← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050405.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050405.4 Rolnummer: P.05.0435.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-09-19 Raadplegingen: 510 - laatst gezien 2026-07-04 11:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche Niet kennelijk onontvankelijk is het verzoek tot verwijzing van een rechtbank naar een andere wegens gewettigde verdenking, wanneer een onderzoeksrechter gelast is met het onderzoek naar een misdrijf, waarvan de inverdenkinggestelde de zoon is van een rechter bij het rechtscollege waarvan die onderzoeksrechter deel uitmaakt en de redenen van het verzoek niet uitsluitend de persoon van de onderzoeksrechter maar de gehele rechtbank betreffen, omdat de betrekkingen die bestaan tussen de magistraten van dit rechtscollege van die aard zijn dat zij gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan ten aanzien van de strikte onafhankelijkheid en onpartijdigheid van alle rechters van dat rechtscollege, die de zaak dienen te behandelen

(1).
(1)Zie Cass., 25 juni 2003, AR P.03.0771.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030625.10, nr 379; DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de Ed., 2003, p. 1333, nr 3080. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE Vrije woorden: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Verzoek tot verwijzing wegens gewettigde verdenking Gerechtelijk onderzoek Misdrijf ten laste gelegd aan de zoon van een rechter Onderzoeksrechter die deel uitmaakt van hetzelfde rechtscollege Redenen die niet uitsluitend de persoon van de onderzoeksrechter maar het hele rechtscollege betreffen Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - art.542 Tekst van de beslissing Nr. P.05.0435.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, verzoeker tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere wegens gewettigde verdenking, in zake van B M, verdachte. I. Voorwerp van het verzoek Het verzoek beoogt de onttrekking wegens gewettigde verdenking van de zaken nr. 102/2002 van onderzoeksrechter Patrick De Coster en nr. 2057/2004 van onderzoeksrechter Thierry Freyne bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Redenen van het verzoek Eiser heeft op 30 maart 2005 ter griffie van het Hof een verzoekschrift neergelegd met vermelding van de redenen voor het verzoek tot verwijzing van de zaak wegens gewettigde verdenking. Dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat het verzoek regelmatig werd aanhangig gemaakt; Overwegende dat de verdachte de zoon van een ondervoorzitter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel is; Dat verzoeker van oordeel is dat de betrekkingen die bestaan tussen de magistraten van éénzelfde rechtscollege, van die aard zijn dat zij gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan ten aanzien van de strikte onafhankelijkheid en onpartijdigheid van alle rechters van dat gerecht; Overwegende dat het verzoek om de redenen erin uiteengezet kennelijk niet onontvankelijk is, zodat het Hof behoort te handelen overeenkomstig artikel 545, tweede lid, Wetboek van Strafvordering; OM DIE REDENEN, HET HOF, Gelet op de artikelen 542 tot 552 Wetboek van Strafvordering; Beveelt dat dit arrest met eraan gehecht verzoekschrift en bijgevoegde stukken worden medegedeeld: - aan de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, teneinde binnen de maand van dit arrest en na overleg met de leden van het vermelde gerecht, de in artikel 545, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering voorgeschreven verklaring onderaan de uitgifte van dit arrest op te stellen; - binnen de acht dagen aan B M, met de vermelding dat zijn conclusies ter griffie van het Hof dienen neergelegd te worden binnen de maand na datum van dit arrest en de zaak voor verschijning gesteld wordt op de zitting van 17 mei 2005, te 9 uur 30, van deze kamer van het Hof; Zegt dat op de terechtzitting van 17 mei 2005 raadsheer Luc Van hoogenbemt verslag zal uitbrengen; Houdt de kosten aan. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijf april tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050405.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111109.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030625.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051123.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.