id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050208.5 Rolnummer: P.04.1579.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-02-02 Raadplegingen: 498 - laatst gezien 2026-07-04 12:39 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de eiser zonder berusting afstand doet van zijn cassatieberoep behoudens in zoverre de kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt bij toepassing van artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering, behoeven de middelen, die betrekking hebben op de toepassing van de rechtspleging van artikel 61quater van het Wetboek van Strafvordering en vreemd zijn aan hetgeen door het arrest met toepassing van artikel 235bis van hetzelfde wetboek werd onderzocht, geen antwoord meer. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Kamer van inbeschuldigingstelling Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling Artikel 61quater Sv. Hoger beroep tegen de beslissing van de onderzoeksrechter Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure Artikel 235bis Sv. Toepasselijke rechtspleging Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling Artikel 61quater Sv. Hoger beroep tegen de beslissing van de onderzoeksrechter Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure Artikel 235bis Sv. Toepasselijke rechtspleging Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. Vandermeersch, Cass., 8 feb. 2005, AR P.04.1579.N, A.C., 2005, nr ... Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Kamer van inbeschuldigingstelling Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling Artikel 61quater Sv. Hoger beroep tegen de beslissing van de onderzoeksrechter Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure Artikel 235bis Sv. Toepasselijke rechtspleging Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling Artikel 61quater Sv. Hoger beroep tegen de beslissing van de onderzoeksrechter Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure Artikel 235bis Sv. Toepasselijke rechtspleging Nota: P.04.1579.N Conclusie openbaar ministerie
- Het cassatieberoep is niet ontvankelijk in zoverre het gericht is tegen de beslissing die het verzoek tot opheffing van de beslagen met toepassing van artikel 61quater Sv. afwijst. Dergelijke beslissing is een voorbereidend arrest waartegen in de regel overeenkomstig artikel 416, eerste lid, Sv. geen onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld. Daarentegen is een onmiddellijk cassatieberoep mogelijk tegen de beslissing waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling met toepassing van artikel 235bis Sv. de regelmatigheid van de procedure onderzoekt.
- In het eerste middel verwijt eiseres de appèlrechters dat zij de bij artikel 61quater, ,§ 5 Sv. voorgeschreven termijn niet hebben nageleefd. Het middel heeft m.i. enkel betrekking op de toepassing van artikel 61quater Sv. en niets uitstaande met de procedure van artikel 235bis Sv. Het middel is aldus niet ontvankelijk.
- In het tweede middel voert eiseres aan dat zij vóór de behandeling van de zaak voor de kamer van inbeschuldigingstelling geen inzage heeft gekregen van de relevante stukken van het dossier en meer bepaald van de stukken die rechtstreeks verband houden met het verzoek tot opheffing van het beslag. De vraag over de omvang van het dossier dat aan eiseres moest meegedeeld worden betreft, naar mijn mening, zowel de rechtspleging van artikel 61quater Sv. als deze van artikel 235bis Sv. Het middel is aldus ontvankelijk. Artikel 61, ,§ 5, derde lid Sv. bepaalt dat de procureur des Konings de stukken overzendt aan de procureur-generaal, die ze ter griffie neerlegt. De wet bepaalt echter niet over welke stukken het gaat, maar hier dient rekening te worden gehouden met het geheim karakter van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 57, ,§ 1, van het Wetboek van Strafvordering. De appèlrechters hebben terecht geoordeeld dat het geheim van het onderzoek verhindert dat eiseres kennis krijgt van alle stukken van het strafdossier. Naar mijn oordeel beslissen de onderzoeksrechter en de procureur des Konings in feite, welke stukken ter griffie moeten worden neergelegd, rekening houdend met het geheim karakter van het onderzoek. Artikel 61quater, ,§ 5, zesde lid Sv. bepaalt overigens dat de procureur-generaal, de verzoeker en zijn advocaat in hoger beroep worden gehoord. De procedure, zoals bepaald in artikel 61quater, ,§ 5 Sv. wordt aldus door de appèlrechters nageleefd en schendt de rechten van verdediging niet. Conclusie: verwerping. Tekst van de beslissing Nr. P.04.1579.N AP DIAMONDS nv, met zetel te Antwerpen, Lange Herentalsestraat 62/70, eiseres, verzoekster tot opheffing van een onderzoekshandeling en tot nazicht van de regelmatigheid van de rechtspleging, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 26 november 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Afstand van het cassatieberoep Overwegende dat eiseres zonder berusting afstand van haar cassatieberoep doet behoudens in zoverre de kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt bij toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering; B. Onderzoek van de middelen Overwegende dat de middelen betrekking hebben op de toepassing van de rechtspleging van artikel 61quater Wetboek van Strafvordering en vreemd zijn aan hetgeen door het arrest met toepassing van artikel 235bis van hetzelfde wetboek wordt onderzocht; Dat gelet op de afstand, de middelen geen antwoord behoeven; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing betreffende de toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verleent akte van de gedeeltelijke afstand; Verwerpt het cassatieberoep voor het overige; Veroordeelt eiseres in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd negenenzeventig euro vijfenzeventig cent, waarvan vierentwintig euro twaalf cent verschuldigd en honderd vijfenvijftig euro drieënzestig cent door eiseres betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van acht februari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050208.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200512.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div