id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050405.3 Rolnummer: P.05.0206.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2006-09-19 Raadplegingen: 726 - laatst gezien 2026-07-04 14:16 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 Uit de bewoordingen van artikel 369bis (oud) en artikel 432, ,§ 2 en ,§ 3, (nieuw) Strafwetboek volgt dat het onttrekken, het meer dan vijf dagen verborgen houden of het onrechtmatig vasthouden van het kind buiten het grondgebied van het Rijk, misdrijven zijn die voortduren zolang de dader het kind onttrekt, verborgen houdt of onrechtmatig vasthoudt, terwijl het niet-afgeven van het kind een aflopend misdrijf is, dat evenwel door de dader door herhaalde handelingen kan worden voortgezet
(1).
(1)Zie Cass., 25 juli 1990, AR 8455, nr 641; DE SMET, B., Niet-afgifte van kinderen, Comm. Straf., nr 28; DE PEUTER, J., De artikelen 360bis en 369bis Strafwetboek, Strafrecht voor rechtspractici, nr 5, p. 37: VANHOUDT, C. en CALEWAERT, W.; Belgisch Strafrecht, Deel II, p. 322, nr 618. Thesaurus CAS: ONTVOERING VAN EEN KIND Vrije woorden: ONTVOERING VAN EEN KIND Onttrekken, meer dan vijf dagen verborgen houden of onrechtmatig vasthouden buiten het grondgebied van het Rijk van een kind Aard van het misdrijf Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.369bis,ou Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Voortdurend misdrijf Onttrekken, meer dan vijf dagen verborgen houden of onrechtmatig vasthouden buiten het grondgebied van het Rijk van een kind Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.369bis,ou Thesaurus CAS: ONTVOERING VAN EEN KIND Vrije woorden: ONTVOERING VAN EEN KIND Niet-afgeven van een kind Aard van het misdrijf Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.369bis,ou Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Aflopend misdrijf Niet-afgeven van een kind Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.369bis,ou Vrije woorden: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Voortgezet misdrijf Niet-afgeven van een kind Herhaalde handelingen door de dader Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.369bis,ou Fiches 6 - 7 Wanneer een voortdurend misdrijf is begonnen onder de gelding van één wet en wordt voortgezet onder een nieuwe wet die strenger is dan de vorige, is die nieuwe strengere strafwet toepasselijk, wanneer alle constitutieve bestanddelen van het misdrijf aanwezig zijn op het ogenblik dat de nieuwe wet van kracht wordt
(1).
(1)Cass., 24 sept. 1974, Arr. Cass., 1975, 100; VANHOUDT, C. en CALEWAERT, W., Belgisch Strafrecht, Deel II, p. 323, nr 621; DUPONT, L. en VERSTRAETEN, R., Handboek Belgisch Strafrecht, p. 200, nr
- Hetzelfde geldt overigens ook wanneer twee opeenvolgende gelijkaardige misdrijven één enkele strafbare gedraging opleveren en derhalve tot één enkele straf aanleiding geven, maar in de tijd tussen het plegen van de twee misdrijven de wet die de straf bepaalt, gewijzigd werd. Ook in dit geval moet de bij de nieuwe wet gestelde straf worden toegepast, ook al was de ten tijde van het eerste misdrijf geldende straf minder zwaar dan die gesteld ten tijde van het tweede misdrijf: Cass., 27 jan. 1943, Pas., 1943, I, 32; 17 mei 1983, AR 7915, nr
- Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Werking in de tijd Voortdurend misdrijf Wijziging van de wet tijdens de uitvoering van het misdrijf Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Voortdurend misdrijf Werking van de wet in de tijd Misdrijf begonnen onder één wet en voortgezet onder een nieuwe Tekst van de beslissing Nr. P.05.0206.N M K H A E J, eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Jef Vermassen, advocaat bij de balie te Dendermonde, tegen
- V D L J,
- V D L E,
- V D L A, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 10 januari 2005 in eerste en laatste aanleg gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, eerste kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie zes middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen Overwegende dat het arrest eiser tot straf en tot betaling van schadevergoeding aan de verweerders veroordeelt wegens de feiten omschreven als : "te Beerse, alwaar het hoederecht diende uitgeoefend te worden, van 7 september 2000 tot 1 oktober 2002: (...) als vader het (...) minderjarig kind onttrokken te hebben of gepoogd te hebben het te onttrekken aan de bewaring van hen aan wie het krachtens (een rechterlijke) beslissing is toevertrouwd, het niet afgegeven te hebben aan diegenen die het recht hebben het op te eisen, of die het, zelfs met zijn toestemming, heeft ontvoerd of heeft doen ontvoeren, deze feiten tot 27 maart 2001 strafbaar gesteld zijnde bij het toenmalige artikel 369bis, eerste en voorlaatste alinea, van het Strafwetboek en ingevolge de artikelen 31 en 51 van de wet van 28 november 2000 betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen (Belgisch Staatsblad van 17 maart 2001, tweede uitgave), sedert 27 maart 2001 en thans zwaarder strafbaar gesteld zijnde door het huidige artikel 432, ,§2 en ,§3, van het Strafwetboek, de schuldige het voornoemd kind meer dan vijf dagen verborgen hebbende voor diegenen die het recht hebben het op te eisen of het onrechtmatig buiten het grondgebied van het Koninkrijk vastgehouden hebbende (...);"
