id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050208.8 Rolnummer: P.05.0138.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2006-02-02 Raadplegingen: 595 - laatst gezien 2026-07-04 21:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het cassatieberoep dat uitsluitend gericht is tegen de zelfstandige beslissing over de regelmatigheid van de rechtspleging door de kamer van inbeschuldigingstelling, zoals bepaald bij het artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering, is geen cassatieberoep inzake voorlopige hechtenis ook al werd deze beslissing genomen ter gelegenheid van een hoger beroep inzake voorlopige hechtenis; in dat geval, is het indienen van een memorie onderworpen aan de termijnen bepaald in het artikel 420bis van het Wetboek van Strafvordering. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Kamer van inbeschuldigingstelling Zelfstandige beslissing over procedure van zuivering van nietigheden Cassatieberoep Indienen van memorie Toepasselijke rechtspleging Fiches 2 - 3 Wanneer inzake voorlopige hechtenis de door de verdachte opgeworpen onregelmatigheid de wettigheid van de beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis niet kan aantasten of, indien ze dit wel kan, wanneer na een prima facie onderzoek ze niet onmiddellijk gegrond lijkt, kan het onderzoek van de regelmatigheid van de procedure worden gesplitst van de behandeling van het hoger beroep inzake voorlopige hechtenis
(1).
(1)Zie Cass., 20 feb. 2001, AR P.01.0235.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.8, nr 106 en de noot 3. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Kamer van inbeschuldigingstelling Voorlopige hechtenis Handhaving Nietigheid van onderzoekshandeling Handhaving van de voorlopige hechtenis Controle van de regelmatigheid van de procedure Splitsing Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Nietigheid van onderzoekshandeling Handhaving van de voorlopige hechtenis Controle van de regelmatigheid van de procedure Splitsing Tekst van de beslissing Nr. P.05.0138.N L M, eiser, verdachte, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 25 januari 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen: "enkel in zoverre het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, in zijn arrest van 25 januari 2005 niet geantwoord heeft op het middel op grond van artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering en enkel werd beslist dat het 'opgeworpen middel op grond van artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering zal worden behandeld in de daartoe geëigende procedure' ". II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Feitelijke gegevens Ter gelegenheid van de behandeling van de handhaving van zijn voorlopige hechtenis door de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen voerde eiser in conclusie aan dat bij de inzage van het dossier gebleken was dat hij door de politie was ondervraagd over een brief met een juridisch advies van een Zwitserse advocaat aan zijn Belgische advocaat, die hem deze brief had overgemaakt. De eiser deed gelden dat deze brief beschermd is door het beroepsgeheim van de advocaat en niet in beslag mocht worden genomen. Hij vroeg deze brief uit het strafdossier te weren. Bij beschikking van 14 januari 2005 wees de raadkamer deze vraag af. Voor de kamer van inbeschuldigingstelling vorderde eiser in conclusie: "de inbeslagname van de voormelde nota nietig te verklaren en te zeggen voor recht dat dit stuk, evenals de bewijselementen die ernaar verwijzen en erop zijn gebaseerd, waaronder de processen-verbaal (...) uit het dossier moeten worden verwijderd". Het bestreden arrest beslist alleen inzake de voorlopige hechtenis en voegt eraan toe: "Zegt dat het opgeworpen middel op grond van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering zal worden behandeld in de daartoe geëigende procedure". IV. Cassatiemiddel Eiser voert in een memorie een middel aan. Geschonden wetsbepaling - artikel 235bis Wetboek van Strafvordering. Aangevochten beslissing Eiser komt op tegen het bestreden arrest in zoverre de kamer inbeschuldigingstelling daarin zegt voor recht "dat het opgeworpen middel op grond van artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering zal worden behandeld in de daartoe geëigende procedure". De kamer van inbeschuldigingstelling stoelt deze beslissing op de volgende motieven: "(...) dat (eiser) de toepassing vraagt van artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering ten einde het advies uitgaande van een andere raadsman van (eiser) (stuk 531 e.v. van het strafdossier) te horen nietig verklaren als zijnde strijdig met het beroepsgeheim van een advocaat; (...) dat (eiser) aan deze voorgehouden nietigheid (echter) geen koppeling maakt met het al dan niet bestaan van ernstige schuldaanwijzingen die de handhaving van de voorlopige hechtenis verantwoorden; Dat derhalve dit middel niet behoort tot de procedurebepalingen die eigen zijn aan de voorlopige hechtenis; Dat de behandeling van het door (eiser) opgeworpen middel zal geschieden overeenkomstig de procedure van artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering" (p. 2 van het bestreden arrest): Grieven Overeenkomstig artikel 235bis, ,§2, Wetboek van Strafvordering onderzoekt de kamer van inbeschuldigingstelling de regelmatigheid van de procedure in alle gevallen waarin ze kennis neemt van de zaak, en bijgevolg ook wanneer ze kennis neemt van de zaak naar aanleiding van een hoger beroep tegen een beschikking inzake de voorlopige hechtenis. De loutere omstandigheid dat de door de inverdenkinggestelde tijdens de procedure inzake de voorlopige hechtenis aangevoerde onregelmatigheid of nietigheid in de zin van het voormelde artikel 