id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050315.10 Rolnummer: P.05.0135.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2005-06-28 Raadplegingen: 585 - laatst gezien 2026-07-04 14:11 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De enkele duur van de beraadslaging heeft niet noodzakelijk voor gevolg dat daardoor de duur van de rechtspleging in haar geheel onredelijk wordt, gelet op de omvang en de complexiteit van de zaak
(1)Cass., 10 feb. 1999, AR P.98.1137.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990210.13, nr 77; 28 nov. 2000, AR P.99.0082.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001128.13, nr 648; 30 juni 2000, AR C.98.0484.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000630.3, nr 424; 13 feb. 2001, AR P.99.0739.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010213.6, nr
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Redelijke termijn Strafzaken Beraadslaging Duur Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Algemeen Beraadslaging Duur Redelijke termijn Artikel 6.1 E.V.R.M. Tekst van de beslissing Nr. P.05.0135.N C A G, eiser, inverdenkinggestelde, aangehouden, met als raadsman Mr. Tony Simons, advocaat bij de balie te Brussel. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 22 december 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie acht middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat de omstandigheid dat de rechter anders oordeelt dan de beklaagde aanvoert, geen motiveringsgebrek oplevert; Overwegende dat het niet aan het vonnisgerecht toekomt om de eventuele onregelmatigheden bij de regeling van de rechtspleging door het onderzoeksgerecht te onderzoeken; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; Overwegende dat in zoverre het middel voor het overige onregelmatigheden bij de verwijzing door de raadkamer aanvoert, het niet gericht is tegen het bestreden arrest, mitsdien in zoverre niet ontvankelijk is;
- Tweede middel Overwegende dat een eventuele onjuiste motivering geen motiveringsgebrek oplevert; Dat het middel faalt naar recht;
- Derde middel Overwegende dat eiser niet is vervolgd wegens "inbreuken op artikel 42, 3° SW", maar wegens een der misdrijven bepaald in artikel 505 Strafwetboek, zoals ook door de appèlrechters vermeld; Overwegende dat, anders dan het middel aanvoert, het beroepen vonnis, waarnaar het bestreden vonnis verwijst, de wetsbepalingen die het feit strafbaar stelt, vermeldt; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
- Vierde middel Overwegende dat de appèlrechters eisers verweer met betrekking tot de naamloze brieven beantwoorden; dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat het middel voor het overige niet toelaat te ontwaren hoe de appèlrechters met de aangehaalde motivering artikel 505 Strafwetboek schenden; dat het middel in zoverre onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk is;
- Vijfde middel Overwegende dat, anders dan eiser aanvoert, de appèlrechters zijn conclusie beantwoorden; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
- Zesde middel Overwegende dat het niet tegenstrijdig is, enerzijds, eiser te veroordelen wegens witwassen met verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen als voorwerp van het misdrijf van artikel 505, 3°, Strafwetboek, anderzijds, vast te stellen dat de daaruit bekomen vermogensvoordelen niet het voorwerp uitmaken van enige telastlegging noch kunnen worden verbeurdverklaard op grond van artikel 42, 3° en 43 bis Strafwetboek daar dit niet wordt gevorderd; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
- Zevende middel Overwegende dat de appèlrechters niet de geldboete "verhogen" maar de straf verzwaren met een geldboete; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
- Achtste middel Overwegende dat de enkele duur van de beraadslaging niet noodzakelijk voor gevolg heeft dat daardoor de duur van de rechtspleging in haar geheel onredelijk wordt; Overwegende dat de zaak tegen eiser betrekking heeft op meerdere feiten van witwassen van gelden voor aanzienlijke bedragen, waarbij het aan de appèlrechters overgelegd strafdossier niet minder dan drie kartons omvat; dat ter zitting van 12 mei 2004 eiser elf bladzijden conclusie, samen met een kaft van 29 nieuwe stukken heeft neergelegd, en waarbij hij de feiten volledig heeft betwist; dat de zaak achtereenvolgens voor uitspraak werd verdaagd op 29 september 2004, 3 november 2004 en ten slotte op 22 december 2004; Dat gelet op de omvang en de complexiteit van dergelijke zaak een beraad van zeven maanden niet onredelijk is; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; C. Onmiddelijke aanhouding Overwegende dat door de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep, het bestreden arrest kracht van gewijsde heeft; dat het cassatieberoep tegen de beslissing tot onmiddellijke aanhouding geen bestaansreden meer heeft; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser tot de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeënzeventig euro tachtig cent. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijftien maart tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050315.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241007.3F.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990210.13 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000630.3 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001128.13 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010213.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div