← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050211.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050211.7 Rolnummer: C.04.0262.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2005-06-02 Raadplegingen: 582 - laatst gezien 2026-07-04 14:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De bepaling krachtens welke de aanduiding als beschermd duingebied of als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied vanaf de publicatie van het besluit een volledig bouwverbod inhoudt, ongeacht de bestemming van het goed, legt een volledig bouwverbod op maar houdt geen ontzetting van eigendom in. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Vrije woorden: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Beschermd duingebied Bouwverbod Eigendomsrecht Wettelijke bepalingen: Wet - 12-07-1973 - Art.52,§1,tw Fiches 2 - 3 Het Hof van Cassatie is niet gehouden aan het Arbitragehof een prejudiciële vraag te stellen die gebaseerd is op een onjuiste onderstelling van het cassatiemiddel over de inhoud van het recht

(1).
(1)Zie Cass., 24 sept. 1997, AR P.97.0610.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970924.8, nr
  1. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: ARBITRAGEHOF Prejudiciële vraag Hof van Cassatie Verplichting Cassatiemiddel Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art.26,§2 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: PREJUDICIEEL GESCHIL Arbitragehof Hof van Cassatie Verplichting Cassatiemiddel Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art.26,§2 Tekst van de beslissing Nr. C.04.0262.N COMPAGNIE HET ZOUTE, naamloze vennootschap, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Prins Filiplaan, 53, ingeschreven in de Kruispuntbank der ondernemingen, nummer 0405.190.378, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de minister-president, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister voor Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Graaf de Ferrarisgebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 5 januari 2004 na een arrest van het Hof van Cassatie van 11 juni 1998 op verwijzing gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middel Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen artikel 1 van het Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Parijs op 20 maart 1952, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 ; artikel 16 van de gecoördineerde Grondwet ; artikel 52, ,§1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, zoals ingevoegd door artikel 2 van het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen, in de versie vóór de wijziging door de artikelen 3 en 4 van het decreet van 21 december 1994 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 1994 betreffende de definitieve aanwijzing van de beschermde duingebieden en van de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, en houdende wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud. Aangevochten beslissingen Het hof van beroep oordeelt dat het "volledig bouwverbod" bedoeld in artikel 52, ,§1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, ook een verbod inhoudt op uitvoering van de verbouwings- en saneringswerken aan een bestaande woning gelegen in een beschermd duingebied, waarvoor eiseres een geldige bouwvergunning had verkregen, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het bouwverbod nog niet was vervallen, en verwerpt daartoe onder meer het middel van eiseres dat dit verbod in haar geval een inbreuk uitmaakt op artikel 1 van het Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M. en/of artikel 16 van de gecoördineerde Grondwet. Grieven
  2. Eerste onderdeel Artikel 1, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M. bepaalt dat alle natuurlijke of rechtspersonen recht hebben op het ongestoord genot van hun eigendom, en dat niemand van zijn eigendom zal worden beroofd behalve in het algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden neergelegd in de wet en in algemene beginselen van het internationaal recht. Artikel 1, tweede lid, van het Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M. voegt daaraan toe dat de voorafgaande bepalingen op geen enkele wijze het recht aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren. Een bouwvergunning die krachtens de geldende wetgeving inzake stedenbouw wordt afgeleverd, verleent aan de houder ervan een subjectief recht om de vergunde bouwwerken uit te voeren binnen de termijn die krachtens die wetgeving is bepaald. Deze bouwvergunning maakt dan ook in hoofde van de houder ervan een vermogensonderdeel uit, waarvan het ongestoord genot beschermd wordt door artikel 1, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M. Het invoeren van een volledig bouwverbod, waardoor een niet-vervallen bouwvergunning haar uitvoerbaarheid verliest, beperkt het eigendomsrecht van de houder van de vergunning. Een dergelijke beperking is slechts verenigbaar met artikel 1, tweede lid, van het Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M., wanneer deze geschiedt krachtens een wet, het algemeen belang dient, en in een redelijke verhouding van evenredigheid staat tot het doel van de maatregel. Te dezen staat het volledig bouwverbod, in zoverre het ook wordt toegepast op de verbouwings- en saneringswerken aan een bestaande woning waarvoor een bouwvergunning was afgeleverd die uitvoerbaar was krachtens de geldende reglementering inzake ruimtelijke ordening, niet in een redelijke verhouding van evenredigheid tot het doel van de maatregel. Het doel van de maatregel, de bescherming van de kustduinen, is immers niet van die aard dat het absoluut vereist is dat ook afbreuk moet worden gedaan aan een middels een bouwvergunning verworven recht om in de beschermde duingebieden of voor het duingebied belangrijk landbouwgebieden verbouwings- en saneringswerken aan een bestaande woning uit te voeren. Het uitbreiden van het volledig bouwverbod tot verbouwings- en saneringswerken aan bestaande woningen, waarvoor reeds een uitvoerbare bouwvergunning was verkregen, levert immers slechts een uiterst geringe bijdrage tot het verwezenlijken van het doel. Het aan eiseres opgelegde verbod om haar vergunning ten uitvoer te leggen, draagt slechts in een zeer beperkte mate bij tot de bescherming van de kustduinen. Die bescherming wordt reeds op afdoende wijze gediend door het volledig bouwverbod in zoverre dit slaat op werken die nog niet vergund waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van het verbod. De kustduinen werden niet in die mate bedreigd dat in redelijkheid ook afbreuk diende te worden gedaan aan de rechtmatige verwachtingen van de houder van een vergunning voor de verbouwings- en saneringswerken aan een bestaande woning. De inbreuk op de rechtmatige verwachting die door het afleveren van de vergunning werd gewekt, staat dan ook buiten elke proportie tot het geviseerde doel. Het volledig bouwverbod van artikel 52, ,§1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, in zoverre het eveneens de verbouwings- en saneringswerken verbiedt waarvoor eerder een bouwvergunning werd verkregen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het bouwverbod uitvoerbaar was krachtens de reglementering inzake stedenbouw, schendt derhalve artikel 1 van het Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M. Het bestreden arrest, dat oordeelt dat de rechten die eiseres ontleent aan deze verdragrechtelijke bepaling niet zijn geschonden, miskent artikel 52, ,§1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud en artikel 1 van het Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M.
