id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050211.6 Rolnummer: C.04.0161.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Bestuursrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2006-02-02 Raadplegingen: 456 - laatst gezien 2026-07-04 22:59 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Nieuw, mitsdien niet ontvankelijk, is het cassatiemiddel afgeleid uit de voor de feitenrechter niet aangevoerde overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M.
(1)en schending van artikel 1 van het (eerste) aanvullend protocol van 20 mei 1952 bij het E.V.R.M. doordat de definitieve onteigeningsvergoeding niet binnen een redelijke termijn werd bepaald
(2)
(3).
(1)Eerste grief.
(2)Derde grief.
(3)Zie Cass., 23 okt. 2003, AR C.02.0273.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031023.14, nr 524. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Nieuw middel Vrije woorden: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Nieuw middel Verdrag Rechten van de Mens Artikel 6 Artikel 6.1 Aanvullend protocol Definitieve onteigeningsvergoeding Vaststelling Redelijke termijn Overschrijding Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Redelijke termijn Overschrijding Cassatiemiddel Nieuw middel Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Aanvullend protocol Definitieve onteigeningsvergoeding Vaststelling Redelijke termijn Overschrijding Cassatiemiddel Nieuw middel Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Vrije woorden: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Definitieve onteigeningsvergoeding Vaststelling Redelijke termijn Overschrijding Verdrag Rechten van de Mens Artikel 6 Artikel 6.1 Aanvullend protocol Cassatiemiddel Nieuw middel Fiches 5 - 6 De voorafgaande schadeloosstelling is vreemd aan de veroordeling tot terugbetaling van het bedrag dat de onteigende teveel heeft ontvangen doordat in de herzieningsprocedure bij rechterlijke uitspraak de onteigeningsvergoeding wordt verminderd
(1).
(1)Zie Cass., 14 dec. 1995, AR C.93.0122.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951214.7, nr
- Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Vrije woorden: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Voorafgaande schadeloosstelling Herziening Veroordeling tot terugbetaling Verband Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1835 - Art.21 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 16 Vrije woorden: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 16 Onteigening ten algemenen nutte Voorafgaande schadeloosstelling Herziening Veroordeling tot terugbetaling Verband Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1835 - Art.21 Fiches 7 - 8 De regeling van artikel 21 Onteigeningswet strekt ertoe een zeer lage rentevoet te bepalen voor de bedragen die de onteigende onverschuldigd heeft ontvangen en legt hem aldus niet de bewijslast op dat hij minder rente heeft gewonnen op de opgenomen bedragen dan de wettelijke rentevoet of marktrentevoet; ongeacht de duur van de herzieningsprocedure brengt ze het billijke evenwicht tussen het algemeen belang en het individueel eigendomsrecht zoals het door het (Eerste) Aanvullend Protocol wordt gevrijwaard, niet in gevaar. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Vrije woorden: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Onteigeningsvergoeding Vermindering Terugbetaling Rente Strekking Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Aanvullend protocol Onteigeningsvergoeding Vermindering Terugbetaling Rente Strekking Verenigbaarheid Tekst van de beslissing Nr. C.04.0161.N V.M. eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen VLAAMS GEWEST, op benaarstiging en ten verzoeke van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke ordening, met kabinet gevestigd te 1000 Brussel, Graaf de Ferrarisgebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 25 februari 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middel Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof
- Eerste onderdeel Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan niet blijkt dat eiseres de overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6.1 EVRM voor de feitenrechters heeft aangevoerd ; Dat het onderdeel nieuw, mitsdien niet ontvankelijk is ;
- Tweede onderdeel Overwegende dat het arrest vaststelt dat de provisionele onteigeningsvergoeding door de vrederechter op 1.167.296 BEF werd bepaald en dat dit bedrag op 18 juli 1980 in de deposito- en consignatiekas werd gestort en op 6 september 1982 werd opgenomen en dat dit bedrag hoger is dan de billijke vergoeding die aan de onteigende toekomt ; Dat het arrest zodoende het verweer van eiseres verwerpt en beantwoordt ; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist ;
- Derde onderdeel Overwegende dat de voorafgaande schadeloosstelling, bepaald in artikel 16 van de Grondwet, vreemd is aan de veroordeling tot terugbetaling van het bedrag dat de onteigende te veel heeft ontvangen doordat in de herzieningsprocedure, gegrond op de wet van 26 juli 1962, bij rechterlijke uitspraak de onteigeningsvergoeding wordt verminderd ; Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan niet blijkt dat eiseres voor de feitenrechters heeft aangevoerd dat artikel 1 van het eerste aanvullend protocol van 20 mei 1952 bij het EVRM werd geschonden doordat verweerder niet binnen een redelijke termijn de definitieve onteigeningsvergoeding heeft bepaald ; Dat het onderdeel in zoverre nieuw is ; Overwegende verder dat de aangevoerde schending van artikel 1 van het eerste aanvullend protocol bij het EVRM doordat het arrest meer dan twintig jaar na de vaststelling van de voorlopige onteigeningsvergoeding, eiseres veroordeelt tot terugbetaling van een bedrag van 97.127,06 euro, vermeerderd met interesten, zijnde een bedrag hoger dan de "provisionele" onteigeningsvergoeding, geheel is afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde schending van de redelijke termijn ; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is ;
- Vierde onderdeel Overwegende dat overeenkomstig artikel 1, van het Eerste Protocol EVRM, niemand van zijn eigendom kan worden beroofd behalve in het algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden neergelegd in de wet en in de algemene beginselen van het internationaal recht ; Dat artikel 21 van de wet van 26 juli 1962 bepaalt dat indien in de loop van de procedure, de onteigeningsvergoeding bij rechterlijke uitspraak wordt verminderd en de onteigende dan ook wordt veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag dat hij teveel heeft ontvangen, hij op dit bedrag burgerlijke vruchten verschuldigd is die hij heeft gewonnen of vermocht te winnen tot op datum van de veroordeling tot terugbetaling ; dat deze vruchten steeds gelijk zijn aan de rentevoet van de deposito- en consignatiekas voor de periode dat de gelden aldaar geconsigneerd bleven, en aan de interestvoet voor de basisherfinancieringstransacties van de Europese Centrale Bank vanaf de afhaling ervan; dat voor de periode voorafgaand aan 1 januari 1999 de vruchten, voor de periode vanaf de afhaling van de deposito- en consignatiekas, 3 pct. bedragen ; Overwegende dat de regeling bevat in het genoemde artikel ertoe strekt een zeer lage rentevoet te bepalen voor de bedragen die de onteigende onverschuldigd heeft ontvangen en hem aldus niet de bewijslast oplegt dat hij minder rente heeft gewonnen op de opgenomen bedragen dan de wettelijke rentevoet of marktrentevoet ; Dat die bepaling, ongeacht de duur van de herzieningsprocedure, het billijke evenwicht tussen het algemeen belang en het individueel eigendomsrecht zoals het door het Aanvullend Protocol wordt gevrijwaard, niet in gevaar brengt ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van driehonderd dertien euro drieëndertig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd negenentwintig euro tweeëndertig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van elf februari tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050211.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951214.7 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031023.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div