← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.35

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.35 Rolnummer: P.04.1750.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-06-02 Raadplegingen: 175 - laatst gezien 2026-07-03 13:21 Versie(s): Vertaling FR Fiche De beslissing die bij de bestraffing van een zware overtreding van de derde graad inzake verkeer een verval van het recht tot sturen uitspreekt zonder een effectief gedeelte van minumum acht dagen op te leggen wordt vernietigd zonder verwijzing in zoverre voor de uitgesproken ontzetting uit het recht een motorvoertuig te besturen gedurende een termijn van acht dagen gewoon uitstel van tenuitvoerlegging wordt verleend. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Wegverkeerswet Ontzetting uit het recht een motorvoertuig te besturen Onwettig uitstel van tenuitvoerlegging Vernietiging zonder verwijzing Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Art.41 Tekst van de beslissing Nr. P.04.1750.N I. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen V H R, verweerder, beklaagde. II. V H R, reeds vermeld, eiser, beklaagde, tegen V W, verweerder, burgerlijke partij. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 25 november 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, eerste kamer, recht doende in correctionele zaken. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eiser sub I stelt in een verzoekschrift een middel voor. Dat verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De eiser sub II stelt in een memorie vier middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel van de procureur-generaal Overwegende dat artikel 2, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat geen misdrijf kan worden gestraft met straffen die bij de wet niet waren gesteld voordat het misdrijf werd gepleegd; Overwegende dat artikel 2, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat indien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, de minst zware straf wordt toegepast; Overwegende dat artikel 29 Wegverkeerswet zoals het van toepassing was op het ogenblik van de feiten, de als zwaar aangewezen overtredingen van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, strafbaar stelde met gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 maand en/of een geldboete van 50 euro tot 500 euro; Overwegende dat artikel 29 Wegverkeerswet, zoals het nu en ten tijde van het arrest van toepassing was, in voege is getreden met ingang van 1 maart 2004; dat dit artikel, onder meer, de zodanig aangewezen overtredingen van de derde graad, uitgevaardigd op grond van de gecoördineerde wetten betreffende de politie over het wegverkeer, strafbaar stelt met een geldboete van 100 euro tot 500 euro en met het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste 8 dagen en ten hoogste 5 jaar; Overwegende dat het artikel 29 (nieuw) Wegverkeerswet in verband moet worden gelezen met artikel 41 Wegverkeerswet, in voege getreden met ingang van 1 maart 2004; dat krachtens dat artikel, in gevallen waarin de rechter in toepassing van de Wegverkeerswet een verval van het recht tot sturen uitspreekt, hij, indien hij gebruik wenst te maken van artikel 8, ,§ 1, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie een effectief gedeelte moet opleggen van minimum acht dagen; Overwegende aldus dat de straf ten tijde van het arrest bepaald in geen gevangenisstraf meer voorziet en als minder zwaar moet worden beschouwd dan die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald; dat derhalve artikel 29 (nieuw) Wegverkeerswet van toepassing is evenals de aanvullende bepaling van artikel 41 van die wet; Overwegende dat het arrest verweerder wegens de feiten van de telastlegging II (snelheidsovertreding, zware overtreding van de derde graad), gepleegd op 12 februari 2003, veroordeelt tot een geldboete van 100 euro, verhoogd met 40 opdeciemen en gebracht op 500 euro of een vervangend rijverbod van 8 dagen en tot een rijverbod van 8 dagen, met gewoon uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van twee jaar voor de geldboete en de duur van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig; Overwegende dat het arrest de beslissing, in zoverre uitstel van tenuitvoerlegging wordt verleend voor de volledige duur van het rijverbod, niet naar recht verantwoordt; Dat het middel gegrond is; B. Onderzoek van de middelen van V H R

  1. Eerste middel Overwegende dat het arrest vermeldt dat het openbaar ministerie heeft gevorderd; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende voor het overige dat het middel het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is;
  2. Tweede middel, derde middel, vierde middel (eerste onderdeel) Overwegende dat de rechters eiser wegens de feiten omschreven sub I, B en C samen, veroordelen tot een geldboete van vijftig euro, verhoogd met veertig opdeciemen, en een vervangend verval van het recht een motorvoertuig te besturen gedurende een termijn van 8 dagen; Overwegende dat die bestraffing naar recht is verantwoord ingevolge de bewezenverklaring van de feiten omschreven sub I, C; Dat de grieven uitsluitend betrekking hebben op de bewezenverklaring van de feiten omschreven sub I, B, mitsdien niet tot cassatie kunnen leiden; Dat de grieven in zoverre niet ontvankelijk zijn; Overwegende voor het overige dat de appèlrechters de reden vermelden waarom zij van oordeel zijn dat geen prejudiciële vraag dient te worden gesteld aan het Arbitragehof en mitsdien de vraag tot opschorting van de behandeling van de zaak verwerpen; Dat de grieven in zoverre feitelijke grondslag missen;
  3. Vierde middel (tweede onderdeel) Overwegende dat het onderdeel, in zoverre het opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de rechters, niet ontvankelijk is; Overwegende voor het overige dat de rechters op grond van de feitelijke redenen die het arrest vermeldt in de rubriek 8 met betrekking tot eisers plaats op de rijbaan, wettig vermogen te oordelen dat eiser "niet zo dicht als mogelijk bij de rechterkant van de overigens voldoende brede rijbaan (...) is gebleven"; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; C. Ambtshalve onderzoek van het overige van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorge-schreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het arrest in zoverre het, bij de bestraffing van de feiten van de telastlegging II, voor de uitgesproken ontzetting uit het recht een motorvoertuig te besturen gedurende een termijn van acht dagen, gewoon uitstel van tenuitvoerlegging verleent voor een termijn van twee jaar; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; Laat de kosten van het cassatieberoep van de procureur-generaal ten laste van de Staat; Zegt dat er geen reden is tot verwijzing; Verwerpt het cassatieberoep van V H R; Veroordeelt hem in de kosten van zijn cassatieberoep; Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van honderd vijfendertig euro drieëndertig cent op het cassatieberoep van V H R. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van tweeëntwintig februari tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.35 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.