← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050301.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050301.3 Rolnummer: P.05.0079.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2005-08-01 Raadplegingen: 161 - laatst gezien 2026-07-03 13:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche De maatregel die met toepassing van artikel 52quater van de Jeugdbeschermingswet is getroffen, is een zelfstandige maatregel, onafhankelijk van een voorlopige maatregel van maatschappelijke beveiliging die eerder werd getroffen met toepassing van artikel 2 van de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Vrije woorden: JEUGDBESCHERMING Voorlopige maatregelen Voorlopige maatregel van maatschappelijke beveiliging Nieuwe maatregel getroffen met toepassing van artikel 52quater Jeugdbeschermingswet Zelfstandige maatregel Tekst van de beslissing Nr. P.05.0079.N A A, eiser, minderjarige, met als raadsman Mr. Jo Vanderstraeten, advocaat bij de balie te Brussel, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. De Hertogh, advocaat bij de balie te Brussel, voor Mr. Jo Vanderstraeten. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 17 december 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, jeugdkamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Voorafgaande rechtspleging Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat eiser verdacht wordt van feiten omschreven als gijzeling. Eiser werd bij beschikking van 26 oktober 2004 van de jeugdrechter te Brussel toevertrouwd aan het Centrum voor voorlopige plaatsing "De Grubbe" te Everberg-Kortenberg. Deze maatregel is getroffen met toepassing van artikel 3, wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. De jeugdrechter heeft bij beschikking van 29 oktober 2004 die voorlopige maatregel van maatschappelijke beveiliging bevestigd voor een periode van dertig dagen, met toepassing van artikel 5, ,§ 1 van de vermelde wet. Bij beschikking van 29 november 2004 heeft hij eiser aan de gemeenschapsinstelling "De Zande" te Ruiselede toevertrouwd voor een termijn van drie maanden met ingang van 26 oktober

  1. Deze maatregel is met toepassing van artikel 52 quater, Jeugdbeschermingwet getroffen. Eiser heeft tegen die beschikking op 30 november 2004 hoger beroep ingesteld; Het arrest heeft de voormelde maatregel van bewaring bevestigd; V. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel
  2. Tweede onderdeel Overwegende dat uit het verloop van de rechtspleging volgt dat de aangevochten beslissing een eerste en zelfstandige maatregel van bewaring betreft, zoals bedoeld in artikel 52quater, eerste lid, Jeugdbeschermingswet, met aanvang op 26 oktober 2004 en geldig voor een termijn van drie maanden; Overwegende dat de omstandigheid dat ten aanzien van eiser eerder op 26 oktober 2004, een voorlopige maatregel van maatschappelijke beveiliging werd getroffen, met toepassing van artikel 2, wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, daaraan niet afdoet; Dat het onderdeel faalt naar recht;
  3. Eerste onderdeel Overwegende dat de appèlrechter op grond van de redenen die het arrest vermeldt en deze van de beroepen beschikking die het arrest bevestigt, wettig vermag te oordelen dat de "maatregel niet werd genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing, noch met het oog op het uitoefenen van dwang"; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de vordering van het openbaar ministerie Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van drieënvijftig euro negenennegentig cent. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Luc Van hoogenbemt, Benoît Dejemeppe, en uitgesproken in openbare terechtzitting van een maart tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050301.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.