← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050218.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050218.4 Rolnummer: C.03.0003.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Insolventierecht Invoerdatum: 2006-06-15 Raadplegingen: 209 - laatst gezien 2026-07-03 13:22 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Tegen de beslissing van de rechtbank over de vervanging van de curator kan de gefailleerde die partij was in de zaak waarover de rechtbank uitspraak heeft gedaan, cassatieberoep instellen

(1).
(1)I. VEROUGSTRAETE, Manuel de la faillite et du concordat, Kluwer Editions Juridiques Belges, 1998, p. 245, nr 373; B. WINDEY, "Commentaar bij art. 31 Faill. W.", in Comm. Handel, 2002, p. 3, nr
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Allerlei Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Allerlei Beslissing over de vervanging van de curator Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1997 - Artt.31en37, Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Allerlei Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Allerlei Gefailleerde Beslissing over de vervanging van de curator Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1997 - Artt.31en37, Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING Vrije woorden: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING Beslissing over de vervanging van de curator Cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1997 - Artt.31en37, Tekst van de beslissing Nr. C.03.0003.N SAMKO AUTOMATION, in vereffening, naamloze vennootschap, met vennootschapszetel te 9240 Zele, Spinnerijstraat 12, ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde, nummer 45.760, vertegenwoordigd door Mr. C.V. en .... in hun hoedanigheid van vereffenaars van de NV Samko Automation, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  2. D.L. verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
  3. PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE, woonst kiezend op zijn parket, gevestigd in het Gerechtsgebouw, 9200 Dendermonde, Justitieplein 1, verweerder. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 7 oktober 2002 gewezen door de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde. II. Rechtspleging voor het Hof Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Middel Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wetsbepalingen &§9472; de artikelen 31 en 37, tweede lid, van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 ; &§9472; de artikelen 17, 18, 73, 137, 150, 151, 186, eerste en tweede lid, 292 en 326, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek ; &§9472; artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 ; &§9472; artikel 3, ,§1, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 betreffende de instelling van afdelingen in de arbeidshoven, de arbeidsrechtbanken, de rechtbanken van koophandel en de politierechtbanken ; &§9472; het algemeen rechtsbeginsel inzake onpartijdigheid. Aangevochten beslissingen Bij het bestreden vonnis wijst de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde, afdeling Dendermonde, eiseres' verzoek tot vervanging van de curator af als onontvankelijk en zegt dat er geen reden is om in de vervanging van mr. L.D. te voorzien na het volgende te hebben overwogen : "Nu eisers zoals hierna zal blijken geen vorderingsrecht hebben, dient alleen om deze reden het verzoekschrift tot heropening afgewezen. Het verzoekschrift tot heropening van de debatten is bovendien gesteund op een aantal feitelijkheden waaruit de partijdigheid van de curator zou moeten blijken. De rechtbank is van oordeel dat de curator die de belangen van de (boedel) dient te verdedigen bij zijn acties uiteraard zich zal laten leiden door deze belangen. Het is niet bewezen dat de curator iets anders beoogde dan de bescherming van de belangen van de (boedel). Deze acties kunnen dan ook niet als een nieuw feit worden aanzien welke een heropening van de debatten zouden wettigen.
  4. Volgens (eiseres) is de aanstelling partijdig vermits een lid van een instantie die het faillissement van de vennootschap vordert niet meer neutraal kan optreden in zijn hoedanigheid van curator. Volgens (eiseres) bestaat het gevaar dat de aangestelde curator geen objectieve toelichting zal geven. Bij bevelschrift dd. 15 februari 1995 werd meester L.D. .inderdaad aangesteld om het ambt van procureur des Konings tijdelijk waar te nemen voor al de zaken waarop een openbaar ministerie vereist is bij de Rechtbank van Koophandel van Dendermonde, afdeling te Sint-Niklaas. Overeenkomstig artikel 31 (lees : 37) F.W. is geen verzet of hoger beroep mogelijk tegen het vonnis waarbij een curator wordt benoemd of vervangen. De gefailleerde heeft terzake dan ook geen vorderingsrecht.
  5. De rechtbank die kennis heeft gekregen van de gestelde feiten, weze het middels een onontvankelijke vordering, kan echter steeds onderzoeken of zij niet ambtshalve tot vervanging dient over te gaan overeenkomstig art. 31 F.W.