  3. Tweede onderdeel Artikel 16 van de gecoördineerde Grondwet bepaalt dat niemand van zijn eigendom kan worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen een billijke en voorafgaande schadeloosstelling. Een bouwvergunning die krachtens de geldende wetgeving inzake stedenbouw wordt afgeleverd, verleent aan de houder ervan een subjectief recht om de vergunde bouwwerken uit te voeren binnen de termijn die krachtens die wetgeving is bepaald. Deze bouwvergunning maakt dan ook in hoofde van de houder ervan een vermogensonderdeel uit dat hem slechts kan ontnomen worden in de gevallen bepaald bij artikel 16 van de Grondwet. De inwerkingtreding ten aanzien van het perceel van eiseres van het volledig bouwverbod van artikel 52, ,§1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud beëindigde de uitvoerbaarheid van de voorheen aan eiseres afgeleverde bouwvergunning, zonder dat voor dit eigendomsverlies een billijke en voorafgaandelijke schadeloosstelling werd voorzien. Artikel 52, ,§1, van de wet van 12 juli 1973, in zoverre deze bepaling niet voorziet in een billijke en voorafgaande schadeloosstelling voor de houders van bouwvergunningen die door de inwerkingtreding van het volledig bouwverbod, hun uitvoerbaarheid verliezen, schendt dan ook artikel 16 van de Grondwet. Het Hof is niet bevoegd om de verenigbaarheid van decretale bepalingen met artikel 16 van de Grondwet te toetsen. Eiseres nodigt het Hof dan ook uit om de volgende prejudiciële vraag te richten aan het Arbitragehof : "Schendt artikel 52, ,§1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, zoals ingevoegd door artikel 2 van het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen, in de versie vóór de wijziging door de artikelen 3 en 4 van het decreet van 21 december 1994 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 1994 betreffende de definitieve aanwijziging van de beschermde duingebieden en van de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, en houdende wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, artikel 16 van de gecoördineerde Grondwet, in zoverre deze bepaling geen billijke en voorafgaande schadeloosstelling toekent aan de houders van bouwvergunningen die door de inwerkingtreding van het volledig bouwverbod hun uitvoerbaarheid verliezen ?" Het Hof is verplicht om deze prejudiciële vraag te richten aan het Arbitragehof overeenkomstig artikel 26, ,§ 1, 3° en 26, ,§2, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, zoals gewijzigd bij bijzondere wet van 9 maart
  4. IV. Beslissing van het Hof
  5. Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel opkomt tegen de beoordeling van de feitenrechter dat de beperking opgelegd aan eiseres niet kennelijk onevenredig was met het beoogde doel, met name een snelle en doeltreffende bescherming van het duingebied ; Dat de appèlrechters oordelen dat de regeling te dezen analoog is met de regeling over planschade en dat eiseres nog steeds van haar woning gebruik kan maken en er niet-vergunningsplichtige werken uitvoeren ;
  6. Tweede onderdeel Overwegende dat, krachtens het te dezen toepasselijk artikel 52, ,§1, tweede lid, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, zoals gewijzigd bij artikel 2 van het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen, de aanduiding als beschermd duingebied of als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied vanaf de publicatie van het besluit een volledig bouwverbod inhoudt, ongeacht de bestemming van het goed volgens de in uitvoering van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw vastgestelde en goedgekeurde bestemmingsplannen of verleende verkavelingvergunningen ; Dat deze bepaling een volledig bouwverbod oplegt, maar geen ontzetting van eigendom inhoudt ; Overwegende dat het onderdeel, dat ervan uitgaat dat artikel 52 een eigendomsverlies tot gevolg heeft, berust op een onjuiste veronderstelling en mitsdien faalt naar recht ; Overwegende dat het verzoek gericht aan het Hof een prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitragehof gebaseerd is op de onjuiste premisse dat artikel 52 een gedwongen eigendomsoverdracht inhoudt ; Dat er geen grond is tot het stellen van een prejudiciële vraag aangezien de aangevoerde schending niet mogelijk is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van vijfhonderd zeventig euro drieëndertig cent jegens de eisende partij en ook op de som van honderd en zeven euro achtentachtig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van elf februari tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050211.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091126.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970924.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060105.7 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081219.1 ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081219.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.