id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050218.2 Rolnummer: C.03.0508.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2005-03-11 Raadplegingen: 261 - laatst gezien 2026-07-04 19:10 Fiche Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING Vrije woorden: FAILLISSEMENT,FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD . RECHTSPLEGING Tekst van de beslissing Nr. C.03.0508.N D.L. in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van Samko Automation, in vereffening, met zetel te 9240 Zele, Spinnerijstraat 12, ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde nummer 45.760, eiser, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- SAMKO AUTOMATION, naamloze vennootschap, in vereffening, met zetel te 9240 Zele, Spinnerijstraat 12, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
- PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE, woonst kiezende op zijn parket, 9200 Dendermonde, Gerechtsgebouw, Justitieplein 1, verweerder. II. Nr. C.04.0331.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE, woonst kiezende op zijn parket, 9200 Dendermonde, Gerechtsgebouw, Justitieplein 1, eiser, tegen
- SAMKO AUTOMATION, naamloze vennootschap, in vereffening, met zetel te 9240 Zele, Spinnerijstraat 12, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
- D.L., in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van Samko Automation, in vereffening, met zetel te 9240 Zele, Spinnerijstraat 12, ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde nummer 45.760, verweerder. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen een arrest, op 30 juni 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Middel A. Cassatieberoep C.04.0331.N Eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Eiser verklaart bij akte van 30 november 2004 afstand te doen na zijn verzoekschrift. B. Cassatieberoep C.03.0508.N Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof A. Samenvoeging Overwegende dat de cassatieberoepen C.03.0508.N en C.04.0331.N tegen hetzelfde arrest zijn gericht, zodat zij dienen gevoegd te worden ; B. Cassatieberoep C.03.0508.N
- Middel van niet-ontvankelijkheid Over het door de verweerster opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep : ingevolge de vernietiging van het vonnis door het hof van beroep van het faillissementsvonnis heeft de curator geen bevoegdheid meer om op te treden : Overwegende dat de aangevochten beslissing de vraag betreft of het faillissement al dan niet moet worden gehandhaafd en dus of de curator het beheer van de boedel moet blijven uitoefenen ; Dat de beslissing die het faillissement intrekt moet kunnen worden bestreden door de curator die in het geding was ; Dat het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen ;
- Middel zelf 2.
- Eerste onderdeel Overwegende dat de rechter om te oordelen of de voorwaarden voor een faillissement verenigd zijn, die voorwaarden in concreto moet onderzoeken ; Dat de omstandigheid dat een vennootschap reeds in vereffening is en dat er aldus reeds een samenloop is ontstaan met de eruit volgende beperkingen aan de vrijheid van de bestuurders nog onbegrensd te betalen of krediet op te nemen, tot gevolg heeft dat de beoordeling van de toestand van de onderneming op een specifieke wijze moet worden gedaan ; Dat het onderdeel dat ervan uitgaat dat de voorwaarden van staking van betaling en geschokt zijn van het krediet bij een vennootschap in vereffening niet specifiek mogen worden beoordeeld in het licht van de taak van de vereffenaar, faalt naar recht ; 2.
- Vierde onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 2 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997, hierna te noemen Faillissementswet, de koopman die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt is, zich in staat van faillissement bevindt ; dat het geschokt zijn van het krediet nauw verbonden is met het ophouden te betalen ; Dat inzonderheid de vennootschap die haar eisbare schulden niet betaalt of waarvan vaststaat dat zij haar schulden op korte termijn niet zal kunnen voldoen, omdat zij niet in staat is bij gebrek aan eigen middelen of krediet haar verbintenissen na te leven, in staat van faillissement is ; Dat een vennootschap in vereffening die haar eisbare schulden niet kan betalen of op korte termijn niet zal kunnen voldoen, aan wie haar schuldeisers weigeren een uitstel van betaling of een vermindering van hun schuldvordering toe te staan en die geen nieuw krediet kan krijgen, in staat van faillissement is ; Dat de appèlrechters derhalve, zonder schending van artikel 2 van de Faillissementswet, vermochten te oordelen dat met het "geschokt zijn van het krediet" wordt bedoeld, wanneer de vennootschap in vereffening is, het gebrek aan vertrouwen vanwege de schuldeisers in de organisatie en het verloop van de vereffeningswerkzaamheden ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ; 2.