  6. De rechtbank stelt vast dat meester L.D. op geen enkele wijze met betrekking tot het dossier NV Samko Automation enige taak van openbaar ministerie heeft waargenomen. De stelling dat meester L.D. deeluitmaakt van het openbaar ministerie kan niet worden gevolgd. De aanwijzing bij bevelschrift om de taak van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen op de terechtzitting heeft niet tot gevolg dat meester L.D. hierdoor werkelijk volwaardig lid wordt van het openbaar ministerie en alle bevoegdheden van de procureur des Konings zou kunnen uitoefenen (R.P.D.B., Ministère Public nr. 466). De wetgever heeft zeker wanneer hij in de mogelijkheid voorzag om plaatsvervangende rechters tijdelijk als openbaar ministerie aan te stellen, deze magistraten niet willen uitsluiten van hun gewone bezigheden, zelfs al worden ze daarbij geconfronteerd met een procedure waar het openbaar ministerie partij is. Zulks kan worden afgeleid uit het feit dat onder het oude recht, meer bepaald art. 204 van de wet van 18 juni 1869 de beroepsmagistraten eveneens tijdelijk konden worden aangewezen om het openbaar ministerie occasioneel te vervangen (zie R. Declercq-Beginselen van strafrechtspleging nr. 36). Het is daarbij ondenkbaar dat de wetgever zou beoogd hebben dat deze beroepsrechter door zijn occasionele vervangingen als openbaar ministerie, in andere zaken niet meer als beroepsrechter zou kunnen zetelen als het openbaar ministerie partij was. De mogelijke vervanging van beroepsrechters werd inmiddels afgeschaft en bleef enkel bestaan voor plaatsvervangende rechters wat door sommigen als een redactie-accident werd beschouwd (zie R. Declercq o. c.). Ook voor de plaatsvervangende rechters die occasioneel of tijdelijk het openbaar ministerie vervangen is er geen beletsel in een andere hoedanigheid (hetzij als curator, advocaat, plaatsvervangend rechter) te functioneren, zelfs al is het openbaar ministerie partij. Er is derhalve geen reden om in de vervanging van meester L.D. als curator te voorzien". Grieven
  7. Eerste onderdeel Blijkens artikel 31 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 kan de rechtbank van koophandel te allen tijde de curatoren of een van hen vervangen of hun aantal vermeerderen of verminderen. Bij gebreke van limitatieve opsomming in artikel 31 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 van de initiatiefgerechtigden moet worden aangenomen dat voornoemd recht toekomt aan alle rechtstreeks belanghebbenden, inzonderheid de gefailleerde die vanaf de dag van het vonnis van faillietverklaring tot op datum van de sluiting van het faillissement van rechtswege het beheer over al zijn goederen verliest ten voordele van de curator. Hij is dan ook gerechtigd, evenzeer als de schuldeiser, de vervanging van de aangestelde curator die, naar zijn oordeel, niet alle waarborgen van onpartijdigheid biedt, na te streven. De enkele omstandigheid dat een beslissing niet vatbaar is voor verzet of voor hoger beroep impliceert alleszins niet de afwezigheid van ieder vorderingsrecht ; de uitsluiting van deze rechtsmiddelen, die volgt uit artikel 37, tweede lid, van de Faillissementswet van 8 augustus 1997, heeft hoogstens tot doel terzake lang aanslepende procedures te vermijden. Besluit De rechtbank, die oordeelt dat eiseres, vertegenwoordigd door haar vereffenaars, geen vorderingsrecht heeft op de enkele grond dat tegen de beslissing tot aanstelling van de curator geen verzet of hoger beroep mogelijk is en op grond daarvan besluit tot de onontvankelijkheid van haar verzoek, verantwoordt haar beslissing niet naar recht (schending van de artikelen 31 en 37, tweede lid, van de Faillissementswet van 8 augustus 1997, 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek).