- Eerste middel Overwegende dat zowel artikel 369bis (oud) Strafwetboek, waarvan de tekst nagenoeg ongewijzigd is opgenomen in het artikel 432 (nieuw) Strafwetboek, als dit laatste artikel, strafbaar stellen het wetens en willens miskennen door een ouder van een uitvoerbare rechterlijke beslissing over het omgangsrecht van een kind, door het onttrekken of niet-afgeven van het kind aan de persoon aan wie het is toevertrouwd of die een omgangsrecht kan uitoefenen; Overwegende dat uit de bewoordingen van artikel 369bis (oud) en artikel 432, ,§ 2, en ,§ 3, (nieuw) Strafwetboek volgt dat onder meer zowel het onttrekken, als het meer dan vijf dagen verborgen houden of het onrechtmatig vasthouden van het kind buiten het grondgebied van het Rijk, misdrijven zijn die voortduren zolang de dader het kind onttrekt, verborgen houdt of onrechtmatig vasthoudt; Dat het middel faalt naar recht;
- Tweede middel, derde middel en zesde middel Overwegende dat uit het antwoord op het eerste middel volgt dat de middelen, in zoverre die ervan uitgaan dat de onttrekking van minderjarigen een aflopend misdrijf is, falen naar recht; Overwegende voor het overige dat wanneer een voortdurend misdrijf is begonnen onder de gelding van één wet en wordt voortgezet onder een nieuwe wet die strenger is dan de vorige, die strengere strafwet toepasselijk is wanneer alle constitutieve bestanddelen van het misdrijf aanwezig zijn op het ogenblik dat de nieuwe wet van kracht wordt; Overwegende dat artikel 432 (nieuw) Strafwetboek dat in werking is getreden op 27 maart 2001, dit is in de loop van de geïncrimineerde periode, bijkomend bepaalde modaliteiten van het niet-afgeven van kinderen, als afzonderlijke misdrijven strafbaar stelt, inzonderheid het verborgen-houden of onrechtmatig-vasthouden van minderjarige kinderen; Overwegende dat de rechters zeggen dat "de wederrechtelijke handelwijze van (eiser) erin bestaat dat hij zich in de periode der tenlastelegging obstinaat is blijven verzetten tegen de uitvoering van de in de heromschreven telastlegging vermelde rechterlijke beslissingen en hij, door het achtereenvolgens te hebben verborgen, meegenomen naar het buitenland en geweigerd te hebben om hun verblijfplaats aldaar kenbaar te maken, het minderjarig kind aan haar moeder heeft onttrokken en onrechtmatig buiten het grondgebied van het Koninkrijk, namelijk in Bahrein, heeft vastgehouden "; Overwegende dat de rechters, op grond van die redenen, eiser wettig vermogen te veroordelen met toepassing van artikel 432, ,§ 2 en ,§ 3, (nieuw) Strafwetboek; Dat de middelen niet kunnen worden aangenomen;
- Vierde middel Overwegende dat uit de bewoordingen van artikel 369bis (oud) en artikel 432, ,§ 2, en ,§ 3 (nieuw), Strafwetboek volgt dat het onttrekken, het meer dan vijf dagen verborgen houden of het onrechtmatig vasthouden van het kind buiten het grondgebied van het Rijk, misdrijven zijn die voortduren zolang de dader het kind onttrekt, verborgen houdt of onrechtmatig vasthoudt, terwijl het niet-afgeven van het kind een aflopend misdrijf is, dat evenwel door de adder door herhaalde handelingen kan worden voortgezet; Overwegende dat de rechters, ongeacht het gebruik van het woord "voortdurend misdrijf" de verscheidene misdrijven waaraan ze eiser schuldig achten als opeenvolgende of voortgezette misdrijven beschouwen; Dat er derhalve geen tegenstrijdigheid bestaat tussen dit oordeel en de beslissing om bij toepassing van artikel 65 Strafwetboek voor deze feiten slechts een straf op te leggen, namelijk de zwaarste; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
- Vijfde middel Overwegende dat het verstekarrest van 17 juni 2003 eiser veroordeelt tot het betalen van moratoire intrest op de aan de verweerders als schadevergoeding toegekende bedragen, van 17 juni 2003 tot aan de betaling; Overwegende dat het op het verzet van eiser gewezen arrest, alle aan de verweerders als schadevergoeding toegekende bedragen vermindert en eiser veroordeelt tot het betalen daarop van vergoedende intrest vanaf 20 september 2001 tot op de datum van het arrest; Overwegende dat het middel niet preciseert hoe of waardoor die beslissing de toestand van eiser op verzet, verzwaart; Dat het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk is; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van vierennegentig euro vierenzeventig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijf april tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050405.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2014:ARR.20140128.15 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200324.1N.1 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211027.2F.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171122.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div