← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050405.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050405.1 Rolnummer: P.04.1547.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Strafrecht Invoerdatum: 2006-09-19 Raadplegingen: 790 - laatst gezien 2026-07-04 09:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan vaststaat dat de bestreden beslissing is gewezen en ondertekend door dezelfde rechters die de zaak hebben behandeld en erover hebben geoordeeld, doet daaraan niets af dat het proces-verbaal van de terechtzitting waarop deze beslissing werd uitgesproken, een andere samenstelling van het rechtscollege vermeldt

(1).
(1)Cass., 18 feb. 2004, AR P.03.1454.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040218.6, nr 86; 29 juni 2004, AR P.04.0491.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040629.29, nr ... Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Samenstelling van het rechtscollege Tegenstrijdige vermeldingen Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.779,780, Fiche 2 Wanneer iemand een misdrijf en een daaropvolgende fout heeft gepleegd en de rechter vaststelt dat dit misdrijf en die fout samen de schade hebben veroorzaakt, volstaat het misdrijf als grondslag voor de veroordeling tot de vergoeding van de volledige schade
(1).
(1)Zie Cass., 6 juni 2001, AR P.01.0391.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010606.4, nr 337; 14 okt. 2003, AR P.03.0518.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.15, nr 496; 13 okt. 2004, AR P.04.0896.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041013.3, nr ...; 26 okt. 2004, AR P.04.0934.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.36, nr ... Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen Misdrijf en daaropvolgende fout gepleegd door dezelfde persoon Vaststelling door de rechter dat het misdrijf en de fout samen de schade hebben veroorzaakt Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.3en4 Fiche 3 Wanneer de rechter oordeelt dat vaststaat dat de heling en de daaropvolgende verkoop van het geheelde voorwerp door de heler samen de schade hebben veroorzaakt, vermag hij wettig de heler te veroordelen tot vergoeding van de volledige schade
(1).
(1)Zie voor het geval waar de fouten, die samen de schade hebben veroorzaakt, bestonden uit, enerzijds, de diefstal en, anderzijds, de heling: Cass., 13 okt. 2004, AR P.04.0896.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041013.3, nr ...; 8 maart 2005, AR P.04.1534.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050308.8, nr ... Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: HELING Verkoop van het geheelde voorwerp door de heler Vaststelling door de rechter dat de heling en de daaropvolgende verkoop samen de schade hebben veroorzaakt Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.3en4 Tekst van de beslissing Nr. P.04.1547.N G P J, eiser, beklaagde, vertegenwoordigd door Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  1. M W, en zijn echtgenote
  2. K E,
  3. B P, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 27 oktober 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  4. Eerste middel Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:
  5. de zaak op de terechtzitting van 13 mei 2004 werd behandeld en in beraad genomen door kamervoorzitter L. Michielsen en de raadsheren M. Jordens en A. Rosiers;
  6. het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2004 vermeldt dat het arrest werd uitgesproken door kamervoorzitter L. Michielsen en de raadsheren S. Bergs en A. Rosiers;
  7. het arrest zelf evenwel vermeldt dat het werd uitgesproken door kamervoorzitter L. Michielsen en de raadsheren M. Jordens en A. Rosiers, die het ondertekenden; Overwegende dat, krachtens artikel 780, 1°, Gerechtelijk Wetboek, het vonnis op straffe van nietigheid onder meer de namen van de rechters bevat die over de zaak geoordeeld hebben en dat krachtens artikel 782 Gerechtelijk Wetboek het vonnis ondertekend wordt door de rechters die het hebben uitgesproken; dat het derhalve op grond van het proces-verbaal van de terechtzitting van 13 mei 2004 en van de vermeldingen van het bestreden arrest vaststaat dat het is gewezen door dezelfde rechters die de zaak hebben behandeld en erover hebben geoordeeld; dat daaraan niet afdoet dat het proces-verbaal van de terechtzitting waarop het arrest werd uitgesproken, een andere samenstelling van het rechtscollege vermeldt; Dat het middel niet kan worden aangenomen;
  8. Tweede middel Overwegende dat het middel aanvoert dat de redenen van het arrest dubbelzinnig zijn omdat uit het arrest niet blijkt of de schade is ontstaan door de heling dan wel door de daaropvolgende verkoop en dat in dit laatste geval de beslissing niet naar recht is verantwoord omdat de verkoop vreemd is aan de heling maar een fout uitmaakt waarvoor eiser niet vervolgd werd, zodat de strafrechter niet bevoegd was daarover te oordelen; Overwegende dat wanneer iemand een misdrijf én een daaropvolgende fout heeft gepleegd en wanneer dit misdrijf én die fout samen de schade hebben veroorzaakt, dan volstaat het misdrijf als grondslag voor de veroordeling tot vergoeding van de volledige schade; Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat vaststaat dat de schade is veroorzaakt én door de heling én door het verder verkopen van de gestolen auto; Dat zij aldus wettig vermochten eiser te veroordelen tot schadevergoeding; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeëntachtig euro twintig cent. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijf april tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050405.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210907.2N.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010606.4 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.15 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040218.6 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040629.29 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041013.3 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.36 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050308.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110610.3 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250603.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.