  8. Tweede onderdeel De curator, die als gerechtelijk mandataris belast is met de uitoefening van alle rechten die hij in de boedel aantreft of die hij uit de wet put, en dit zowel in het belang van de schuldeisers als van de gefailleerde, moet, net zoals een rechter, alle waarborgen van onpartijdigheid bieden. Daaruit volgt dat iedere toestand, die van aard is in hoofde van derden of van de gefailleerde een indruk van partijdigheid te creëren, moet worden vermeden. Aan die voorwaarde is duidelijk niet voldaan wanneer blijkt dat de curator, aangesteld op een dagvaarding in faillietverklaring, uitgebracht ten verzoeke van het parket, tegelijk bij een afdeling van deze rechtbank, het weze tijdelijk, de taak van openbaar ministerie vervult. In dergelijke hypothese wordt inderdaad de schijn gecreëerd dat de curator niet onafhankelijk van het openbaar ministerie, onder wiens toezicht en leiding hij bij het waarnemen van zijn tijdelijke functie onderworpen is, zal kunnen optreden. Uit de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek volgt immers dat het openbaar ministerie wordt gekenmerkt door zijn eenheid en ondeelbaarheid. Overeenkomstig artikel 150 van het Gerechtelijk Wetboek is er inderdaad een procureur des Konings in de zetel van ieder arrondissement, alwaar hij onder toezicht en leiding van de procureur-generaal het ambt van openbaar ministerie uitoefent bij de arrondissementsrechtbank, de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en bij de politierechtbanken van het arrondissement. Luidens artikel 151 van het Gerechtelijk Wetboek wordt de procureur des Konings bijgestaan door één of meer substituten, waarvan één of meer gespecialiseerd zijn in handelszaken. Hij kan worden bijgestaan door één of meer substituten gespecialiseerd in fiscale zaken en door één of meer toegevoegde substituten aan wie opdracht is gegeven overeenkomstig artikel 326, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Zij staan onder zijn toezicht en leiding. Uit voorgaande bepalingen volgt dat het openbaar ministerie een ondeelbaar geheel vormt, met dien verstande dat alle leden van een parket bij een bepaald gerecht, dat bovendien gekenmerkt wordt door een hiërarchische structuur, dezelfde wettelijke bevoegdheid heeft. Zij treden op als orgaan van het ene en ondeelbare ministerie, waarbij zij geacht worden het hoofd van het parket, in casu de procureur des Konings, te vertegenwoordigen, aan wiens leiding en toezicht zij onderworpen zijn. De toegevoegde substituut van de procureur des Konings, aan wie de procureur-generaal bij het hof van beroep bij toepassing van artikel 326, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek opdracht geeft om tijdelijk zijn ambt uit te oefenen in een welbepaald parket van zijn rechtsgebied, zulks in functie van de noodwendigheden van de dienst, maakt vanaf deze aanwijzing evenzeer deel uit van dat ondeelbaar geheel. Uit artikel 73 van het Gerechtelijk Wetboek volgt voorts dat er in ieder gerechtelijk arrondissement een arrondissementsrechtbank, een rechtbank van eerste aanleg, een arbeidsrechtbank en een rechtbank van koophandel is. Artikel 186, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt weliswaar dat de Koning de kamers van de rechtbanken van koophandel in twee of meer afdelingen kan verdelen. Luidens artikel 3, ,§1, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 betreffende de instelling van afdelingen in de arbeidshoven, de arbeidsrechtbanken, de rechtbanken van koophandel en de politierechtbanken werden aldus de kamers van de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde in drie afdelingen ingedeeld, waarbij de eerste zitting houdt te Dendermonde, de tweede te Aalst en de derde te Sint-Niklaas. Deze bepaling doet evenwel geen afbreuk aan het principe dat het openbaar ministerie bij deze afdelingen wordt waargenomen door een en dezelfde procureur des Konings, aan wiens leiding en toezicht alle parketmagistraten, aangesteld bij de verschillende afdelingen, zullen onderworpen zijn. Te dezen blijkt uit de vaststellingen van het bestreden vonnis dat mr. L.D., aangesteld bij het faillissementsvonnis van 27 juni 2002 door de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde, afdeling Dendermonde, tevens bij bevelschrift van 15 februari 1995 werd aangesteld om het ambt van procureur des Konings tijdelijk waar te nemen voor al de zaken, waarvoor een openbaar ministerie vereist is, bij de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde, afdeling Sint-Niklaas. In voornoemde hoedanigheid vertegenwoordigt hij aldaar zodoende diezelfde procureur des Konings, die bij de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde, afdeling Dendermonde, de dagvaarding in faillietverklaring tegen de NV Samko Automotion in vereffening uitbracht en maakt hij zodoende als toegevoegde magistraat deel uit van een zelfde, ondeelbaar geacht, openbaar ministerie, ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg en bij de rechtbank van koophandel, beide gevestigd te Dendermonde. Bij toepassing van het beginsel van het ondeelbaar karakter van het openbaar ministerie zullen bijgevolg alle handelingen die hij stelt worden toegerekend aan de procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde, aan wiens leiding en toezicht hij als toegevoegde substituut procureur des Konings onderworpen is bij het stellen van iedere handeling in voornoemde