235bis geen betrekking heeft op de voorlopige hechtenis zelf en meer in het bijzonder niet strekt tot het betwisten van gebeurlijke ernstige schuldaanwijzingen die de handhaving van de voorlopige hechtenis zouden kunnen verantwoorden, doet geen afbreuk aan de verplichting die op de kamer van inbeschuldigingstelling rust om de regelmatigheid van de procedure te onderzoeken wanneer zij hiertoe bij toepassing van artikel 235bis, ,§1, Wetboek van Strafvordering door een procespartij, zoals te dezen eiser, uitdrukkelijk wordt verzocht. Te dezen vorderde eiser in zijn voor de kamer van inbeschuldigingstelling neergelegde conclusie uitdrukkelijk dat toepassing zou worden gemaakt van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, nu het onderzoek met een nietigheid was behept, meer in het bijzonder nu er stukken in beslag waren genomen die door het beroepsgeheim waren beschermd, namelijk een Franse vertaling van een schrijven van de Zwitserse raadsman van eiser, die onder de nummers 531 tot en met 541 in het strafdossier werd opgenomen. Eiser vorderde dan ook dat dit stuk, evenals de daarop gebaseerde stukken, bij toepassing van het voormelde artikel 235bis uit het strafdossier zouden worden verwijderd. Dienaangaande stelt de kamer van inbeschuldigingstelling de beslissing nopens de door eiser gevorderde toepassing van het voormelde artikel 235bis niet uit tot een latere terechtzitting, doch oordeelt ze zonder meer dat "dit middel niet behoort tot de procedurebepalingen die eigen zijn aan de voorlopige hechtenis" en dat bijgevolg "de behandeling van het door (eiser) opgeworpen middel zal geschieden overeenkomstig de procedure van artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering", die in het dispositief van het bestreden arrest zonder nadere specificatie de "daartoe geëigende procedure" wordt genoemd. Door aldus geen uitspraak te doen overeenkomstig artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering hoewel eiser haar daarom uitdrukkelijk had verzocht, schendt de kamer van inbeschuldigingstelling dan ook artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering. V. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van de memorie Overwegende dat de eiser op 26 januari 2005 cassatieberoep heeft ingesteld en op 31 januari 2005 ter griffie van het Hof een memorie heeft ingediend, dit is de vijfde dag na het instellen van het cassatieberoep maar minder dan acht dagen vóór de terechtzitting; Overwegende dat de zaak voor het Hof werd vastgesteld op 8 februari 2005, dit is binnen de termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf het cassatieberoep, zoals bepaald in het artikel 31, ,§ 3, tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis; dat aan eiser geen kennis werd gegeven van de dagbepaling overeenkomstig het artikel 1106 Gerechtelijk Wetboek; Overwegende dat het cassatieberoep dat uitsluitend gericht is tegen de zelfstandige beslissing over de regelmatigheid van de rechtspleging door de kamer van inbeschuldigingstelling, zoals bepaald bij het artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, geen cassatieberoep inzake voorlopige hechtenis is, ook al werd deze beslissing genomen ter gelegenheid van een hoger beroep inzake voorlopige hechtenis; dat in dat geval het indienen van een memorie niet onderworpen is aan de termijn bepaald in het artikel 31, ,§ 3, tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis maar aan de termijnen bepaald in het artikel 420bis Wetboek van Strafvordering; Overwegende dat de zaak werd vastgesteld op de zitting van 8 februari 2005 zonder dat eiser kennis werd gegeven van de dagbepaling; Dat ter eerbiediging van eisers recht van verdediging, zijn memorie moet worden beantwoord; B. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat het door eiser voorgestelde middel berust op de ontvankelijkheid van zijn cassatieberoep, zodat het Hof dat middel onderzoekt bij zijn beslissing over die ontvankelijkheid; Overwegende dat krachtens het artikel 235bis, ,§,§ 1 en 2, Wetboek van Strafvordering de kamer van inbeschuldigingstelling, onder meer ter gelegenheid van een hoger beroep inzake voorlopige hechtenis, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van een van de partijen, de regelmatigheid van de haar voorgelegde procedure moet onderzoeken; Dat dit onderzoek niet noodzakelijk gelijktijdig met de beslissing inzake de voorlopige hechtenis moet worden verricht maar van de behandeling van het hoger beroep inzake de voorlopige hechtenis kan worden gesplitst; Dat dit het geval is wanneer de aangeklaagde onregelmatigheid de wettigheid van de beslissing inzake de voorlopige hechtenis niet kan aantasten of, indien ze dit wel kan, wanneer na een prima facie onderzoek ze niet onmiddellijk gegrond lijkt; Overwegende dat de bestreden beslissing geen beslissing met toepassing van het artikel 235bis Wetboek van Strafvordering is, maar een voorbereidende beslissing die nog geen uitspraak doet over de regelmatigheid van de rechtspleging; dat de kamer van inbeschuldigingstelling, die nog steeds verplicht is over eisers vraag tot onderzoek van de regelmatigheid van de rechtspleging uitspraak te doen, deze verplichting bij de bestreden beslissing niet afwijst; Dat het cassatieberoep met toepassing van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering niet ontvankelijk is; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van drieënvijftig euro achtennegentig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van acht februari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050208.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210113.2F.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050302.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div