← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050408.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050408.6 Rolnummer: C.05.0155.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-06-15 Raadplegingen: 598 - laatst gezien 2026-07-04 11:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter die zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de leiding van de zitting uitoefent op een wijze die ten overstaan van de partijen en derden de indruk wekt dat hij niet geschikt is om met de nodige sereniteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid te oordelen, kan wegens gewettigde verdenking worden gewraakt. Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: WRAKING Incident ter zitting Schorsing van de zitting om naar de eerste voorzitter van het hof te gaan Verzoek van een advocaat om naar de stafhouder te gaan Afwijzing Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.828,1° Tekst van de beslissing Nr. C.05.0155.N B.W., verzoeker tot wraking, vertegenwoordigd door Mr. Daniëlle De Boeck, advocaat bij de balie te Brussel, kantoor houdende te 1020 Brussel, Richard Neyberghlaan 12, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, in de zaak BELDIASA, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2018 Antwerpen, Hoveniersstraat 2, vertegenwoordigd door Mr. Frank Van Leemput, advocaat bij de balie te Antwerpen, kantoor houdende te 2018 Antwerpen, Molenstraat 53, tegen B.W. I. Verzoek Bij een met redenen omklede en ondertekende akte die op 25 maart 2005 ter griffie van het Hof van Beroep te Antwerpen is neergelegd, vraagt verzoeker de wraking van E. L., raadsheer in het Hof van Beroep te Antwerpen. Die magistraat heeft op 29 maart 2005 de in artikel 836, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring gesteld waarin zijn met redenen omklede weigering om zich van de zaak te onthouden vervat is. II. Rechtspleging voor het Hof Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. III. Beslissing van het Hof Overwegende dat het verzoek gegrond is op artikel 828, 1° en 12°, van het Gerechtelijk Wetboek ; Overwegende dat verzoeker de betrokken magistraat volgende verwijten richt : a. hij heeft verzoeker verplicht ter zitting bepaalde middelen uit zijn eerder neergelegde conclusie te schrappen zonder rechtvaardiging ; b. hij heeft verzoeker verweten te laat in de rechtspleging een klacht met stelling als burgerlijke partij te hebben neergelegd tegen de wederpartij, wat volgens de magistraat een gewoonte zou zijn van verzoeker ; c. hij heeft geweigerd dat zijn griffier zou acteren wat verzoeker wenste te laten acteren op de zitting ; d. hij heeft geweigerd in te gaan op het verzoek van verzoeker de stafhouder op de zitting te laten komen ; e. hij heeft de advocaat van verzoeker verplicht hem te volgen bij de eerste voorzitter van het Hof te Antwerpen ; f. hij heeft de zaak willen behandelen ondanks het feit dat de klacht door verzoeker neergelegd dit belette ; g. hij heeft geweigerd op het zittingsblad melding te maken van het verzoek tot wraking ; h. hij heeft de versie van de feiten verdraaid op het zittingsblad ; i. hij heeft de advocaat van verzoeker willen verplichten onmiddellijk ter griffie een akte van wraking neer te leggen ; Overwegende dat de gronden tot wraking betrekking hebben op incidenten die zich voorgedaan hebben tussen de voorzitter van de kamer, raadsheer L., en de advocaat van verzoeker op de zittingen van 11 maart 2004 (feit a) en 17 februari 2005 (overige feiten) ; Overwegende dat de gegevens vermeld op het proces-verbaal van de terechtzitting en genotuleerd door de griffier van de zitting in de regel de weergave zijn van het verloop van de feiten ; Overwegende dat uit het zittingsblad van 17 februari 2005 blijkt dat raadsheer L. het verzoek van de advocaat van W.B. naar de stafhouder te gaan, heeft afgewezen "omdat er daartoe geen aanleiding was" ; Dat de beslissing van de rechter tijdens het debat geen opschorting toe te laten om de stafhouder te raadplegen behoort tot zijn bevoegdheid ; Dat evenwel uit datzelfde zittingsblad blijkt dat raadsheer L., na aanhoudende incidenten, de zitting heeft geschorst en de advocaten heeft uitgenodigd hun standpunt uiteen te zetten ten opzichte van de eerste voorzitter van het hof ; Dat raadsheer L. aldus zij verantwoordelijkheid met betrekking tot de leiding van de zitting heeft uitgeoefend op een wijze die ten opzichte van de partijen en derden de indruk kon wekken dat hij niet geschikt is om te oordelen met de nodige sereniteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid ; Dat het verzoek in zoverre gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Zegt dat E.L., voorzitter van de kamer 5bis van het Hof van Beroep te Antwerpen, zich van de zaak n° 2002/AR/1100 zal onthouden ; Stelt gerechtsdeurwaarder R.B. aan, om het arrest ten verzoeke van de griffier binnen de achtenveertig uren aan de partijen te betekenen ; Gelet op artikel 841, lid 2, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt E.L. in de kosten ; De kosten begroot op de som van nul euro. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van acht april tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050408.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220503.2N.19 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.864 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.865 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141209.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.