hoedanigheid. Besluit Op grond van de gedane vaststellingen, waaruit volgt dat de aangestelde curator tevens de functie van toegevoegd magistraat bij het parket van de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde, afdeling Sint-Niklaas, waarneemt, alwaar hij dezelfde procureur des Konings als deze die de dagvaarding in faillietverklaring uitbracht en die vervolgens geroepen zal zijn om advies te verlenen in andere aangelegenheden van het faillissement, inzonderheid bij de sluiting hiervan, vertegenwoordigt en aan wiens toezicht en leiding hij onderworpen is, kon de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde, afdeling Dendermonde, niet wettig besluiten dat de toegevoegde magistraat substituut-procureur des Konings, die de aangestelde curator tevens is, geen deel uitmaakt van het openbaar ministerie, zonder aldus het ondeelbaar karakter van het openbaar ministerie, ingesteld bij de Rechtbank van Eerste Aanleg en bij de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde te miskennen (schending van de artikelen 73, 137, 150, 151, 186, eerste en tweede lid, 326, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek en 3, ,§1, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 betreffende de instelling van afdelingen in de arbeidshoven, de arbeidsrechtbanken, de rechtbanken van koophandel en de politierechtbanken) en kon de rechtbank evenmin wettig beslissen, zonder het algemeen rechtsbeginsel inzake de onpartijdigheid, waaraan de gerechtelijke mandataris, die de curator is, evenzeer moet voldoen, te miskennen, dat er geen reden was tot vervanging van mr. L.D. (schending van het algemeen rechtsbeginsel inzake de onpartijdigheid en voor zoveel als nodig artikelen 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 en 292, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). IV. Beslissing van het Hof A. Memorie van antwoord Overwegende dat het Hof geen acht slaat op de memorie van antwoord neergelegd op 30 december 2004 buiten de termijn bepaald in artikel 1093 van het Gerechtelijk Wetboek ; B. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Over de door de verweerder sub 2 opgeworpen middelen van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep :
  9. de bestreden beslissing is slechts een administratieve maatregel ;
  10. het cassatieberoep gaat uit van een partij die geen partij was bij de bestreden beslissing die ambtshalve genomen werd ;
  11. het is gericht tegen een partij die geen hoofdpartij was in het geding ; Overwegende dat cassatieberoep mogelijk is, krachtens artikel 37, tweede lid, van de Faillissementswet, tegen de beslissing over de vervanging van een curator ; Overwegende dat eiseres als failliet met tegengestelde belangen als die van de curator partij was in de zaak waarin de rechtbank uitspraak heeft gedaan ; Overwegende dat de verweerder sub 2 in het bestreden vonnis als partij in de zaak wordt behandeld wat al de genomen beslissingen betreft, en dus door eiseres in het cassatieberoep moest worden betrokken ; Dat de middelen van niet-ontvankelijkheid moeten worden verworpen ; C. Over het middel zelf
  12. Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel gebaseerd is op de onderstelling dat volgens de rechtbank de curator te dezen een toegevoegde substituut van de procureur des Konings was ; Overwegende dat de rechtbank dit evenwel niet vaststelt maar enkel opmerkt dat de eerste verweerster bij bevelschrift van 15 februari 1995 werd aangesteld om de taak van het openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen op de terechtzittingen van de Rechtbank van Koophandel van Dendermonde, afdeling Sint-Niklaas ; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist ;
  13. Eerste onderdeel Overwegende dat de rechtbank van koophandel, op grond van de in het tweede onderdeel vergeefs bekritiseerde redenen, voor recht zegt "dat er geen reden (is) om in de vervanging van meester L.D. als curator te voorzien" ; Dat nu de rechtbank uitspraak doet over de vordering tot vervanging van de curator, het onderdeel geen belang meer vertoont, mitsdien niet ontvankelijk is ;
  14. Kosten Overwegende dat de kosten van de laattijdig neergelegde memorie van antwoord en de kosten van de memorie van wederantwoord ten laste blijven van de Staat ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten, met uitzondering van de kosten van de laattijdig neergelegde memorie van antwoord en van de kosten van de memorie van wederantwoord die ten laste blijven van de Staat. De kosten begroot op de som van zevenhonderd en drie euro vijftig cent jegens de eisende partij, op de som van honderd en zes euro drieënzestig cent jegens de verwerende partij sub 1, op de som van honderd en zes euro drieënzestig cent jegens de verwerende partij sub 2, op de som van driehonderd en tien euro tweeëntwintig cent voor wat de memorie van wederantwoord van eiseres betreft en op de som van tweeënzeventig euro achtentachtig cent voor wat de op 30 december 2004 neergelegde memorie van antwoord van verweerder sub 2 betreft. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, de raadsheren Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van achttien februari tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigh0eid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050218.4 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181011.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.