← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.32

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.32 Rolnummer: P.04.0998.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-30 Raadplegingen: 612 - laatst gezien 2026-07-04 12:56 Versie(s): Vertaling FR Fiche De vordering tot herstel in zake stedenbouw heeft geen persoonlijk karakter, maar strekt tot het doen verdwijnen van de onrechtmatige toestand die met betrekking tot het onroerend goed door uitgevoerde werken of de gegeven bestemming is ontstaan; het zakelijke karakter van die vordering brengt mee dat de derde verkrijger, wanneer de uitspraak over die vordering hem kan worden tegengeworpen, desbetreffend niet meer rechten verkrijgt dan in het vonnis ten aanzien van de gedaagde overlater is vastgesteld, dat hij de gevolgen ondergaat die uit het vonnis voortvloeien en bijgevolg de uitvoering ervan dient te gedogen zonder nochtans zelf het herstel te moeten verwezenlijken

(1).
(1)Zie Cass., 19 okt. 1999, AR P.98.0257.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991019.9, nr 543; 5 juni 2001, AR P.99.1489.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010605.5, nr 333; 7 okt. 2003, AR P.03.0422.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031007.9, nr
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vordering tot herstel Aard Gevolgen voor derdeverkrijger Tekst van de beslissing Nr. P.04.0998.N O A, eiseres, met als raadsman Mr. Ciska Servais, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen
  2. GEMEENTE SCHILDE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te Schilde, Brasschaatsebaan 30, vertegenwoordigd door Mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof van Cassatie,
  3. S C,
  4. STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR, van de afdeling ruimtelijke ordening, huisvesting en monumenten en landschappen voor de provincie Antwerpen, met kantoren te Antwerpen, Copernicuslaan 1 bus 9, verweerders. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 3 juni 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie één middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat het bestreden arrest ten aanzien van verweerster sub 2 bij verstek is gewezen; dat het cassatieberoep, dat is ingesteld voor het verstrijken van de gewone termijn van verzet, inzoverre voorbarig, mitsdien niet ontvankelijk is; B. Onderzoek van het middel Overwegende dat krachtens het te dezen toepasselijke artikel 69 Stedenbouwwet, de dagvaarding voor de correctionele rechtbank op grond van artikel 64 van deze wet, op straffe van onontvankelijkheid van de vordering tot herstel, in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen gelegen zijn, wordt overgeschreven ten verzoeke van de gerechtsdeurwaarder die het exploot heeft opgemaakt; Overwegende dat in verband gelezen met de artikelen 3 en 4 Hypotheekwet, deze overschrijving tot gevolg heeft dat iedere in de zaak gewezen beslissing tegenwerpelijk wordt aan derden-verkrijgers van wie de titel van eigendomsverkrijging niet was overgeschreven vóór de overschrijving van de dagvaarding; Overwegende dat de vordering tot herstel geen persoonlijk karakter heeft, maar strekt tot het doen verdwijnen van de onrechtmatige toestand die met betrekking tot het onroerend goed door uitgevoerde werken of de gegeven bestemming is ontstaan; dat het zakelijke karakter van die vordering meebrengt dat de derde-verkrijger, wanneer de uitspraak over die vordering hem kan worden tegengeworpen, desbetreffend niet meer rechten verkrijgt dan in het vonnis ten aanzien van de gedaagde overlater is vastgesteld; dat hij de gevolgen ondergaat die uit het vonnis voortvloeien, en bijgevolg de uitvoering ervan dient te gedogen zonder nochtans zelf het herstel te moeten verwezenlijken; Overwegende dat de omstandigheid dat voormelde derde-verkrijger bij het geding niet wordt betrokken, aan de gevolgen van deze tegenwerpelijkheid niet afdoet; dat immers door de regelmatige bekendmaking de herstelvordering hem voorafgaandelijk is meegedeeld zodat hij, overeenkomstig het recht hem gewaarborgd door de artikelen 13 Grondwet en 6.
  5. EVRM, in het geding strekkende tot het herstel kan tussenkomen; Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat het bestreden arrest van 16 maart 2001 tegenwerpelijk is aan eiseres gelet op de kantmelding van de initiële dagvaarding lastens de tweede verweerster, in de registers van de hypotheekbewaarder, en dat eiseres wel degelijk rechtsbescherming heeft genoten daar zij van meetaf, nl. in de notariële akte van verkoop van 8 juli 1998, in kennis werd gesteld van de hangende strafprocedure over het onroerend goed dat zij kocht; Dat de appèlrechters zodoende, hun beslissing naar recht verantwoorden; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende dat de overige kritiek van eiseres tegen de beschouwingen met betrekking tot haar rechtmatig belang opkomt tegen overtollige redenen, mitsdien bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is; Overwegende dat, waar het middel niet ontvankelijk is om procedureredenen die ontleend zijn aan normen die zelf niet het voorwerp uitmaken van het verzoek tot het stellen van de prejudiciële vraag, de vraag niet moet worden gesteld; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiseres in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeënzeventig euro drieënnegentig cent, waarvan tweeënveertig euro drieënnegentig cent verschuldigd en dertig euro door eiseres betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van tweeëntwintig februari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.32 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170310.2 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170310.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991019.9 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010605.5 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031007.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180612.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.