← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050322.33

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050322.33 Rolnummer: P.05.0347.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-06-28 Raadplegingen: 456 - laatst gezien 2026-07-04 20:17 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de artikelen 3, 7, eerste lid en 12 Voorlopige Hechteniswet volgt dat, wanneer de verdachte niet ter beschikking van de onderzoeksrechter is gesteld, d.i. in zijn onmiddellijke nabijheid, cumulatie van een eerste vrijheidsbeneming ingevolge artikel 2 Voorlopige Hechteniswet en de daarop volgende vrijheidsbeneming ingevolge een bevel tot medebrenging mogelijk is

(1).
(1)Cass., 12 dec. 2000, AR P.00.1664.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001212.7, nr 683 en de noot. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT MEDEBRENGING Vrije woorden: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT MEDEBRENGING Duur van de vrijheidsberoving Tekst van de beslissing Nr. P.05.0347.N G. E., eiser, verdachte, gedetineerd, met als raadsman Mr. Luc Van Damme, advocaat bij de balie te Brussel. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 10 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling; II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd; III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende dat artikel 3 Voorlopige Hechteniswet bepaalt: "De onderzoeksrechter kan een met redenen omkleed bevel tot medebrenging uitvaardigen tegen elke persoon tegen wie ernstige aanwijzingen van schuld aan een misdaad of een wanbedrijf bestaan en die niet reeds te zijner beschikking is gesteld"; Dat, krachtens artikel 7, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet, het bevel tot medebrenging wordt betekend op het ogenblik van de aanhouding zo hiertoe wordt overgegaan ter uitvoering van dat bevel of uiterlijk binnen vierentwintig uren te rekenen van de effectieve vrijheidsbeneming indien de aflevering van het bevel is voorafgegaan door een maatregel getroffen door de agenten van de openbare macht of door de procureur des Konings; Dat, krachtens artikel 12 Voorlopige Hechteniswet, het bevel tot medebrenging een periode van vrijheidsbeneming van hoogstens vierentwintig uren dekt, te rekenen van de vrijheidsbeneming ter uitvoering van het bevel tot medebrenging of, indien de verdachte reeds van zijn vrijheid beroofd was, te rekenen van de betekening van het bevel; Overwegende dat uit die bepalingen volgt dat, wanneer de verdachte niet ter beschikking van de onderzoeksrechter is gesteld, dit is in zijn onmiddellijke nabijheid, cumulatie van een eerste vrijheidsbeneming ingevolge artikel 2 Voorlopige Hechteniswet en de daaropvolgende vrijheidsbeneming ingevolge een bevel tot medebrenging, mogelijk is; Dat, wanneer de verdachte reeds voorafgaandelijk aan het bevel tot medebrenging van zijn vrijheid is beroofd, het bevel tot medebrenging moet worden betekend uiterlijk binnen 24 uren vanaf de effectieve vrijheidsberoving; dat vanaf de betekening van dit bevel tot medebrenging dit bevel een periode van vrijheidsbeneming van 24 uren dekt; Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat "het bevel tot aanhouding (...) betekend werd op 17 februari 2005 om 15.10 uur, dit is binnen de 24 uren na de betekening van het bevel tot medebrenging op 16 februari 2005 om 15.15 uur" en "dat het bevel tot medebrenging eveneens betekend werd binnen de 24 uren na de effectieve vrijheidsberoving op 16 februari 2005 te 12.15 uur"; Dat zij niet vaststellen of eiser op het ogenblik van zijn effectieve vrijheidsberoving op 16 februari 2005 te 12.15 uur al dan niet ter beschikking van de onderzoeksrechter was gesteld; Dat zij aldus hun beslissing niet naar recht verantwoorden; Dat het middel gegrond is; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest; Laat de kosten ten laste van de Staat; Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Gezegde kosten begroot op de som van vijfentachtig euro zevenentachtig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van tweeëntwintig maart tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050322.33 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001212.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.