hoveniersstraat 22, met ondernemingsnummer 0410.614.262, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen V. M., verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 28 mei 2004 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof
- Het middel in zijn geheel Overwegende dat het middel, in zoverre het de artikelen 133, ,§1, 4°, 137, ,§1, 2°, en 142 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en de artikelen 87, 3°, 92, ,§1, en 93, ,§1, van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering als geschonden wettelijke bepalingen aanwijst, niet preciseert hoe het bestreden arrest die bepalingen schendt ; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is ;
- Eerste onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 51 van de Arbeidsovereenkomsten-wet van 3 juli 1978, zoals te dezen van toepassing, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geheel of gedeeltelijk kan worden geschorst bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken ; Dat in geval van toepassing van dit artikel, de werkgever minstens zeven dagen vooraf aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening mededeling dient toe te zenden van de kennisgeving aan de betrokken werknemers door aanplakking of van de individuele kennisgeving ; Dat, overeenkomstig diezelfde bepaling, de werkgever in deze mededeling de economische redenen dient te vermelden die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of het instellen van een regeling van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen ; Dat uit deze bepaling volgt dat de wetgever de beoordeling van de werkelijkheid van de economische oorzaken van de werkloosheid aan het werkloosheidsbureau en dus aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening heeft overgelaten ; Overwegende dat, krachtens artikel 16, 16°, van het Uitvoeringsbesluit Jaarlijks Vakantie, zoals te dezen van toepassing, de dagen van arbeidsonderbreking ingevolge een schorsing van de arbeidsovereenkomst krachtens artikel 51 van de Arbeidsovereenkomstenwet, voor de berekening van het vakantiegeld met effectief gewerkte dagen gelijkgesteld worden ; Dat om gelijkstelling te verkrijgen, de arbeider, overeenkomstig artikel 19 van het Uitvoeringsbesluit Jaarlijkse Vakantie, dient te voldoen aan twee voorwaarden, namelijk verbonden zijn door een arbeidsof leerovereenkomst op de werkdag die de eerste dag van de gelijkgestelde periode voorafgaat en ten minste één dag effectief werkzaam zijn geweest in de loop van de achtentwintig dagen die de eerste dag van de gelijkgestelde periode voorafgaan ; Dat, overeenkomstig artikel 20, e, iuncto 21, ,§3, van het Uitvoeringsbesluit Jaarlijkse Vakantie, de juistheid van het aantal dagen van arbeidsonderbreking wordt bevestigd door de kwartaalstaat waarop de werkgever het cijfer van de gelijkgestelde dagen aangeeft en de reden van de afwezigheid op het werk vermeldt ; Dat uit al deze bepalingen, bijzonder uit de verwijzing naar de economische werkloosheid als bedoeld in artikel 51 van de Arbeidsovereenkomstenwet, volgt dat de vakantiewetgeving met gelijkgestelde dagen van economische werkloosheid die dagen bedoelt waarvan de beoordeling uitsluitend aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening is opgedragen ; Overwegende dat het koninklijk besluit van 10 november 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, ter verduidelijking van de dagen arbeidsonderbreking ingevolge economische werkloosheid in het stelsel van de jaarlijkse vakantie van de arbeiders en leerling-arbeiders, de artikelen 16, 14°, en 20, 5°, van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 vervangt en de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie evenals de bijzondere vakantiefondsen ingevolge de nieuwe bepalingen de bevoegdheid krijgen de overeenstemming van de aangifte van deze dagen van arbeidsonderbreking met de uit dit besluit voortvloeiende regels op een zelfstandige manier te verifiëren en te beoordelen ; Dat het koninklijk besluit van 10 november 2004 wijzigingen betreft van de vroegere bepalingen en te dezen geen toepassing vindt ; Dat het onderdeel faalt naar recht ;
- Tweede onderdeel Overwegende dat het arrest beslist dat eiseres bij de berekening van het vakantiegeld 1998 van verweerster rekening dient te houden met de economische werkloosheidsdagen in het jaar 1997, op grond dat uit artikel 51 van de Arbeidsovereenkomstenwet en de artikelen 16, 16°, 19, 20 en 21, ,§3, van het Uitvoeringsbesluit Jaarlijkse Vakantie, zoals te dezen van toepassing, volgt dat, eens het gewestelijk bureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening de kwalificatie van economische werkloosheid heeft aanvaard, eiseres deze kwalificatie dient aan te nemen voor eventuele gelijkstelling van de dagen economische werkloosheid met effectieve werkdagen voor de berekening van het vakantiegeld ; Dat het arrest aldus een zelfstandige en door eiseres in het eerste onderdeel vergeefs bekritiseerde grond van zijn beslissing geeft ; Dat het onderdeel niet tot cassatie kan leiden, mitsdien niet ontvankelijk is ; OM DIE REDENEN, HET HOF Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van tweehonderd drieënvijftig euro tweeënzestig cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van zeven februari tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050207.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:AHANT:2006:ARR.20060601.12 ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20061106.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div