← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050412.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005

Artikel 34

Vrije woorden: WEGVERKEER -

Artikel 34

Artikel 34, ,§ 2, 3° Nieuwe bepalingen inzake verkeersveiligheid Werking in de tijd Minder zware strafwet Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Artt.34,§2,3 Thesaurus CAS: WEGVERKEER -

Artikel 69

- Artikel 69bis Vrije woorden: WEGVERKEER -

Artikel 69

- Artikel 69bis Nieuwe bepalingen inzake verkeersveiligheid Werking in de tijd Minder zware strafwet Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Artt.34,§2,3 Tekst van de beslissing Nr. P.04.1292.N D P F, eiser, beklaagde, tegen

  1. R G,
  2. G.G.R. bvba, met zetel te Gent, Scheldestraat 169/2, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 7 september 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt geen middel voor. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat de beslissingen over de civielrechtelijke vorderingen van de verweerders, behalve deze over het beginsel van aansprakelijkheid, geen eindbeslissingen zijn; Dat het cassatieberoep in zoverre niet ontvankelijk is; B. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 2, tweede lid, Strafwetboek; - artikel 34, ,§2, 3°, Wegverkeerswet; - artikel 69bis, Wegverkeerswet, zoals ingevoegd door artikel 33 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid. Overwegende dat, krachtens artikel 69bis Wegverkeerswet, ingevoegd bij voornoemde wet van 7 februari 2003, dat in werking getreden is op 1 maart 2004, voor de toepassing van deze wet en, in afwijking van artikel 40 van het Strafwetboek, de geldboete, bij gebreke van betaling, voor hen die wegens een wanbedrijf worden veroordeeld, kan vervangen worden door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis en die niet langer dan een maand en niet korter dan acht dagen zal zijn; Overwegende dat het bestreden vonnis eiser voor het feit E veroordeelt tot een geldboete van 200 euro, verhoogd met 40 opdeciemen, of een vervangende gevangenisstraf van 14 dagen, waarvan 50 euro of 6 dagen met uitstel gedurende één jaar, en tot een rijverbod van 15 dagen; Overwegende dat de door de nieuwe wet bepaalde straf lichter is dan deze bepaald door de wet die ten tijde van het plegen van het feit van toepassing was; Overwegende dat door voor de uitgesproken geldboete een vervangende gevangenisstraf uit te spreken, het bestreden vonnis een zwaardere straf uitspreekt dan deze die krachtens de nieuwe wet van toepassing is, dewelke voor de geldboete enkel voorziet in een vervangend rijverbod; dat het aldus de aangehaalde wetsbepalingen schendt; C. Ambtshalve onderzoek van het overige van de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het eiser tot een vervangende gevangenisstraf veroordeelt hoofdens feit E; Verwerpt het cassatieberoep voor het overige; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; Veroordeelt eiser in de helft van de kosten; Laat de overige helft ten laste van de Staat; Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Gent, zitting houdende in hoger beroep, anders samengesteld. Gezegde kosten begroot op de som van honderd en zeven euro achtentwintig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van twaalf april tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050412.7 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050420.7 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171004.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.