- Tweede en derde onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 2 van de Faillissementswet, de koopman die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt is, zich in staat van faillissement bevindt ; dat het geschokt zijn van het krediet nauw verbonden is met het ophouden te betalen ; Dat de koopman of vennootschap die nog over krediet beschikt niet duurzaam heeft opgehouden te betalen ; dat een vennootschap in vereffening waarvan de vereffenaar in de wettelijke toegelaten grenzen de eisbare schulden afbetaalt en die het vertrouwen bewaart van de schuldeisers, in beginsel niet duurzaam opgehouden heeft te betalen ; Dat de appèlrechters oordelen dat verweerster niet failliet is op grond dat de wet aan de vereffenaar opgelegde de betalingen te schorsen, dat die staking van betaling niet het gevolg was van het feit dat de vereffenaar zijn opdracht niet naar behoren vervulde en op grond van het vertrouwen van de schuldeisers in de vereffenaar en de vereffening ; Dat zij zodoende hun beslissing naar recht verantwoorden ; Dat de onderdelen niet kunnen worden aangenomen ; 2.
- Vijfde onderdeel Overwegende dat het arrest het vorderingsrecht van het openbaar ministerie niet laat afhangen van het standpunt van de schuldeisers, maar onderzoekt of de toestand van de debiteur wel die is die door het openbaar ministerie werd aangevoerd ; Dat het middel feitelijke grondslag mist ; 2.
- Zesde onderdeel Overwegende dat, anders dan het onderdeel aanvoert, het arrest aan de eisende partij enkel het bewijs oplegt dat de faillissementsvoorwaarden vervuld zijn ; Dat het middel dat in wezen een kritiek inhoudt tegen de wijze waarop het arrest die faillissementsvoorwaarden beoordeelt, geen verband houdt met de als geschonden aangewezen wetsbepalingen ; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is ; 2.
- Zevende onderdeel Overwegende dat het arrest het in het onderdeel bedoelde verweer verwerpt en beantwoordt met de redenen dat het krediet is geschokt, indien de schuldeisers niet langer hun vertrouwen schenken aan de organisatie en het verloop van de vereffening, dat dit bewijs dient te worden geleverd door de eisende partij die aanstuurt op het faillissement en dat de vorderingen van het openbaar ministerie aan het hof van beroep de vrijheid laat om met betrekking tot de faillissementsvoorwaarden zelf te oordelen ; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist ; 2.
- Achtste onderdeel Overwegende dat eiser voor de appèlrechters in wezen aanvoerde dat het vertrouwen van de schuldeisers in de twee vereffenaars onmogelijk was, gelet op hun banden met de moedervennootschap van de vennootschap in vereffening en gelet op het gebrek aan informatie aan de curator ; Dat het arrest dit verweer verwerpt en beantwoordt met de redenen dat na het faillissement de vereffenaars de volledige boekhouding en archieven aan de curator hebben overgemaakt, dat ondanks het feit dat de curator sinds medio september 2002 over de betrokken boekhouding beschikt, hij de beweerde onregelmatigheden uit de periode 1991-1992 niet kan aantonen, dat niet wordt bewezen dat de professionele aansprakelijkheid van de vereffenaars op enigerlei wijze in het gedrang zou kunnen komen en dat de schuldeisers op transparante wijze geïnformeerd en juridisch correct behandeld worden ; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist ; C. Cassatieberoep C.04.0331.N Overwegende dat het Hof akte dient te verlenen van de neergelegde afstand ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Voegt de zaken C.03.0508.N en C.04.0331.N ; Verwerpt het cassatieberoep in de zaak C.03.0508.N ; Verleent akte van de afstand in de zaak C.04.0331.N ; Veroordeelt de eiser in de kosten van zijn cassatieberoep in de zaak C.03.0508.N ; Veroordeelt de Staat in de kosten in de zaak C.04.0331.N ; De kosten, voor wat betreft de zaak C.03.0508.N, begroot op de som van achthonderd en één euro achtendertig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd en zes euro en drieënzestig cent jegens de verwerende partij, en wat betreft de zaak C.04.0331.N, begroot op de som van vierhonderd vierenveertig euro achtennegentig cent jegens de eisende partij en op de som van honderdtachtig euro veertig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, de raadsheren Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van achttien februari tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050218.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260113.1 ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260113.2 ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260428.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div