← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050215.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050215.5 Rolnummer: P.04.1598.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Bestuursrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2005-06-02 Raadplegingen: 634 - laatst gezien 2026-07-04 16:19 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De voorlopige invrijheidstelling van een veroordeelde vreemdeling met het oog op zijn verwijdering uit het Rijk is geen wijze van uitvoering van een vrijheidsstraf, maar een ministeriële maatregel waardoor de strafuitvoering wordt geschorst en de verjaring van de straf opnieuw loopt

(1).
(1)Zie Cass., 30 juni 2004, AR P.04.0784.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040630.22, nr ...; VAN DEN BERGHE Y., Uitvoering van vrijheidsstraffen en rechtspositie van gedetineerden, Larcier Brussel 2002, p.
  1. Thesaurus CAS: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Vrije woorden: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Tenuitvoerlegging Veroordeelde vreemdeling Ministeriële maatregel tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering uit het Rijk Aard Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: VREEMDELINGEN Veroordeelde vreemdeling Ministeriële maatregel tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering uit het Rijk Aard Fiches 3 - 5 Op het ogenblik dat de veroordeelde vreemdeling, die zijn straf nog niet volledig heeft ondergaan, voorlopig in vrijheid wordt gesteld met het oog op zijn verwijdering uit het Rijk, wordt hij niet definitief in vrijheid gesteld en gaat de termijn van vijf jaar, bedoeld in artikel 56, tweede lid, Strafwetboek voor de toepassing van de wettelijke herhaling, niet in. Thesaurus CAS: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Vrije woorden: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Tenuitvoerlegging Veroordeelde vreemdeling Ministeriële maatregel tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering uit het Rijk Wettelijke herhaling Thesaurus CAS: HERHALING Vrije woorden: HERHALING Artikel 56, tweede lid, Sw. Veroordeelde vreemdeling Vroegere veroordeling Tenuitvoerlegging Ministeriële maatregel tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering uit het Rijk Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: VREEMDELINGEN Veroordeelde vreemdeling Wettelijke herhaling Vroegere veroordeling Tenuitvoerlegging Ministeriële maatregel tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering uit het Rijk Fiches 6 - 7 Het onderscheid in behandeling tussen, enerzijds, uitgewezen veroordeelde vreemdelingen, die, ingevolge hun voorlopige invrijheidstelling met het oog op hun verwijdering uit het Rijk, hun straf niet volledig ondergaan en, anderzijds, de veroordeelden die niet het voorwerp uitmaken van een dergelijke maatregel, vloeit niet voort uit artikel 56, tweede lid, Strafwetboek, dat geen onderscheid maakt tussen categorieën van veroordeelden, maar is het gevolg van een ministeriële maatregel, waarvoor het Arbitragehof niet bevoegd is, zodat de op dit onderscheid gestoelde prejudiciële vraag niet dient gesteld te worden. Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: PREJUDICIEEL GESCHIL Prejudiciële vraag Arbitragehof Discriminatie Artikelen 10 en 11 van de Grondwet Verschil in behandeling dat niet voortvloeit uit de wet maar het gevolg is van een ministeriële maatregel Verplichting van het Hof Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art.26 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: ARBITRAGEHOF Prejudiciële vraag Discriminatie Artikelen 10 en 11 van de Grondwet Verschil in behandeling dat niet voortvloeit uit de wet maar het gevolg is van een ministeriële maatregel Verplichting van het Hof Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art.26 Tekst van de beslissing Nr. P.04.1598.N I. P G, alias L T, eiser, beklaagde, gedetineerd, met als raadsman Mr. Frank Scheerlinck, advocaat bij de balie te Gent. II. D G, alias L V, alias J V, eiser, beklaagde, gedetineerd, met als raadsman Mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 29 oktober 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Beide eisers voeren in een memorie een afzonderlijk middel aan. De memorie van eiser sub II wordt aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van de memorie van de eiser sub I Overwegende dat de memorie ter griffie van het Hof werd neergelegd op 7 februari 2004, dit is minder dan acht dagen voor de terechtzitting; Dat de memorie niet ontvankelijk is; B. Onderzoek van het middel van de eiser sub II
  2. Eerste onderdeel Overwegende dat artikel 56, tweede lid, Strafwetboek voor wettelijke herhaling bij het plegen van een wanbedrijf vereist dat de veroordeelde een nieuw wanbedrijf pleegt voordat vijf jaren zijn verlopen sinds hij zijn straf heeft ondergaan of sinds zijn straf is verjaard; Overwegende dat de voorlopige invrijheidstelling geen wijze van uitvoering is van een vrijheidstraf maar een ministeriële maatregel waardoor de strafuitvoering wordt geschorst en de verjaring van de straf opnieuw loopt; Dat op het ogenblik dat de veroordeelde vreemdeling die zijn straf nog niet volledig heeft ondergaan, voorlopig in vrijheid wordt gesteld met het oog op zijn verwijdering uit het Rijk, hij niet definitief in vrijheid wordt gesteld en de termijn voor de toepassing van de wettelijke herhaling niet ingaat; Dat het onderdeel faalt naar recht;
  3. Tweede onderdeel Overwegende dat artikel 56, tweede lid, Strafwetboek, dat de vijfjarige termijn voor de wettelijke herhaling laat ingaan op de dag waarop de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of waarop die straf verjaard is, geen onderscheid maakt tussen categorieën van veroordeelden; dat het door de eiser opgeworpen onderscheid in behandeling van uitgewezen veroordeelden die aldus hun straf niet volledig ondergaan, niet voortvloeit uit voormelde wetsbepaling maar het gevolg is van een ministeriële maatregel en waarvoor het Arbitragehof niet bevoegd is; Dat de vraag niet wordt gesteld; C. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers tot de kosten. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van honderd zevenentachtig euro dertig cent, waarvan
  4. op het cassatieberoep van G P: drieënnegentig euro vijfenzestig cent verschuldigd, en
  5. op het cassatieberoep van G D: drieënnegentig euro vijfenzestig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijftien februari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050215.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040630.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.