← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050215.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050215.3 Rolnummer: P.04.1396.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2005-12-01 Raadplegingen: 579 - laatst gezien 2026-07-04 21:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De listige kunstgreep van de oplichting kan erin bestaan zich zaken te laten afgeven in uitvoering van een met die afgifte samengaande bedrieglijke overeenkomst die de dader in werkelijkheid nooit wil uitvoeren

(1).
(1)Zie Cass., 11 juni 1986, AR 4964, nr 635; 4 nov. 1986, AR 907, nr 143. Thesaurus CAS: OPLICHTING Vrije woorden: OPLICHTING Constitutieve bestanddelen Listige kunstgreep Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.496 Fiches 2 - 4 Artikel 16, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat de strafrechter, wanneer het misdrijf verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst waarvan het bestaan ontkend of waarvan de uitlegging betwist wordt, zich gedraagt naar de regels van het burgerlijk recht bij zijn beslissing over het bestaan van die overeenkomst of over de uitvoering ervan, houdt niet in, maar sluit zelfs uit dat deze regel toepasselijk is wanneer het misdrijf gericht is op het totstandkomen van de overeenkomst zelf of die totstandkoming als resultaat heeft
(1).
(1)Zie Cass., 14 dec. 1982, AR 7562, nr 224; 24 sept. 1996, AR P.94.1072.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960924.5, nr 326; 2 okt. 2001, AR P.00.0133.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011002.11, nr
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Misdrijf Beklaagde Verdedigingsmiddel Bestaan en uitvoering van overeenkomst Prejudicieel geschil Bewijsregels Oplichting Misdrijf dat gericht is op de totstandkoming van de overeenkomst zelf of die totstandkoming als resultaat heeft Artikel 16, V.T.Sv. Toepasselijkheid Thesaurus CAS: OPLICHTING Vrije woorden: OPLICHTING Bewijs Bewijsvoering Beklaagde Verdedigingsmiddel Bestaan en uitvoering van overeenkomst Prejudicieel geschil Bewijsregels Misdrijf dat gericht is op de totstandkoming van de overeenkomst zelf of die totstandkoming als resultaat heeft Artikel 16, V.T.Sv. Toepasselijkheid Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: PREJUDICIEEL GESCHIL Strafzaken Bewijsvoering Bestaan en uitvoering van overeenkomst Oplichting Misdrijf dat gericht is op de totstandkoming van de overeenkomst zelf of die totstandkoming als resultaat heeft Bewijsregels Artikel 16, V.T.Sv. Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.04.1396.N B R, eiser, beklaagde, met als raadslieden Mr. Jan De Waele en Mr. Tom Van Maldergem, advocaten bij de balie te Gent, tegen D G L, verweerster, burgerlijke partij. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 21 september 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  2. Eerste middel Overwegende dat eiser werd vervolgd wegens oplichting "door zich de som van EUR 9.901,24 zijnde tegenwaarde van 400.000 BEF te laten overhandigen onder de vorm van een lening en dit bedrag niet terug te betalen ten nadele van (verweerster)"; dat de appèlrechters dit feit bewezen verklaren met weglating van de woorden "en dit bedrag niet terug te betalen"; dat de aldus verbeterde omschrijving nog steeds vaststelt dat eiser zich een zaak van verweerster heeft toegeëigend en dat hij het oogmerk had dit te doen; Dat het middel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, feitelijke grondslag mist;
  3. Tweede middel 2.
  4. Eerste onderdeel Overwegende dat de listige kunstgreep van de oplichting zoals bepaald in artikel 496 Strafwetboek erin kan bestaan zich zaken te laten afgeven in uitvoering van een met die afgifte samengaande bedrieglijke overeenkomst die de dader in werkelijkheid nooit wil uitvoeren; Overwegende dat uit de bewoordingen van de telastlegging en uit de overwegingen van het arrest blijkt dat de appèlrechters eiser schuldig achten aan oplichting doordat hij, met het opzet zich dat bedrag toe te eigenen, verweerster ertoe bracht hem geld te overhandigen als lening tegen een kwijtschrift dat hij ondertekende met de vervormde handtekening, welke bedoeld was de ontvangst van het geld later te kunnen betwisten en de terugbetaling ervan te kunnen ontlopen; Dat anders dan het onderdeel aanvoert, de rechters met deze redengeving hun beslissing naar recht verantwoorden; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; 2.
  5. Tweede onderdeel Overwegende dat artikel 16, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de strafrechter, wanneer het misdrijf verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst waarvan het bestaan ontkend of waarvan de uitlegging betwist wordt, zich gedraagt naar de regels van het burgerlijk recht bij zijn beslissing over het bestaan van die overeenkomst of over de uitvoering ervan; dat deze wetsbepaling niet inhoudt, maar zelfs uitsluit dat deze regel toepasselijk is wanneer het misdrijf gericht is op het totstandkomen van de overeenkomst zelf of die totstandkoming als resultaat heeft; Dat het onderdeel dat uitgaat van een verkeerde rechtsopvatting betreffende de uitlegging van artikel 16, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, faalt naar recht;
  6. Derde middel 3.
  7. Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel, dat dezelfde draagwijdte heeft als het eerste onderdeel van het tweede middel, om dezelfde redenen niet kan worden aangenomen; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is; 3.
  8. Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel geheel uitgaat van de, blijkens het antwoord op het tweede onderdeel van het tweede middel, onjuiste rechtsopvatting betreffende de uitlegging van artikel 16, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, mitsdien faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van negenenzestig euro zesenzestig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijftien februari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050215.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241217.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960924.5 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011002.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.